nieuw jaar Afdrukken E-mail

16.5.2012

Week 18 - Producentenorganisaties onder het vergrootglas

De Europese Commissie doet serieus onderzoek naar het functioneren van Producenten Organisaties (PO’s) en coöperaties in de zuivelketen. Dit alles in het kader van de voorgenomen hervormingen van het EU zuivelbeleid.

Verschillende wetenschappers onderzoeken momenteel de mogelijk- en onmogelijkheden voor de reeds bestaande PO’s en wil weten welke hindernissen deze op hun weg hebben gevonden. Om aan dit onderzoek mee te werken, reisde ik vorige week voor de DDB naar Berlijn naar de Humboldt Universiteit (in een statig gebouw dat stamt van lang voor WOII) waar professor Markus Hanisch en zijn team, voor de Europese Commissie data en praktijkvoorbeelden over PO’s verzamelen. De DDB is niet de enige EMB organisatie die aanwezig is. Ook uit Duitsland en Italië zijn onze collega’s overgekomen. Onze Oostenrijkse en Franse collega’s die ook ervaringen hebben als PO, moeten jammer genoeg verstek laten gaan.

We worden zeer vriendelijk ontvangen en de professor legt niet alleen uit wat de bedoeling van het onderzoek is maar vertelt ook wat meer over zijn eigen achtergrond. Hij is wetenschapper op het gebied van de coöperatie. En lange tijd was voor hem de coöperatie ook de enige samenwerkingsvorm in de zuivelsector. Dat er echter ook sinds lange tijd producentenorganisaties actief zijn in verschillende EU landen, kwam voor hem als een verrassing.

Er zijn de laatste paar jaar ongeveer dertig nieuwe studies naar samenwerkingsvormen in de zuivelsector verricht waarvan een vijftal zich hebben gericht op PO’s. Dit betreffen echter allemaal literatuurstudies.
De Europese Commissie heeft het onderzoek naar onderhandelingsvormen in de zuivelsector opgedeeld in verschillende categorieën en de bijbehorende onderzoeksopdrachten aan verschillende Universiteiten uitbesteed. Het LEI (Wageningen Universiteit), neemt ook een deel van het onderzoek voor zijn rekening. Daarnaast wordt ook onderzoek verricht naar Amerikaanse samenwerkingsvormen zoals de Bargaining Associations.
Naast alle literatuurstudies is het ook van belang dat de ervaringen van betrokkenen in PO’s, worden meegenomen in het onderzoek. Omdat praktijk en theorie niet altijd gelijk op gaan.

Door middel van een groot aantal vragen over bijvoorbeeld de ontwikkeling van de DDB, de inhoud van de statuten, de positie van de leden qua zeggenschap en stemrecht, het democratisch gehalte binnen onze organisatie, de manier waarop we onze leden hebben geregistreerd, de doelstelling van onze organisatie en de problemen die we inmiddels zijn tegengekomen, worden we als het ware ‘gedwongen’ de visie van onze organisaties (de vragen gelden voor alle aanwezige organisaties) weer eens heel goed neer te zetten. En we merken dat er nog geen woord in onze visie en statuten veranderd hoeft te worden: ons ontstaansrecht is nog altijd even gerechtvaardigd en de verhoudingen in de zuivelketen nog steeds krom. Met als grootste verschil dat dit inmiddels door veel onderzoeken in opdracht van de Europese Commissie of Europese overheidsinstanties, wordt erkend. Waarvan het onderzoek waarvoor we in Berlijn zijn, één van de voorbeelden is dat er ook aan verandering en verbetering van de positie van melkproducenten wordt gewerkt. Dat stemt positief.

Wat minder positief stemt, zijn de praktijkvoorbeelden van de scheve verhoudingen in de zuivelsector. De reden waarom EMB-lid IG Milch bijvoorbeeld niet aanwezig kon zijn in Berlijn, is het feit dat een grote groep van hun leden ermee is geconfronteerd dat zij alleen een levercontract met melkverwerker Alpenmilch kunnen krijgen als ze hun Faironika’s van het erf verwijderen evenals de borden waarmee ze aangeven lid te zijn van IG Milch. Omdat deze groep melkproducenten nergens anders hun melk kunnen leveren momenteel, moeten ze ook genoegen nemen met een melkprijs van 28 cent. Het zijn voorbeelden als deze die de noodzaak tot heldere wetgeving over het voorkomen van machtsmisbruik en toezicht op machtsverhoudingen, meer dan duidelijk maken. Natuurlijk spreken we af dat er nog overleg volgt tussen professor Hanisch en onze Oostenrijkse collega’s over de problemen die zij tegenkomen.

Wij zijn blij dat we in dit onderzoek ook andere belangrijke praktijk informatie kunnen aandragen, zoals over de tekortkomingen van de mededingingswetgeving. Zodat in de toekomstige regelgeving omtrent de waarborging van rechten van producenten in coöperaties en producenten organisaties, rekening wordt gehouden met de praktijk.

We spreken aan het eind van het overleg af met het team van professor Hanisch dat we aanvullende data en onderzoeken door zullen sturen om hen nog meer inzicht te bieden in het functioneren van de zuivelketen en de gevolgen van het huidige beleid (o.a over de rendementen in de agrofoodketen van Rabobank/LEI en de berichtgeving van Dienst Regelingen over het geringe aantal agrarische bedrijfshoofden jonger dan veertig jaar).

Ik overhandig de professor ook alvast het onderzoek over de geschiedenis van de Nederlandse zuivelcoöperaties en de huidige positie van de leden in deze coöperaties, dat in opdracht van de EMB door professor Niek Koning werd samengesteld. We spreken af elkaar over een aantal weken weer te spreken over de voortgang van het onderzoek, voor ons een goede manier om het toekomstige zuivelbeleid positief te beïnvloeden.

Sieta van Keimpema, voorzitter

9.5.2012

Week 17 - Biologisch, eigenlijk heel logisch?

Kent u hem nog? Bovenstaande slogan: Biologisch, eigenlijk heel logisch? Hij werd door voormalig landbouwminister Veerman in 2002 geïntroduceerd, waarbij het ministerie van LNV zich op de borst klopte met de bijbehorende kreten “gezamenlijke inspanning”, “duurzaam ondernemen” en “het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid voor alle partijen”. Ja, ja, de Nederlandse overheid investeerde overtuigd in de biologische sector! Maar heeft deze wervende campagne ook werkelijk wat opgeleverd voor de Nederlandse biologische voedselproducenten?

Wat er sindsdien is gebeurd weet ik niet, maar uit de cijfers die ik onlangs voorbij zag komen tijdens het 6th European Organic Congress (6de Europese biologische Congres) van IFOAM in Kopenhagen op 17 en 18 april, blijkt dat vooral de Nederlandse overheid weinig tot niets investeert in deze sector. Terwijl ze bovengenoemde kreten nog steeds veelvuldig te pas en te onpas, gebruiken.

