Inbreng Dutch Dairymen Board Rondetafelgesprek d.d. 15 april 2009 Afdrukken E-mail

 Inbreng Dutch Dairymen Board Rondetafelgesprek d.d. 15 april 2009 

 

Naar aanleiding van de uitslag van de enquête Zuivelbeleid & Melkveehouders heeft de Dutch Dairymen Board (DDB) gemeend een Rondetafelgesprek aan te moeten vragen met de Vaste Kamercommissie voor Landbouw. Omdat de melkprijs zich in een crisis bevindt die direct terug te wijzen is op de besluitvorming in het Europese landbouwbeleid. De meerderheid van de Nederlandse melkveehouders steunen dit beleid niet. Zij geven de voorkeur aan minder melk tot de markt het weer aan kan én flexibele marktregulatie na 2015.  EU-beleid en lage melkprijsMinister Verburg benadrukt bij herhaling dat de lage melkprijs niet komt door overproductie, omdat er in 2008 maar 0,6% méér gemolken is dan in 2007 terwijl er een quotumuitbreiding van 2,5% plaatsvond. Vanaf april 2008 is er zelfs sprake van een melkproductiedaling van 0,4%. Maar wat betekent het begrip “overproductie”? Als het Europese melkquotum niet wordt volgemolken, is er dan per definitie geen overproductie? Waar het om gaat is of vraag en aanbod in evenwicht zijn: dat bepaalt de prijs. De consumptie in de EU is in 2008 een half procent gestegen, de export buiten de EU van met name kaas is teruggelopen. Als de vraag uit derde landen is teruggelopen en het aanbod wordt niet aangepast, vindt er overproductie plaats. Of het quotum nu vol komt of niet. De prognose van de EU wat betreft de consumptiegroei is circa 1% per jaar. Door de quotumuitbreiding met 2,5%, wordt er vanuit gegaan dat de rest afgezet moet worden op de wereldmarkt voor zeer lage prijzen. De interventie van magere melkpoeder en boter is van 30 cent naar 20 cent per kg melk teruggebracht, wat bij overproductie een melkprijs van minimaal 20 cent per kg oplevert tot de interventiehoeveelheid vol is. Daarna gaat men over tot tenders waardoor de melkprijs nog tot onder de 20 cent kan dalen. Het afschaffen van de Richtprijs voor melk heeft ervoor gezorgd dat er geen bodem meer zit in de melkprijs.  Conclusie: De oorzaak van de lage melkprijs is het beleid van de EU: Structurele overproductie,  verlaging van het interventieniveau en afschaffing van de Richtprijs voor melk hebben geleid tot de huidige lage melkprijs.Oplossing: Vraag en aanbod in evenwicht brengen door middel van een flexibel quotum EU-beleid en politieke verantwoordelijkheidDe Europese beleidsmakers hebben met de Europese melkveehouders een afspraak gemaakt aangaande het melkquotum: het melkquotum blijft tenminste tot 2015 gehandhaafd.  De ‘zachte landing’ waartoe in de politieke besluitvorming van de Health Check vorig jaar werd besloten, zou moeten leiden tot een lagere kostprijs voor de melkveehouders en de mogelijkheid om te profiteren van een wereldwijd groeiende vraag naar zuivel door een stijgend welvaartsniveau. Zo zouden de Europese melkveehouders beter voorbereid zijn op 2015, zodat het einde van het systeem van melkquotering geen buiklanding wordt, aldus minister Verburg op de LNV-site. .  Verdrag van AmsterdamDe melkquoteringsregeling waar zowel melkveehouders als politieke besluitvormers aan gehouden zijn, wordt onder andere onderbouwd met het Verdrag van Amsterdam. De bepalingen in Titel II De Landbouw, artikel 33 (zie bijlage 1), spreken uitdrukkelijk uit dat het Europees landbouwbeleid tot doel heeft om punt b: “de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn”, punt c: “de markten te stabiliseren” en punt e: “redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren”. Het huidige beleid voldoet op geen enkele punt meer aan de onderliggende voorwaarden voor het Europees zuivelbeleid en de melkquotering.  Buiklanding We moeten constateren dat er van een groeiende vraag naar zuivel door een wereldwijd groeiend welvaartsniveau geen sprake meer is sinds de economische crisis. Er is daarbij nog geen enkel uitzicht op een herstel van de economie, laat staan op een hernieuwde economische welvaartsgroei. De analyses waarop het EU-beleid in de Health Check is gestoeld, betekenen niets meer.  Ook van een kostprijsverlaging per kilogram melk door de zachte landing is geen sprake. De slechte melkprijs dwingt melkveehouders extra kredieten af te sluiten: aflossingsverplichtingen worden stilgezet hetgeen lastenverhogend werkt. De melkveehouderij zal in 2015 een achterstand hebben, die niet meer in valt te halen bij ongewijzigd beleid.  De DDB vraagt aan de leden van de Vaste Kamercommissie Landbouw om verantwoordelijkheid en betrokkenheid te tonen bij de melkveehouderij, nu het EU-landbouwbeleid een volstrekte misser blijkt te zijn. Dit landbouwbeleid leidt opnieuw, net als vóór 1984, tot hoge kosten voor de Europese belastingbetalers door exportrestituties en interventiegelden en een slechte melkprijs voor de producenten. Het is tijd om stappen te ondernemen om de gehele Europese maatschappij te verzekeren van eerlijke prijsvorming in een eerlijk melkprijssysteem. De huidige regelgeving en melkprijssystematiek garanderen deze eerlijke markt op geen enkele wijze.                                                                                                                                           
Bijlage 1:  Verdrag van Amsterdam TITEL II DE LANDBOUW Artikel 33 (ex artikel 39) 1. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft ten doel: a) de productiviteit van de landbouw te doen toenemen door de technische vooruitgang te bevorderen en door zowel de rationele ontwikkeling van de landbouwproductie als een optimaal gebruik van de productiefactoren, met name de arbeidskrachten, te verzekeren, b) aldus de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren, met name door de verhoging van het hoofdelijk inkomen van hen die in de landbouw werkzaam zijn, c) de markten te stabiliseren, d) de voorziening veilig te stellen, e) redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te verzekeren.  2. Bij het tot stand brengen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van de daarvoor te treffen bijzondere voorzieningen zal rekening gehouden worden met: a) de bijzondere aard van het landbouwbedrijf, welke voortvloeit uit de maatschappelijke structuur van de landbouw en uit de structurele en natuurlijke ongelijkheid tussen de verschillende landbouwgebieden, b) de noodzaak de dienstige aanpassingen geleidelijk te doen verlopen, c) het feit, dat de landbouwsector in de lidstaten nauw verweven is met de gehele economie.       
 
< Vorige   Volgende >
© 2010 Dutch Dairymen Board
+