Stellingname European Milk Board voor de zitting van de EU High Level Group op 02-02-2010 Afdrukken E-mail

Stellingname European Milk Board voor de zitting van de EU High Level Group op 02-02-2010

De European Milk Board waardeert het dat alle spelers op de melkmarkt, inclusief de melkproducenten, opnieuw zijn betrokken bij het uitwerken van dragelijke toekomstmodellen voor de zuivelmarkt door de EU High Level Expert Group.

Wij willen er op wijzen, dat het bepalend is dat steeds in samenspraak wordt nagedacht over een manier die recht doet aan de complexiteit van de markt en dat daarbij alle maatregelen in de context worden geplaatst.

Deze stelregels vindt u in onze antwoorden op uw hoofdvragen:

Zijn, in de context van marktoriëntering en concurrentiekracht, de huidige interventie instrumenten (een combinatie van overheids- en private opslag) geschikt om als vangnet te fungeren in crisistijden zonder maatregelen voor de lange termijn te zijn?

De ervaring van de laatste jaren heeft duidelijk aangetoond dat de actuele interventie instrumenten niet geschikt zijn om als vangnet voor het inkomen van de melkveehouders te dienen. Begin 2009 kon helemaal niet snel genoeg en in voldoende mate melkpoeder en boter worden opgeslagen om de bestaande overproductie op te vangen. Het was noodzakelijk geweest en had geen financiële middelen geëist, om de melkproductie te beperken en daarmee vraag en aanbod met elkaar in evenwicht te brengen. Daardoor had de opslag binnen een half jaar van 30% van de EU-jaarproductie magere melkpoeder en 4 tot 5% van de boterproductie, vermeden kunnen worden. Deze opgeslagen volumes zullen het evenwicht tussen aanbod en vraag ook in het komende jaar belasten.

Met het oog op de toekomst betekent dit, dat er regulering nodig is via de geproduceerde melkhoeveelheid door de melkveehouders, omdat alleen op deze manier vrij precies en effectief op veranderingen in de vraag gereageerd kan worden.

Voorbeeld Zwitserland:
In Zwitserland kan de noodzaak tot een dergelijk systeem momenteel zeer goed bestudeerd worden. De volumebeperking op bedrijfsniveau werd afgeschaft waarna de melkveehouders zich hebben aangesloten bij 38 melkveehoudersverenigingen, waardoor versplintering van belangenbehartiging een feit werd. Deze 38 verenigingen kunnen momenteel op geen enkele manier het aanbod effectief aan de vraag aanpassen.
De Zwitserse overheid heeft de overheidsregulering afgeschaft zonder de melkveehouders de instrumenten te geven, om als gelijkwaardige spelers succesvol te kunnen optreden op de vrije markt. Actueel groeien de boterbergen in de private opslag en de melkprijs ligt ver onder de kosten van de productie.

Voor zowel Zwitserland als de EU geldt: Wanneer de overheid zich uit de directe volumeregulering wil terugtrekken, heeft zij de plicht de melkveehouders, als zwakste schakel in de levensmiddelenketen melk, met regelgeving in staat te stellen om zelfstandig en met eigen verantwoordelijkheid op te treden om overschotten te vermijden. Wat nodig is in Zwitserland en de EU, is dat melkveehouders in de gelegenheid worden gesteld om zich te bundelen in grote, van de bestaande marktmachten onafhankelijke melkveehoudersverenigingen, die met bijpassende wetgeving, de hoeveelheid melk op de markt mogen aanpassen aan de bestaande vraag.

Ook de Duitse mededingingsautoriteit heeft er op 11 januari jl. in hun tussenbericht tot ondersteuning van het sectoronderzoek Melk1 , op gewezen, dat de invloed van de melkveehouders op de markt moet worden versterkt. Naar de mening van de mededingingsautoriteit wordt “de verhouding van de melkveehouders ten opzichte van de melkfabrieken (…) door een ongelijke verdeling van de macht in het voordeel van de melkfabriek, gekenmerkt”. Omdat de marktpositie van de melkveehouders (…) verdeeld is”, maar “de marktpositie van de melkfabrieken sterker geconcentreerd is, hebben de boeren “geen significante marktmacht”, aldus het bericht.