De verschillen in Europa zijn groot, blijkt uit de presentatie van Lizzie Melby Jespersen, Deense wetenschapper in dienst van ICROFS (internationaal onderzoekscentrum) tijdens het biologische congres. Zo ontvangt een boer in Italië 350 euro steun per hectare voor biologisch grasland, een Oostenrijkse boer tussen de 110 en 240 euro en een Nederlandse biologische boer niets…Terwijl ze in dezelfde markt vervolgens hun producten moeten verkopen. Mooi level playing field.
Jespersen onderschrijft de eerder tijdens het congres door mij gepresenteerde cijfers over de Nederlandse biologische melkveehouders die er slechter voor staan dan hun ‘gangbare’ collega’s. Dat wijzen de cijfers uit van het LEI over het groeiende verschil tussen de kritische melkprijs en de uitbetaalde melkprijs over de laatste tien jaar voor de biologische melkveehouderij. Jespersen vindt het geen wonder dat de biologische melkveehouderij in Nederland niet noemenswaardig groeit in verhouding tot andere Europese landen waar de biologische sector meer wordt gepromoot én financieel ondersteund door de overheid.

Zowel de DDB als de EMB maken geen verschil in belangenbehartiging tussen biologische en gangbare melkveehouders. Voor beide groepen geldt dat ze een kostendekkende melkprijs nodig hebben om te kunnen blijven voortbestaan. En terwijl het vroegere LNV en het hedendaagse EL&I nog steeds brallen over begrippen als duurzaamheid en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid voor alle partijen, is de realiteit anders. De Nederlandse en Europese overheden nemen helemaal geen verantwoordelijkheid. Ze leggen regels op die de kostprijs verhogen en verwijzen vervolgens naar ‘de markt’ waar de voedselproducenten hun prijs vandaan moeten halen. Terwijl er van een level playing field geen sprake is door de verschillende handelswijzen van de diverse EU-lidstaten. Die daarnaast consequent ‘de andere kant op kijken’ als het gaat om het toezien op verdeling van de machtsverhoudingen en de marktinvloed in de voedsel producerende ketens. Er is immers in de agro foodketen genoeg te verdienen, getuige het LEI rapport in opdracht van de Rabobank over de rendementen in verschillende landbouwketens. Overal prima rendementen, behalve voor de producenten. In alle ketens zitten zij op nul of ver daaronder.
En ook met de huidige ‘vergroening’ dreigen we weer de kant op te gaan van veel opgelegde eisen die de kostprijs verhogen zonder noemenswaardige compensatie, want de overheid doet niet aan kostenberekeningen, stel je voor: de markt moet het weer doen!

De resultaten van het mismanagement van overheden begint op veel plekken in de EU zichtbaar te worden. Twee voorbeelden: de Zweedse overheid legde verplichte weidegang op aan de Zweedse melkveehouders zonder compensatie van de extra kosten, de Zweedse melkveehouderijen verdwijnen in rap tempo omdat zij daardoor een concurrentie nadeel hebben dat in de markt niet wordt beloond. En in Nederland biedt de landbouwsector nog zo bitter weinig perspectief dat er nog maar een betreurend klein percentage van de Nederlandse boeren jonger is dan veertig jaar. Slechts 1600 bedrijfshoofden behoren tot deze groep relatieve jongeren (met de flink opgerekte leeftijdsgrens naar veertig jaar voor ‘jonge boer’ ben je immers niet ‘piep’ meer, wees eerlijk).

De overheid is aan zet. Niet om weer meer subsidies uit te delen, want het geld is op in de EU. Maar om er voor te zorgen dat de producenten van voedsel ook geld kunnen verdienen. Door heldere regels op te stellen die gelden voor de gehele keten en producenten beschermen tegen het bewust uithollen van hun bedrijven. Heldere regels waar bovendien toezicht op gehouden wordt, zodat een evenredige verdeling van de marges wordt gerealiseerd. Regels die inzicht geven over de opbouw van de kostprijs voor het produceren van voedsel. Dát is maatschappelijke verantwoordelijkheid en daar ontbreekt het aan bij de beleidsmakers die schijnen te denken dat ze door zich te bedienen van klinkende slogans en snelle kreten, de sector wel voldoende ten dienste staan.

Tegen de ongerijmdheid van het huidige beleid met betrekking tot de voedselproducenten zijn moediger stappen nodig. Stappen die wel positief resultaat opleveren, het evenwicht in de keten herstellen en ook klinkende munt opleveren voor voedselproducenten. Dat biedt perspectief en dan zullen jongeren onze sector weer aantrekkelijk vinden. Dat is pas logisch!

Sieta van Keimpema, voorzitter

voorgaande weblogs: week 41-17, week 27-40, week 14-26, week 1-13

17.2.2012

Kroatische melkveehouders protesteren tegen de zuiveldumpprijzen van Dukat (Lactalis)

Hamm/Zagreb,: In Kroatië suddert sinds begin dit jaar een conflict tussen de melkveehouders en Lactalis-melkverwerker Dukat, dat deze week is geëscaleerd.

Na de eenzijdige aankondiging van de Dukat melkfabriek dat de boerenmelkprijs zou worden teruggebracht van 2.67 kuna naar 2.3 kuna (ongeveer 30 eurocents) per kilo rauwe melk, hebben de melkproducenten van EMB- ledenorganisatie HSUPM, onderhandelingen gestart met de melkfabriek en het Landbouwministerie, de gesprekken zijn enige dagen geleden gestopt zonder resultaat.

Zelfs de eerder aan de melkproducenten uitbetaalde 2.67 kuna, dekte op geen enkele manier de kosten van de melkproducenten. Deze liggen rond de 4.09 kuna (52 eurocent). Echter, de melkfabriek is niet bereid om de oude melkprijs zelfs maar te betalen, die door de melkproducenten met kracht wordt geëist. Het argument van Dukat is dat de goedkoop geïmporteerde melk uit Bosnië en Servië in de supermarkten heeft geleid tot een melkprijs van 3.90 kuna (51 eurocent), en dat ze daarom geen hogere melkprijs aan de boeren kunnen uitbetalen.

De ongeveer 14.000 melkproducenten in Kroatië produceren 600 miljoen liter melk per jaar, slechts 50%v van de nationale behoefte. De andere 50% wordt geïmporteerd.

Wat de situatie in het bijzonder problematisch maakt voor de melkproducenten is het feit dat het Ministerie van Landbouw de subsidies met 30% heeft gekort. Daardoor staan de boeren nog verder onder zware financiële druk.

Dat is de reden waarom op 7 februari, melkproducenten vanuit het hele land op hun trekkers naar de melkfabriek in Zagreb zijn gereden om een waarschuwingsactie te organiseren. Twee dagen lang stonden 50 tot 100 trekkers in het park tegenover de melkfabriek, waar ze werden omsingeld door de politie. Hoewel de toevoerwegen naar de productielocaties vrij waren, heeft Dukat de vermeende blokkade als excuus aangegrepen om de melk op te halen bij de boerderijen.

Echter, de protesten vertonen de eerste signalen van succes. De politie heeft kennelijk zijn sterke aanwezigheid teruggedrongen en bekijken de situatie nu vooraleerst. Dukat heeft aangekondigd dat ze het ophalen van de melk weer hervatten.

Maar geplande gesprekken met het ministerie zijn sindsdien afgelast door de autoriteiten en de situatie is nog steeds erg onzeker voor de Kroatische melkveehouders.

De European Milk Board steunt de eis van de HSUPM’s voor een kostendekkende melkprijs en wenst de melkveehouders veel succes toe in de onderhandelingen.

