Begrippenlijst Afdrukken E-mail

Spotmarkt en vrije handelsmarkt

Markt van vraag en aanbod van melk en melkproducten tussen bedrijven die een erkenning hebben voor het mogen verwerken dan wel in- en verkopen van boerderij-melk en/of industrie-melk.

Bijvoorbeeld handel van industrie-melk tussen DOC en RFF, handel van boerderij-melk tussen Verbamel en Campina.

Spotmarkt is een restmarkt, waarbij dagprijzen gelden. Het aanbod is groot in vakantieperiodes (fabrieken hebben onderbezetting van personeel)  en bijvoorbeeld klein in natte periodes (als vee minder melk geeft). Grillig verloop van het aanbod.

Vrije handelsmarkt is een markt waarbij de melkhandelaar, die de boerderij-melk en/of industrie-melk inkoopt, deze melk tegen vaste contractprijzen afzet bij een zuivelverwerker. De contracten worden voor een bepaalde periode, bij een bepaalde zuivelverwerker voor een afgesproken prijs afgesloten. Een voordeel is dat de melkhandelaar kan kiezen uit de zuivelverwerkers die op dat moment de hoogste prijs wil geven voor het aanbod melk.

Een markt met een vrij constant verloop van het aanbod.

 

Wereldmarkt

Markt waarbij de marktpartijen zich bevinden op verschillende continenten. Er zijn twee soorten wereldmarkten.

Een wereldmarkt waarbij er sprake is van een koopkrachtige vraag (een markt waarbij de verkoper een hogere of gelijke prijs kan vragen in het buitenland in vergelijking met het land waar de verkoper is gevestigd, bijv. verkoop van condensmelk uit Nederland naar rijke oliestaten).

Een wereldmarkt waarbij geen sprake is van een koopkrachtige vraag (een markt waarbij de verkoper een lagere prijs krijgt in het buitenland in vergelijking met het land waar de verkoper is gevestigd al dan niet gecompenseerd met een exportsubsidie (= dumpmarkt), bijv. verkoop van bulkpoeder uit Nederland naar arme Afrikaanse landen). Doorgaans bedoelt men met de wereldmarkt de laatste variant (dumpmarkt).

 

Voedselsoevereiniteit

Het recht van ieder volk, land of regio, om zijn eigen voedsel te mogen verbouwen en de eigen markt te beschermen tegen (goedkope) importen.

 

Anti-dumpingswet

Een wet die is gevormd binnen de WTO die voorschrijft dat producenten uit een land hun zuivelproducten in het eigen land niet duurder mogen verkopen dan de prijs die de producenten ontvangen in het buitenland (anders is het een vorm van subsidie).

 

WTO

Overleg tussen landen op de wereld om te komen tot een vrije markt (liberaliseren), waarbij men eigen producenten in het land niet mag beschermen ten nadele van producenten uit andere landen. Dit betekent dat men werkt aan afschaffing van exportsubsidies en sommige landen willen gaan werken aan afschaffing van importheffingen.

 

Liberaliseren

Het proces om te komen tot een vrije markt, die niet wordt beïnvloed door exportsubsidies en importheffingen.

 

Landbouwbeleid

Een beleid dat wordt gevoerd door de overheid omdat de vrije markt voor de landbouw niet werkt (door onder andere inelastische vraag en – aanbod, veel aanbieders, weinig kooppartijen, veel externe niet beïnvloedbare factoren (o.a. weer)). Doel is om een stabiel inkomen voor de boer, een goedkoop voedselpakket voor de consument en voedselzekerheid te krijgen. De ingezette instrumenten zijn quotering, exportsubsidies, importheffingen en interventie.

 

Quotering

Een systeem waarbij de producenten een bepaalde hoeveelheid melk maximaal mogen leveren zonder heffing. Overschrijden ze het productieplafond, dan wordt er een boetebedrag geheven over de te veel geleverde hoeveelheid melk (superheffing). Doel van het systeem is om het aanbod aan te passen aan de vraag om zo de prijs op een bepaald niveau te houden.   

 

 

Exportsubsidies

Producenten die producten verkopen naar het buitenland waarbij de opbrengstprijs lager is dan het land waar de producent is gezeteld,  ontvangen een geldelijk bedrag van de overheid om het verschil tussen de prijzen  op de interne – en exportmarkt (gedeeltelijk) te compenseren.

 

Importheffingen

Producenten uit het buitenland die producten in een bepaald land willen verkopen, waarbij de verkoopprijs lager is dan de interne prijs in dat bepaalde land, moeten een importheffing betalen, zodat het verschil tussen verkoopprijs van de buitenlandse producenten en interne prijs kleiner of niet meer is. Dit is ter bescherming van de eigen producenten.

 

Interventieprijs

Het prijsniveau waarbij de overheid producten uit de markt neemt om zo de prijs weer op een hoger peil te brengen.

 

 

Inelastisiteit van vraag en aanbod

Het kenmerk waarbij een verandering van de prijs niet direct resulteert in een verandering van de hoeveelheid vraag en aanbod van een product.

Voedsel is een gewoontegoed. Bij een lage prijs of een hoge prijs zal de consument niet veel meer of minder voedsel kopen. Bij een lage prijs kan de boer niet direct minder aanbieden. Het produceren van voedsel neemt een bepaalde hoeveelheid tijd in beslag en als het voedsel beschikbaar is, moet het worden afgeleverd, daar anders de kwaliteit verandert.                    
 
© 2010 Dutch Dairymen Board
+