De Mededingingsautoriteit stelt voor, om de positie van de melkveehouders te versterken door gebruik te maken van de door de Duitse wetgever gegeven mogelijkheid tot uitzonderingsmaatregelen waardoor regionale producentenverenigingen kunnen worden opgericht. De EMB stelt voor dat de EU nog een stap verder gaat en besluit tot een vrijstellingsregeling van de kartelwet, die de melkveehouders in staat stelt op zich zowel op nationaal als Europees niveau te bundelen en het recht krijgt, volumeregulerende maatregelen te nemen die overschotten voorkomen.

De overheids- of particuliere opslag is in het algemeen een instrument dat slechts met grote voorzichtigheid en voor kleine hoeveelheden ingezet mag worden. Opgeslagen producten moeten vroeger of later weer op de markt worden afgezet en kunnen zo heel gemakkelijk het kwetsbare marktevenwicht verstoren. Het is een instrument dat indien nodig kan worden ingezet naast een effectieve marktregulering door evenwaardige marktspelers, om onvermijdelijke pieken in de productie op te vangen.

Doel van de totstandkoming van de Europese melkmarkt moet zijn – en daar spreekt ook de EU Rekenkamer over in zijn aanbeveling2 - de melkproductie in Europa op de vraag van de binnenmarkt te concentreren. De wereldmarkt is voor Europa alleen in het hogere prijssegment interessant. Export moet alleen plaatsvinden naar markten voor hoogwaardige producten zoals bijvoorbeeld voor speciale kaassoorten.

Bij deze vraag krijgen de melkveehouders ook steun van de ontwikkelingsorganisaties. Zij hebben er met het oog op de exportsubsidies steeds op gewezen dat deze tot marktverstoringen in Derde Wereldlanden leiden. Concreet betekent dit dat in ontwikkelingslanden de lokale melkveehouderij structuren verstoord zijn door importproducten. Deels heeft deze import tot verdere verspreiding van honger geleid. Als voorbeeld noemen we de markten in Burkina Faso, Kameroen en Bangladesh.

Er zal in Europa niet meer melk moeten worden geproduceerd dan op de eigen binnenmarkt en op hoogwaardige exportmarkten afgezet kan worden. Hiervoor is het nodig de ontwikkelingen op de markt continue te monitoren, een taak voor de door de EMB voorgestelde monitoringscommissie3. Het is niet voldoende het precieze melkvolume vast te leggen. Melkveehouders moeten in de gelegenheid gesteld worden de productie in te krimpen of uit te breiden. Dat betekent dat op bedrijfsniveau het volume moet worden begrensd en dat een algemeen verbindende producentenvereniging het recht moet krijgen om het volume aan te passen.
Een vangnet zonder volumeregulering, zoals op te maken valt uit de vraagstelling van de High Level Group, is voor de melkveehouders onwerkbaar omdat deze op een te laag prijsniveau is ingesteld, of bij een hoger interventieniveau voor de overheid niet te betalen is en met hoge opslagvolumes gepaard zal gaan.

Ook met geringe prijsvolatiliteit bestaat het gevaar van inkomensschommelingen voor de boeren. Welke nieuwe maatregelen kunnen ontwikkeld worden, zodat boeren de marktrisico’s beter aan kunnen, om hun inkomensschommelingen te beperken. Kan zo’n instrument in overeenstemming zijn met de groene box van de WTO?