16.2.2012

*** PERSBERICHT EMB ***

Gemiste kans! Positie melkveehouders niet beter van aangenomen Melkpakket

Met de door het Europees Parlement aangenomen resolutie blijft de noodzakelijke balans van de zuivelmarkt uit

Brussel/Hamm, 16 februari 2012. “Wat een klungelig resultaat”, was het commentaar van de voorzitter van de European Milk Board (EMB) Romuald Schaber, die namens de Europese melkveehouders reageerde op de recent door het Europees Parlement aangenomen Zuivelresolutie (“Melkpakket”).“De aangenomen resolutie voorziet in contracten tussen melkproducenten en zuivelverwerkers, maar de contracten zullen niet in heel Europa verplicht worden gesteld. Dat zal behoorlijke instabiliteit teweegbrengen in de zuivelmarkt, want nu kunnen de verwerkers de melkproducenten tegen elkaar blijven uitspelen. Producentenorganisaties kunnen namens de producenten onderhandelen, dat is op zich een goede zaak, maar er mag per organisatie slechts 3,5% van de totale melkproductie in Europa gebundeld worden, en niet meer dan 33% van de hoeveelheid die nationaal geproduceerd wordt. Dat is veel te weinig.”

Schaber geeft uitleg over de belangrijkste details van de resolutie. Als onderhandelingspartners hebben de zuivelverwerkers een marktaandeel dat in sommige gevallen al drie keer zo groot is als de in de resolutie gestelde limiet van 3,5%, waardoor de verwerkers in die onderhandeling altijd overmacht zullen hebben. Daarbij wordt het door de verschillende bepalingen in de resolutie voor de leden van zuivelcoöperaties juist extra moeilijk om een producentenorganisatie namens hen de onderhandelingen te laten voeren.

Schaber benadrukt dat de nieuwe regels geen enkele garantie geven voor een gezonde markt, ook al zijn er enkele bepalingen die enigszins in de goede richting gaan. “Positief is bijvoorbeeld, dat in de uitwerking van de resolutie gesproken wordt over een Europees prijsmonitoringsinstrument. Maar nadere uitleg hierover wordt niet gegeven. Bovendien suggereert de naam “prijsmonitoringsinstrument”, dat alleen prijzen gemonitord zullen worden,” aldus Schaber. Maar dat is onvoldoende. De kostprijs van melk, het aanbod en de vraag moeten ook vastgelegd worden door dit monitoringsinstrument. Naast de functie van marktobservatie moet het monitoringsinstrument ook de taak krijgen om in te grijpen in die markt, om onbalans zoveel mogelijk tegen te gaan.

Zoals elk huis op een solide fundament gebouwd moet zijn, heeft de zuivelmarkt ook een goed raamwerk nodig, dat ervoor zorgt dat alle partijen op een faire manier met elkaar kunnen omgaan, zonder dat één van de partijen te dominant wordt.

Het Melkpakket dat nu is aangenomen biedt dit raamwerk niet. Het bevat geen ondubbelzinnige verbeteringen voor de Europese melkveehouders; in plaats daarvan verankert het Melkpakket de Europese melkveehouders nog dieper in hun toch al zwakke marktpositie. Voor de EMB is het overduidelijk dat het zuivelbeleid drastisch verbeterd zou moeten worden, in het belang van consumenten en producenten. De Europese melkveehoudersorganisatie zal, samen met andere maatschappelijke organisaties, blijven doorgaan met het doen van constructieve voorstellen en de Europese politici op hun verantwoordelijkheden blijven wijzen.

19.1.2012

EMB: Zowel voor de financiële markten als voor de melkmarkt geldt: zonder duidelijke regels gaat het niet!

Aanpak voor de Europese melkproductie

Hamm / Berlijn, 19.1.2012: De internationale financiële en schuldencrisis toont aan dat de vrije marktwerking leidt tot gevaarlijke situaties, die de sector in diepe crisis stort. Hetzelfde geldt voor de zuivelmarkt. Die is nu al overvol en zal door de geplande deregulering - zoals de afschaffing van de quota in 2015 – steeds verder richting afgrond gaan. De trend gaat naar extreem lage en sterk fluctuerende prijzen en daarmee tot een grotere afhankelijkheid van de melkveehouders van zuivelbedrijven en banken. Duidelijke regels zijn nodig om te zorgen voor een goed functionerende en gezonde markt.

Zonder een effectief financieel toezicht, zonder transparantie en het uitschakelen van de gevaarlijke speculatie, gaat het in de financiële sector niet. Ook in de zuivelsector vragen sterke tekortkomingen in de structuur naar ingrijpende maatregelen. Boeren hebben geen onderhandelingspositie in de huidige situatie en kunnen dus niet gericht hun aanbod op de vraag van de consument afstemmen.

Lering en oplossingen voor de zuivelmarkt Om hun onderhandelingspositie ten opzichte van de verwerkers te versterken, moeten zowel coöperatieve leden als producenten die leveren aan particuliere zuivelfabrieken, de mogelijkheid hebben om lid te worden van een producentenvereniging, die voor hen onderhandelt. Een dergelijke producentenorganisatie moet tot eenzelfde bundelingsgraad kunnen bundelen als de zuivel dat kan.

Om een marktoverkoepelende aanpassing van het aanbod aan de vraag mogelijk te maken, moet een monitoringsinstantie geïnstalleerd worden. Haar taak is het vastleggen van belangrijke gegevens zoals kosten van de productie, de prijzen en de hoeveelheden van vraag en aanbod. Op basis hiervan berekent zij volume aanpassingen, dat wil zeggen, berekent hoeveel moet worden geproduceerd, zodat a) het aanbod zich aan de vraag aanpast en b) een kostendekkende melkprijs voor de producenten en c) een billijke melkprijs voor de consument wordt bereikt.

Gevaarlijke speculatie Speculatie heeft de financiële sector verwoestend laten fluctueren. Het is onduidelijk of de markt zich hiervan kan herstellen. Dat voedingsmiddelen zoals melk onderwerp van speculatie kunnen zijn, is onverantwoord. De zogenaamde stille tsunami - zoals voedingsdeskundigen gevaarlijke wereldprijsstijgingen van basisvoedsel noemen, die o.a. terug te voeren zijn op speculatie met voedsel op termijnbeurzen – heeft volgens de Wereldbank alleen al tussen juni 2010 en april 2011 44 miljoen mensen ondergedompeld in armoede.

De werking van de financiële en zuivelsector moet worden hersteld. Het publieke vertrouwen in de markten is ernstig beschadigd. In de toekomst moet worden aangetoond, dat zij in het belang van onze samenleving kunnen functioneren. En dat gaat alleen met duidelijke regels!

07.12.2011

*** PERSBERICHT EMB ***

Belangen melkveehouders in het nieuwe Melkpakket naar zijspoor verbannen

Principeakkoord tussen EU Commissie, Parlement en Ministerraad negeert de situatie voor melkveehouders totaal

Brussel/Hamm, 7 december 2011: „De Europese melkveehouders zijn erg teleurgesteld!“, reageert Romuald Schaber, president van de European Milk Board (EMB), op het bereikte principeakkoord tussen Commissie, parlement en ministerraad met betrekking tot de hervorming van de zuivelmarkt.
De doelstelling om de positie van de producenten te versterken wordt door deze besluiten bij lange na niet gehaald.
“Als contracten tussen producenten en de melkfabrieken niet verplicht worden gesteld in de gehele EU, maar door iedere lidstaat zelf kan worden besloten of ze deze contracten wel of niet invoert, dan kan de positie van de Europese producenten op de markt eenvoudigweg niet verbeterd worden”, aldus Schaber.
En omdat, zoals het er naar uitziet door het principeakkoord van 6 december, leden van coöperaties zoals voorheen geen contracten af kunnen sluiten, zullen in het bijzonder zuivelcoöperaties de melkprijs zonder pardon kunnen blijven drukken.
Ook de begrenzing van de bundelingsgraad voor producentenorganisaties om gezamenlijk met de melkfabrieken te kunnen onderhandelen tot 3,5 procent (op Europees niveau) en 33 procent (nationaal niveau), is extreem problematisch. Want het marktaandeel van een groot aantal melkfabrieken is nu al veel hoger dan de voor melkproducenten vastgestelde limiet. Met deze zuivelgiganten moet de klein gehouden producentenorganisatie zonder werkelijke marktmacht onderhandelen.
„Het EU Parlement heeft in de onderhandelingen met de Commissie en de Ministerraad onvoorstelbaar veel veren moeten laten,”meent Schaber. Naast een hogere bundelingsgrens tot 40 procent van het nationale melkvolume en de EU brede verplichting tot contracten, is ook het oorspronkelijk door het EU parlement voorgestelde Monitoringsagentschap, niet in de voorstellen van de drie EU instituten opgenomen.
Het feit dat kaas die met beschermde oorspronkelijkheidsaanduiding of met beschermde geografische specificatie wordt geproduceerd, mogelijk kan worden beschermd met aanbodsregulering, is niets anders dan een schaamteloze misleiding. “Aanbodsregulering moet voor de gehele melkmarkt gelden anders raast iedereen – en in het bijzonder de melkproducenten – zonder remmen naar de volgende crisis”, aldus Schaber.

17.11.2011

Afscheid van Liberalen

Op de algemene ledenvergadering van de IG Milch in Oostenrijk, kreeg Lars Hoelgaard, Directeur Generaal van de Europese Commissie lan dbouw, een rode lampion aangeboden van EMB bestuurder Erwin Schöpges als symbool voor het gefaalde beleid van d  e liberale Deense landbouwlobby. Nu Hoelgaard ook met pensioen gaat, is na Marianne Fischer Boel en Rasmussen, de laatste liberale Deen uit Brussel vertrokken. “Winst voor ons”, aldus Schöpges. 

13.10.2011

Monitoringscommissie goed alternatief voor verlies van toeslagrechten

Als de DDB één ding duidelijk is geworden uit de plannen die eurocommissaris Ciolos aangaande de Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid gisteren heeft gepresenteerd, is het de grote noodzaak voor een monitoringscommissie met daarin een continue kostprijsberekening waarop de uitbetaalde boerenopbrengstprijs zal worden gebaseerd.

Dat de Nederlandse boeren flink in moeten leveren op toeslagrechten mag voor niemand een verassing zijn. De DDB en de EMB hebben deze voornemens van de Europese Commissie al lange tijd vermeld en ook de andere landbouworganisaties waren hiervan op de hoogte. Dat landbouworganisaties zich voornamelijk hebben ingezet voor behoud van de toeslagrechten, terwijl de realiteitszin daarvan in twijfel kon worden getrokken door de huidige financiële situatie in de EU en de reeds genomen besluiten aangaande het EU landbouwbudget, is een gemiste kans gebleken en een dure tegenvaller voor de Nederlandse boeren. Beter had men zich tegelijkertijd samen met de DDB en de EMB in kunnen spannen voor het versterken van de positie van de primaire producenten.

Ook het aangekondigde vangnet met interventie, particuliere opslag en exportsubsidies, zijn geen manieren om inkomenscrises voor producenten in de toekomst te voorkomen. De genoemde extra verzekeringsvormen zijn daarvoor ook al niet geschikt. Deze verzekeringen zijn al voorhanden in de VS en blijken voor voedselproducenten geen oplossing voor hun slechte financiële positie en beperken geenszins de volatiliteit van de markt.

De oplossing voor verschillende problemen waar producenten mee te maken hebben: gebrek aan positie in de markt, structureel te lage inkomens en prijsvolatiliteit, zijn alleen op te lossen met een zogenoemde monitoringscommissie. Deze commissie houdt de markt nauwlettend in de gaten, geeft productieadviezen aangaande het volume dat geplaatst kan worden in de markt, laat de kostprijs berekenen voor de productie van bijvoorbeeld een liter melk en is het orgaan waarbinnen op basis van de kostprijs, de onderhandelingen tussen producenten en afnemers plaatsvinden.
Alleen door op deze manier de markt tegemoet te treden ontstaat een stabiele, duurzame en transparante markt waarbinnen producenten hun inkomen uit de markt genereren. Dan kunnen de euro’s die nu als toeslagrechten worden toegepast, op termijn worden ingezet voor extra (groene, blauwe) diensten aan de maatschappij.

De DDB dringt er bij haar collega belangenorganisaties op aan, zich in te zetten voor een structurele verbetering van de positie van de voedselproducent – in alle sectoren! De ongelijkheid in de verdeling van de marges in de voedselsectoren en de structureel te lage opbrengstprijzen voor boeren verbeteren niet door de voorgestelde hervormingen. Ook jonge boeren zullen uiteindelijk zonder aanvullende steun moeten werken.
Toekomstperspectief wordt alleen geboden in een stabiel, marktgericht systeem dat rekening houdt met de uitgangspositie van alle schakels in de keten.

De DDB en de EMB voeren de komende maanden gesprekken met parlementariërs, EU landbouwministers en betrokken partijen in de zuivelsector om de noodzaak van de monitoringscommissie voor de zuivelmarkt, opnieuw onder de aandacht te brengen.

06.10.2011

*** PERSBERICHT EMB ***

EU-Landbouwministerraad negeert de bedreiging van het voortbestaan voor melkveehouders

Bij de onderhandelingen over de Hervorming van het zuivelbeleid verzet de EU Landbouwministerraad zich koppig tegen belangrijke stappen vooruit, zoals een monitoringscommissie en verplichte contracten voor melkverwerkers in de gehele EU

Brussel/ Hamm, 06.10.2011: „Het is onbegrijpelijk hoe de EU Raad met zijn koppige houding de weg naar belangrijke stappen vooruit op de zuivelmarkt, regelrecht verspert“, aldus de president van de European Milk Board (EMB), Romuald Schaber. Momenteel voeren het EU parlement, de EU Commissie en de EU Landbouwministerraad onderhandelingsgesprekken over het Melkpakket – een eerste hervorming van de melkmarkt. „Zoals uit de eerste schriftelijke rapportage van de Landbouwraad blijkt, negeert de Raad de voorstellen die het EU Parlement heeft ingebracht en die tenminste enkele kleine stappen vooruit konden betekenen bij het overwinnen van de crisis“, vervolgt Schaber.