Voor melkveehouders is het bepalend dat de prijs die ze voor hun product ontvangen, de kosten dekt. Gevaren van klimatologische aard of het jaarlijks stijgen van de voerkosten moeten in de uitbetalingprijs tot uitdrukking komen. Melkveehouders moeten in de gelegenheid zijn hun hoge kosten aan de levensmiddelenketen, melkfabrieken, handel en consumenten door te kunnen berekenen.

Contracten die het volume en de prijs tussen melkveehouders en verwerkers op lange termijn vastleggen, zijn niet geschikt om het totaalvolume te beïnvloeden. Ze verhogen de afhankelijkheid van de melkveehouders aan hun melkverwerker. De Duitse Mededingingsautoriteit stelt vandaag de dag al een “machtsongelijkheid in het nadeel van de melkveehouders” (zie voetnoot 1) vast. Volgens de EMB zijn er geen nieuwe verzekeringsmodellen nodig, die wederom ten laste van de melkveehouders gefinancierd worden. In plaats daarvan is het noodzakelijk, de boerenmelkprijs en de productiekosten precies te monitoren en met elkaar in overeenstemming te brengen. Een voorwaarde hierbij is de aanpassing van de melkhoeveelheid aan de vraag dus het recht voor melkveehouders om hun melkhoeveelheid te verlagen of verhogen. In het kader van vraag 3 wordt nog een keer verder ingegaan op de voorstellen van de EMB om op EU-niveau over te gaan op het nemen van goedkope en onbureaucratische maatregelen.

We gaan ook op twee andere voorstellen in, die verdere aandacht nodig hebben: Contractuitval verzekeringen zoals het systeem Milk Income Loss Contract Programm for Dairy Producer (MILC) uit de VS.:

Gezamenlijke, door de overheid gefinancierde landbouwmodellen zoals de contractuitvalverzekering komen neer op aanzienlijke bijeffecten voor het verzekeringswezen. Anders gezegd: De modellen voeren vroeger of later tot verzekeringspremies. Deze modellen pakken zeer duur uit voor de overheid – ofwel de belastingbetaler – maar ook voor de melkveehouders. Daarnaast is het twijfelachtig of de door weer- en contractschommelingen onderworpen melkveehouderij geschikt is voor oplossingen door verzekeringen. Het is een feit dat dergelijke verzekeringen momenteel niet bekend zijn.

Het grondprincipe van het VS systeem MILC schijnt voor een aantal lidstaten heel aantrekkelijk te zijn, doordat de productie losgekoppeld wordt van betalingen in tijden van hoge prijzen, daarmee zou het systeem zijn te legitimeren tegenover de belastingbetaler. Het is echter de vraag of de belastingbetalers accepteren om de verliezen van de melkveehouderij te compenseren van het EU budget, zodat onnodige overschotten ontstaan. Daarnaast veroorzaakt het systeem een zekere terugkoppeling van de betalingen met het effect dat ook hier weer bijeffecten ontstaan: de terugkoppeling stelt de melkindustrie in de gelegenheid deze van overheidswege gekoppelde transferbetalingen in hun uitbetalingprijs door te berekenen. Dat is geen aansporing om de markten in evenwicht te brengen, maar veroorzaakt het tegenovergestelde.

Ziet u de ontwikkeling van een melktermijnmarkt in de EU als relevant en geschikt om de prijstransparantie te verhogen en de controle van prijsrisico’s te verbeteren? Wat zijn de benodigde marktvoorwaarden zodat een dergelijk systeem efficiënt kan functioneren?

Een melktermijnmarkt is definitief geen geschikt instrument om transparantie en prijsstabiliteit te garanderen of markttransparantie te verschaffen. Termijnmarkten zoals de beurs in Chicago bieden slechts een momentopname van de prijs van relatief kleine hoeveelheden. Deze worden dan als uitgangspunt genomen voor andere prijsonderhandelingen hoewel ze maar een klein deel van de realiteit weerspiegelen. Vraag en aanbod bepalen de prijs, zodat wanneer er op een dag weinig aanbieders zijn en veel vragers, de prijs zal stijgen. Met de daadwerkelijke waarde van het levensmiddel melk en alle producten die er van worden gemaakt, heeft deze prijsontwikkeling niets te maken. Het gevaar van termijnmarkten is dat internationale handelaren deze prijs kunnen manipuleren. Melkveehouders hebben geen enkele invloed meer op de prijsvorming.