Het parlement stelt bijvoorbeeld een EU-brede verplichting voor contracten tussen producenten en melkfabrieken voor, waartegen de Landbouwministerraad zich verzet. Door deze contracten, die zich oriënteren op de productiekosten en uitonderhandeld worden door producentenorganisaties die producenten vertegenwoordigen van meerdere melkfabrieken, bestaat voor producenten de kans om een eerlijke prijs voor hun melk te ontvangen.
Dit resultaat wordt niet bereikt als – zoals de Landbouwraad ogenschijnlijk wil –ieder afzonderlijk land beslist of hij contracten verplicht invoert of niet.

Het schriftelijke rapport van de Landbouwraad toont verder aan, dat men ook de zogenoemde monitoringscommissie, die het parlement heeft voorgesteld na gesprekken met de EMB, niet worden opgenomen in de uiteindelijke Melk Markt Verordening. Dit instrument zal volgens het parlement onder andere marktcijfers over het volume, melkprijs en kosten bevatten. Zelfs al is hier nog geen actieve volumeregulering mee geregeld, dan zou de monitoringscommissie als markttoezichthouder een begin zijn.
„Alleen door een monitoringscommissie kan na de afloop van de quotering worden verhinderd, dat in de EU schadelijke overschotten worden geproduceerd en de markt nog dieper in een crisis wegzinkt“, verklaart Schaber de betekenis van een dergelijk instrument.

Problematisch is ook dat de Landbouwministerraad van plan is om de producentenorganisaties, die voor melkproducenten contracten moeten uit onderhandelen, qua volume sterk te beperken. 33 Procent van het nationale melkaandeel en 3,5 procent van het EU-aandeel zijn te gering om producentenorganisaties de nodige onderhandelingskracht te geven. Melkfabrieken bereiken wel niveaus van 95% van de nationale markt. Daarmee kunnen ze een producentenorganisatie die dit aandeel nooit mag bereiken, de contractvoorwaarden – en daarmee een ontoereikende lage melkprijs – eenvoudigweg dicteren.

Terwijl in de EU tot nu toe de EU Landbouwraad en de Commissie alles alleen hebben beslist, is nu ook het parlement bij besluiten betrokken. Het is echter nog maar de vraag of deze democratischer besluitvorming ook werkelijk wordt gerealiseerd. “Zoals men nu jammer genoeg kan zien, schijnt het oude tweespan – Landbouwraad en Commissie – wederom de parlementaire mening niet op te willen nemen“, bekritiseert Schaber de situatie in Brussel. Wil men in de politiek de melkcrisis werkelijk oplossen of hierover alleen maar een beetje druk doen? Niets doen, zal in de EU al snel leiden tot Zwitserse toestanden. In 2009 heeft de Zwitserse politiek het melkquotum afgeschaft zonder een verstandige opvolgregeling voor de melkmarkt te regelen. De producentenprijzen bevinden zich sindsdien in een neerwaartse spiraal. Voor de Europese melkveehouders is het niet te begrijpen, hoe lichtvaardig en onwetend men in het bijzonder in de EU Landbouwministerraad, kansen verspeelt om de melkmarkt in evenwicht te brengen en om te gaan met de zware crisis. De problemen in de melkveehouderij worden niet serieus genomen; de protesterende melkveehouders worden over het hoofd gezien. Men heeft vergeten, dat het hun protesten waren, die de politiek gedwongen heeft, de situatie in de melksector op de politieke agenda te zetten.

03.07.2011

Herhaling ‘Boeren zonder grenzen’, met de DDB naar Canada

 Vanaf zondag 3 juli 17.00 uur start op televisiezender Omrop Fryslân de herhaling van de serie ‘Boeren zonder grenzen' (op Nederland 2 wordt deze aflevering zaterdag 9 juli van 10.30-11.00 uur uitgezonden). Deze serie van 6 programma’s gaat over de toekomst van de melkveehouderij na 2015. Hoe bereiden melkveehouders zich voor op de liberalisatie van de zuivelmarkt? 

Aan oa. de afleveringen op 3 juli heeft de DDB volop haar medewerking verleend. De eerste aflevering draagt als titel ‘De Actievoerder’ en bevat opnames van de EMB-demonstratie in Brussel op 12 juli 2010, zien we hoe DDB-voorzitter Sieta van Keimpema door de cameraploeg van Omrop Fryslân wordt gevolgd naar Canada waar zij op de ledenvergadering van de Canadese Milk Board te gast is, en dat zij een Canadese supermarkt bezoekt.

In de tweede aflevering op 10 juli (nederand 2 16 juli) met de titel ‘De verhuizers’, bezoekt Van Keimpema Friese emigranten die in Canada een melkveebedrijf zijn begonnen. De emigranten vertellen waarom zij voor Canada hebben gekozen en hoe het boeren hen bevalt onder het Canadese melkreguleringsysteem.

Zie voor meer informatie de site van Omrop Fryslân: http://www1.omropfryslan.nl/TV_Frysl%C3%A2n_DOK_03-07-11-1900.aspx

29.06.2011

EMB-persbericht

Maar weinig licht aan het einde van de tunnel

Besluitvorming in de landbouwraad van het EU-Parlement over Melkpakket bevat slechts kleine lichtpuntjes – daarom blijft toekomst melkmarkt ongewis

Men heeft in de landbouwraad van het EU-Parlement lang geworsteld met de compromissen betreffende de hervorming van het zuivelbeleid. Het resultaat waar gisteren over gestemd is, bevat nog grote tekortkomingen, maar toont ook aan dat het politieke werk van de EMB duidelijk vruchten heeft afgeworpen. Lichtpuntjes zijn de geplande EU-brede plicht voor levercontracten en de invoering van een meldsysteem voor aangeleverde melk. Extreem problematisch is het feit dat de coöperaties zijn vrijgesteld van belangrijke regelingen en er in de contracten tussen melkproducenten en verwerkers vage prijsformules toegestaan worden.

Brussel/ Hamm, 28.06.2011: In weinig woorden vat de president van de European Milk Board (EMB) Romuald Schaber, de mening van de Europese melkproducenten over het resultaat van de Landbouwraad samen: “Het werk van de Europese melkveehouders is zeker niet voor niets geweest, omdat een klein deel van de eisen van de EMB in het besluit zijn opgenomen. Het eindresultaat van de landbouwraad van het EU-Parlement is echter totaal ongeschikt om de uitdagingen van de melkmarkt aan te pakken. De volgende melkprijscrisis is met de huidige besluiten niet te voorkomen.”

Kleine lichtpuntjes
De EMB beschouwt het aangekondigde meldsysteem, waarbij gegevens over aangeleverde volumes en verkoopprijzen van melk door iedere lidstaat aangeleverd moeten worden, als positief. “Dat maakt het mogelijk om de markt beter in de gaten te houden en moet zeker tot een Europese monitoringscommissie worden uitgebouwd”, aldus Romuald Schaber. “Aansluitend moet deze monitoringscommissie de kosten voor de productie van melk voor de gehele EU bij gaan houden, zodat er een bandbreedte voor de melkprijs kan worden aangehouden. Dan kan het aanbod dienovereenkomstig aan de vraag worden aangepast.”

Ook het volgende punt vindt de EMB erg positief: De EU-Commissie wilde eerder nog ieder land zelf de keus laten of zij verplicht contracten in wilden voeren of niet, het EU-Parlement heeft echter besloten om de contracten verplicht te stellen in de gehele EU.
“Zelfs al moet bij de voorwaarden voor deze contracten nog veel worden verbeterd, dan nog is het feit dat ze in de gehele EU zullen gelden, een goed begin”, stelt Schaber. “Want alleen dan wordt de totale markt door dezelfde regels ondersteund, waardoor voor melkproducenten overal dezelfde regels gelden. Het gevaar dat producenten tegen elkaar worden uitgespeeld is dan al minder”, voegt de EMB-president toe.

Daarnaast is de sprong voorwaarts bij de bundelinggraad voor producentenverenigingen van 33% in het voorstel van de EU-Commissie naar 40% in het besluit van de Landbouwraad van het Parlement, als positief resultaat van het lobbywerk door de EMB te beschouwen.
De grens van 3,5% voor de internationale bundeling in de EU ligt echter nog steeds ver achter op de behoeften van de markt. “Terwijl melkfabrieken steeds verder fuseren, worden de melkproducenten opgescheept met de harde regel dat zij niet meer dan 3,5% van de melk mogen bundelen. Daarmee is onderhandelen op gelijke hoogte, uitgesloten”, legt Schaber de vinger op de zere plek.

Problematische besluiten
Extreem onbevredigend is het besluit om coöperaties te ontslaan van de plicht tot het afspreken van een vaste melkprijs met hun producenten. Ze zijn zo opnieuw in de comfortabele positie om hun leden pas weken nadat de melk is opgehaald, hun melkprijs te laten weten. In veel EU-landen zijn meer dan de helft van de melkveehouders lid van een zuivelcoöperatie. “Zij lijden net zozeer onder de lage melkprijzen als hun collega’s bij particuliere ondernemingen – maar krijgen echter niet de mogelijkheid om door vooraf te onderhandelen met hun coöperatie, iets aan deze situatie te veranderen”, aldus Schaber.
Maar ook voor diegenen die via contracten kunnen onderhandelen, is de minimumprijs nog steeds geen verleden tijd. Want de voorwaarden voor contracten die door de Landbouwraad zijn vastgelegd, zijn niet doeltreffend. “Er kan een prijs tussen de verwerker en de melkproducent worden afgesproken, maar het hoeft niet. Met vage prijsformules of zaken in het licht van de marktontwikkelingen – met andere woorden een vrijbrief om de melkprijs te drukken tegenover de producenten die zwak in de markt staan – heeft de Landbouwraad hier in voorzien”, voegt het Franse EMB-bestuurslid, Anton Sidler, een belangrijk punt van kritiek toe. Bitter voor de producenten is tot nu toe dat van een koppeling tussen de volledige kostprijs en de opbrengstprijs in het besluit geen sprake is. Even kritisch is de EMB over de Interbranch-organisaties, waarin volgens de Landbouwraad diverse vertegenwoordigers van de zuivelmarkt gelijktijdig moeten deelnemen. Sidler daarover: “Hier wordt een besluiteloze en daardoor tandenloze tijger op de melkmarkt gezet. Hoe weinig positief een dergelijk instituut kan reageren op de markt, toont het voorbeeld uit Zwitserland overduidelijk aan.”

Ondanks de ontoereikende besluiten door de Landbouwraad is opgeven voor de EMB geen optie. “Wij producenten zullen de politiek met alle duidelijkheid er aan herinneren, dat hun besluiten niet voldoende uitgekristalliseerd zijn en een volgende crisis op de melkmarkt niet kunnen voorkomen. We zullen ook in de toekomst constructieve voorstellen in het belang van de melkveehouders en de consumenten inbrengen en de bundeling van melkproducenten naar voren brengen”, onderstreept Schaber het verdere voortgaan van de EMB. Zijn Franse collega Anton Sidler voegt toe: “We moeten en zullen gezamenlijk met andere maatschappelijke groeperingen een lange politiek adem hebben.
Dat zijn we aan de landbouwsector, de consumenten en onze gezinnen, verschuldigd.”

04.05.2011

Bekijk hier een nieuwsvideo en een fotovideo op youtube

Rook stijgt op bij het Europees Parlement in Brussel

Afgevaardigde melkveehouders vestigen de aandacht op de urgente problemen op de zuivelmarkt en presenteren concrete eisen aan Parlementsleden

Met 14 Faironika’s, de levensgrote koeien in de nationale kleuren van de leden van de EMB, kwamen de afgevaardigde melkveehouders naar het Place Luxembourg om uit te leggen waarom het nodig is om melkveehouders toe te staan om zich voldoende te kunnen bundelen in onafhankelijke producentenorganisaties en om een monitoringsinstantie op te zetten die toezicht moet houden op de zuivelmarkt. Volgens hen is dit een randvoorwaarde voor duurzame landbouw in het belang van de consument.

04/05/2011 Brussel: Binnen drie weken, op 24/25 mei 2011, gaat de Landbouwraad van het Europese Parlement een besluit nemen over het rapport van James Nicholson, dit rapport gaat in op de voorgestelde wetgeving van de Europese Commissie voor de zuivelmarkt. Naar de mening van bij de EMB aangesloten melkveehouders bevat het huidige wetsvoorstel overduidelijke zwaktes en zal zij er niet in slagen om de versterking van de positie van melkveehouders, welke het Parlement ook voorstaat, te realiseren.

Toch denken delegaties van de verschillende EU-landen dat er nog goede mogelijkheden zijn om het rapport te verbeteren met concrete wijzigingen. Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB: “We zijn hier vandaag bij het Europees Parlement in Brussel bijeen om eens te meer onze voorstellen over te brengen aan geïnteresseerde Parlementsleden, met nog meer urgentie dan voorheen. Er hangt vuur in de lucht, symbool voor de opnieuw te verwachten crises op de zuivelmarkt als de melkveehouders niet de mogelijkheid gegeven wordt om zich binnen een wettelijk basiskader te verenigen, om invloed te kunnen uitoefenen op de zuivelmarkt en om zo eerlijke prijzen tot stand te kunnen brengen.” Het cruciale punt bij deze bundeling is dat dit op nationaal niveau ongelimiteerd zou moeten kunnen plaatsvinden en op Europees niveau tot een bundeling van 30% zou moeten kunnen gaan.

Willem Smeenk, lid van het dagelijks bestuur van de EMB, voegt toe: “Bundeling brengt onvermijdelijk met zich mee dat producenten zich verenigen in onafhankelijke producentenorganisaties, of ze nou leveren aan een private of coöperatieve onderneming.” Tot nu toe rept het wetsvoorstel hier niet over, integendeel, veel onderdelen van het voorstel zijn er op gericht om coöperaties te beschermen en verbieden het zogenaamde dubbele lidmaatschap van coöperaties en producentenverenigingen. EMB-voorzitter Romuald Schaber zegt hierover: “Grote coöperaties en producenten hebben niet dezelfde belangen als het op de melkprijs op het boerenerf aankomt. Dat is ook de reden waarom producenten de mogelijkheid moeten hebben om via hun eigen producentenorganisaties van één op één tegenover de verwerkers verkoopvoorwaarden en basisprijzen moeten kunnen afdwingen.”