In principe moet de prijs zich op de totale kosten van de productie oriënteren en mag niet louter speculatief ontstaan. Het laatste sluit de belangen van de consumenten ook volledig uit. Want zij raken de zekerheid kwijt dat zij continue gebruik kunnen maken van een hoogwaardig product dat op sociale en ecologische wijze geproduceerd is. Termijnmarkten zijn geen geschikt instrument om prijstransparantie en prijs-fairness te garanderen, zaken die beslist noodzakelijk zijn om een evenwichtige markt te bereiken.

Inderdaad is het noodzakelijk om prijstransparantie te garanderen. Prijstransparantie is juist in een markt met weinig regels, zoals de EU die voorstaat, noodzakelijk. Ook hier is Zwitserland een goed voorbeeld. Zwitserland heeft momenteel een veelvoud aan prijssystemen van de verschillende melkfabrieken. Daardoor kunnen de melkveehouders de prijzen niet vergelijken. Te complex zijn de verschillende toeslagen, kortingen, verschillende grondprijzen en andere aanvullende regelingen. Wat nodig is, is een basisprijssysteem tezamen met een monitoringscommissie, die de werkelijk uitbetaalde boerenmelkprijzen regelmatig openbaar maakt.

Zoals bovenstaand al werd aangegeven, vind ook de EU Rekenkamer prijstransparantie door het nauwkeurig controleren van de melkprijs, noodzakelijk. Zowel op het niveau van de melkveehouders als op het niveau van de handel. Echter, prijstransparantie heeft slechts waarde, als er instrumenten voorhanden zijn, die invloed op de spelers in de markt via het volume kunnen uitoefenen.

Wij willen u er uitdrukkelijk op wijzen, dat alleen een combinatie van gelijke krachtenverdeling en volumebeheersing onder de hoede van alle schakels in de zuivelketen in een monitoringscommissie, in de toekomst een functionerende zuivelmarkt kan garanderen. Dat betekent ook, dat alleen met die inzet een hoogwaardig product, een hoog productieniveau, een levendig platteland, voedselzekerheid en milieubescherming verzekerd kan worden.

We willen u nogmaals wijzen op onze inbreng op 10 november 2009, die tevens bijgevoegd is.

1 Het Tussenbericht van de Duitse Mededingingsautoriteit onderzoekt de structuren en de verdeling van marktmacht in de verhoudingen van de melkveehouders tot de melkfabrieken enerzijds en de verhoudingen van de melkfabrieken tot de handel anderzijds (van melkveehouder tot winkelschap) www.bundeskartellamt.de persbericht in het Engels: http://www.bundeskartellamt.de/wEnglish/News/press/2010_01_11.php

2 “Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat de Commissie en de lidstaten hun inspanningen voortzetten om de zuivelproductie in de eerste plaats te richten op het voldoen van de behoeften van de interne Europese markt en, aanvullend, op de productie van kaas en andere producten met een hoge toegevoegde waarde die geëxporteerd kunnen worden zonder begrotingssteun”.

3 Ook hier ondersteunt de EU Rekenkamer de aanbeveling van de EMB: “Het Het Hof beveelt aan dat de Commissie toezicht moet blijven houden op de ontwikkeling van de markt voor melk en zuivelproducten door de noodzakelijke maatregelen in te voeren om te voorkomen dat de deregulering van de sector leidt tot nieuwe overproductie. Anders zou de doelstelling van de Commissie om slechts op een minimaal niveau regulerend op te treden, snel onmogelijk te bereiken zijn.

 
Volgende >
© 2010 Dutch Dairymen Board
+