Schaber gaat verder: “De zuivelmarkt is een extreme complexe internationale markt die er voor zou moeten zorgen dat Europese consumenten voorzien worden van duurzaam geproduceerde zuivelproducten van hoge kwaliteit. De EU moet een raamwerk realiseren dat de zuivelmarkt en haar spelers de mogelijkheid geeft om haar maatschappelijke functie te vervullen. (…)

Door toezicht te houden op de markt en door met prijsvoorwaarden te komen die gebaseerd zijn op productiekosten zou een monitoringsinstantie daarnaast ervoor moeten zorgen dat de hoeveelheid melk die geproduceerd wordt, overeenstemt met de vraag naar melk. Wanneer de positie van producenten verbeterd wordt door meer bundelingsmogelijkheden zullen kostendekkende melkprijzen mogelijk zijn in de toekomst.” Vertegenwoordigers van consumenten zouden in staat gesteld moeten worden om deze instantie te ondersteunen door hen te betrekken bij de oprichting ervan omdat ook zij belang hebben bij een betrouwbare toevoer van vers voedsel en bij boerenbedrijven die ook werkelijk van boeren zijn en bij faire prijzen in de hele voedselketen, van producent tot consument.

Wanneer dit niet gebeurt, zo maakten de delegaties uit de verschillende EU-landen duidelijk door Bengaalse vuren te ontsteken, zal de volgende zuivelcrisis ontbranden en alleen maar de vitaliteit van de sector verwoesten. De leden van het Parlement hebben nu de mogelijkheid om te investeren, niet in dure crisis-ontstekers zoals exportsubsidies of interventie, maar veel meer in slimme wetgeving en kosteneffectieve, betrouwbare kaders voor zuivelproductie.

Na de demonstratie bij het Europees Parlement liepen de melkveehouders in een optocht naar de Europese Commissie om daar tegen het ultraliberale beleid van de Europees Commissaris voor Handel Karl de Gucht te demonstreren. Erwin Schöpges, lid van het uitvoerend bestuur van de EMB voor België: “De heer De Gucht vernietigt landbouwstructuren met een beleid van ‘wereldmarktconcurrentie tegen elke prijs’; de enigen die profiteren zijn zuivelbedrijven en banken.” De aanwezige melkveehouders lieten bovendien nog hun sympathie blijken voor hun collega’s in Canada die al langere tijd een kostendekkende melkprijs ontvangen door systematisch de productie op de vraag aan te passen. Wanneer De Gucht zijn zin krijgt dan zal de Canadese markt weldra overspoeld worden met goedkope Europese landbouwproducten.

20.4.2011

Oproep!

De DDB roept haar leden op om deel te nemen aan een EMB-demonstratie voor het Europees Parlement op 4 mei a.s.

Binnenkort worden er op Europees niveau belangrijke besluiten genomen over het toekomstige zuivelbeleid. De DDB en de EMB maken zich er sterk voor dat melkveehouders een gelijkwaardige positie in de keten krijgen waardoor we eindelijk over een eerlijke melkprijs kunnen onderhandelen zodat ons werk ook wordt betaald. Voor het eerst beslist het Europees Parlement mee over het toekomstige zuivelbeleid. Eind mei worden er in de EU Landbouwraad van het Europees Parlement wetsvoorstellen aangenomen over dat toekomstige zuivelbeleid. Wij willen er zeker van zijn dat de Europese volksvertegenwoordiging, die het Parlement is, ook de mening van het volk vertegenwoordigt. Want de Europese burgers hebben klip en klaar verklaard dat zij een eerlijke melkprijs voor melkveehouders wensen.

De EMB houdt op 4 mei een grote symbolische demonstratie waarbij een delegatie uit ieder EMB ledenland aanwezig zal zijn. Uw deelname is hierbij essentieel om aan de parlementsleden de ernst van onze situatie duidelijk te maken. De Europese melkveehouders moeten in de gelegenheid worden gesteld om zich goed te mogen bundelen en dat een monitoringscommissie absoluut noodzakelijk is om de zuivelmarkt goed in beeld te brengen. De demonstratie zal van 12.00 uur tot 15.00 uur plaatsvinden op het Place de Luxembourg in Brussel.

Geef u uiterlijk vrijdag 29 april op door een mail te sturen naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken óf bel naar de DDB telefoon: 06 30105890.
De DDB regelt dan zoals u dat van ons gewend bent, het vervoer naar Brussel.
Ga mee en maak uw volksvertegenwoordigers in Brussel duidelijk dat het ons ernst is!

14.3.2011

EU-zuivelbeleid: gezamenlijke verklaring van de ECVC en EMB

Brussel: Op 15 maart 2011 zal James Nicholson, lid van het Europees Parlement, zijn verslag over het melkpakket van de Europese Commissie aan het Landbouwcomité van het Europees Parlement presenteren. Zowel de European Coordination Via Campesina (Europese Coördinatie Via Campesina) als de European Milk Board wenst te benadrukken dat noch het melkpakket zelf, noch de wijzigingen die in het Nicholson-ontwerprapport staan, zelfs maar in de buurt komen van het bereiken van een beter functionerende markt voor zuivelproducten met eerlijke prijzen voor producenten.

Naar de mening van beide Europese organisaties is de actieve inzet van de EU-bevoegde internationale instanties essentieel voor de vormgeving en uitvoering van de instrumenten van het EU-zuivelbeleid. Uiteindelijk is het doel van de maatregelen om toekomstige marktverstoringen te voorkomen, terwijl de melkproducenten in de gelegenheid gesteld moeten worden een marktprijs te ontvangen die hun productiekosten dekt. Een effectief beheer van het aanbod voor de gehele markt is van essentieel belang voor het bereiken van deze doelstellingen. Verdere belangrijke doelstellingen van het Europees beleid die moeten worden bereikt, zijn transparantie in de markt en een eerlijke verdeling van de winstmarges binnen de keten.

Contracten tussen producenten en verwerkers kunnen alleen juridisch aanvaardbaar zijn, als ze ten minste rekening houden met de gemiddelde kostprijs van de melkproductie in de EU.

10.3.2011

Landbouwdebat in Paradiso

Zaterdag 12 maart a.s. presenteert ‘Platteland als Podium’ in samenwerking met Asko Schonberg en Paradiso Amsterdam een debat over de landbouw met als thema “Wat is er nodig om van de landbouw weer het economisch trekpaard te maken dat het ooit was?”

Het programma begint om 11.00 uur met een tractoroptocht door Amsterdam.
Van 12:00 uur tot 13.30 uur begint een boerenlunch met muzikale optredens en een speech van Sicco Mansholt.
Het landbouwdebat, begint om 13:45 uur tot ongeveer 15.00 uur. Euro parlementariërs Bas Eickhout en Dirk van den Bosch van de Groenlinksfractie nemen deel aan het debat. Sieta van Keimpema neemt voor de DDB deel en Erik Weel voor de vakgroep pluimveehouderij van LTO-Noord.

Wilt u aanwezig zijn bij de ‘Boerenbrunch met lezing en rondetafelgesprek’? Dan kunt u als u DDB-lid bent voor het gereduceerde tarief van €8.50 er bij zijn.

Kijkt u voor meer informatie op de site van http://www.plattelandalspodium.nl/?page_id=31 onder ‘slotmanifestatie Paradiso’.

24.2.2011

Melkproducentenvertegenwoordigers uit 14 Europese landen zijn het eens: Het "melkpakket" van de EU-Commissie moet uitgebreid worden herschreven om de toekomst van de melkproductie in Europa veilig te stellen

Op de conferentie van de European Milk Board (EMB) die van 22 tot en met 24 februari in Dublin heeft plaatsgevonden, was men unaniem van mening dat een grotere bundeling van de melkproducenten in onafhankelijke organisaties van essentieel belang is. Ook controle en regulering van de zuivelmarkt op EU-niveau zijn noodzakelijk om de prijsvorming van melk voor de melkproducenten op een effectieve manier tot stand te brengen.

24/02/2011 Dublin: De vertegenwoordigers van de EMB waren het er over eens op de conferentie in Dublin dat sommige van de voorstellen van het melkpakket van de EU-commissie vooruitstrevend zijn.
Maar van de noodzakelijke versterking van de positie van de producenten op de zuivelmarkt komt niets terecht.

Romuald Schaber, voorzitter van de EMB, bekritiseerde met name de voorgestelde beperking van de bundeling van producenten op Europees niveau tot 3,5% en 33% op nationaal niveau.
Met een dergelijke beperking doet men geen recht aan de positie van de producent op de zuivelmarkt. Hij wees erop dat het marktaandeel van enkele zuivelfabrieken reeds de aangegeven concentratie overschrijdt en noemde het voorbeeld van Arla Foods dat 95% van de Deense markt in handen heeft en FrieslandCampina met 8,8% van de totale Europese markt.

"Ons wordt herhaaldelijk verteld dat de coöperaties willen fuseren en nauwer samenwerken op Europees niveau. Deze trend is al zichtbaar. De politici in Europa en de lidstaten moeten hier terdege rekening mee houden als ze de positie van de boeren willen versterken in de voedselketen zoals ze beweren," zei Schaber. Jackie Cahill, voorzitter van de Ierse Creamery Milk Suppliers Association (ICMSA), lid van de Ierse Vereniging van de EMB ondersteunt de argumentatie van Romuald Schaber.

"We zien een toenemende concentratie van de reeds grote verwerkende zuivelondernemingen en handelsconcerns zonder dat de EU-Commissie zich zorgen lijkt te maken. Tegelijkertijd krijgen de producenten van levensmiddelen en de boeren geen steun bij hun inspanningen om zich te kunnen bundelen. De Commissie is kennelijk tevreden met de opmerking dat de mensen die levensmiddelen produceren de mogelijkheid ontnomen wordt een kostendekkende prijs te bereiken, en dat de macht steeds meer bij de grote en dominante tussenpersonen in de voedselketen ligt.

De indeling van de coöperaties was ook een thema; "Vandaag de dag opereren coöperaties op internationale markten en breiden hun activiteiten uit. Leden van de coöperatie hebben vaak geen invloed meer op de bedrijfsstrategieën. Om deze reden mogen coöperaties niet als producentenorganisaties worden gezien en niet de uitzonderingspositie krijgen die de commissie voor hen op het oog heeft," zegt Sieta Van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB.
“Deze coöperaties zijn geen producentenorganisaties maar verwerkende bedrijven die een groot belang hebben bij goedkope melk als grondstof. Producenten - of ze nu lid zijn van een coöperatie of leveren aan een particulier - moeten het recht en de mogelijkheid hebben om lid te worden van een onafhankelijke producentenorganisatie,” vervolgt Van Keimpema.

De melkproducenten uit 14 Europese landen zijn het er over eens dat er een Europees monitoringsinstituut moet komen dat waakt over de productiekosten en de prijzen van de melk en over vraag en aanbod. Dit instituut moet er op toe zien of de producentenprijzen de productiekosten dekken en dit waarborgen door bij een bepaalde melkprijs met het volume bij te sturen. Met het oog op de ongelijke posities van de producenten, verwerkers, handel en consumenten in de zuivelketen en het belang van de melkproductie voor de Europese samenleving is zo’n instituut noodzakelijk. Om in de toekomst van een duurzame melkproductie in Europa verzekerd te zijn, moeten ook vertegenwoordigers van de consumentenorganisaties zitting hebben in dit instituut.

De EMB haalde het voorbeeld van Zwitserland aan. Er is een ongecontroleerde markt die tot overproductie leidt, dit heeft een scherpe daling van de producentenprijzen tot gevolg en een toenemende opslag van overtollige boter. Van oktober 2008 tot oktober 2010 is de boerenmelkprijs met 25% gedaald. De opgeslagen hoeveelheid boter bedroeg medio februari 2011 7311 ton, dat betekent 75,5% meer dan in dezelfde periode in 2008.

Een ander probleem is het steeds kleinere aandeel van de producentenprijzen in de consumentenprijs. Jackie Cahill hierover: "In Ierland was het boerenaandeel in de verkoopprijs voor melk in 1995 43%. In 2005 lag het op 36% en in 2009 is het aandeel gedaald tot 26%. Wanneer het probleem niet aangepakt wordt en de landbouwers niet een fair aandeel van de verkoopprijs krijgen, is het twijfelachtig of familiebedrijven in Europa op lange termijn nog perspectief hebben.
Consumenten willen goedkoop eten en onder het mom van hen goedkope melk te verkopen, hebben de grootwinkelbedrijven de marges voor de melkveehouders gewoon opgeslokt en stunten met melk om de klant te lokken. Dit is een Europees probleem en moet op Europees niveau worden opgelost.

24.1.2011

Uitnodiging

De DDB wil u graag, tijdens een aantal avonden, informeren over haar lobbywerkzaamheden in Brussel en Den Haag en de visie van de DDB/EMB op de wijzigingen van het Europese zuivelbeleid.
DDB-voorzitter en EMB vice-voorzitter Sieta van Keimpema zal het woord op deze avonden voeren. De bijeenkomsten zijn toegankelijk voor alle melkveehouders. U, uw partner, buurman/vrouw of collega heten we van harte welkom.

Zuivelroute 2015: stand van zaken

Het zijn spannende tijden voor de melkveehouderijsector. Het zuivelbeleid wordt aangepast. Hoe de aanpassingen uit zullen pakken voor u als melkveehouder is nog steeds niet besloten.Waarover praat de Europese Commissie? Met welke veranderingen moeten we rekening houden?Waar gaat de Europese Commissie in zijn analyses vanuit? En wat is de rol van het Europese Parlement? Op deze vragen kunnen wij u een antwoord bieden op onze aankomende bijeenkomsten 'Zuivelroute 2015: stand van zaken', waar u uitleg krijgt over de analyses van de Advisory Group on Milk, in opdracht van de Europese Commissie, inclusief grafieken. U zult op de hoogte worden gebracht van de hervormingen door EU-Commissaris Cioloş en worden bijgepraat over de EMB-monitoringscommissie en de door de EMB ingebrachte Groepenvrijstellingsverordening.Tot slot wordt u op de hoogte gebracht van de lobby van de DDB in Den Haag en de lobby van de EMB in het Europese Parlement.

Let op: gewijzigde data DDB-bijeenkomsten!!!
De data die u onlangs in de DDB Business, editie 12, hebt zien staan, zijn deels onjuist. Hieronder volgen de juiste data:

Aanvang 20.00 uur. U bent van harte welkom!
Dinsdag 1 februari in 'De Radstake', Twenteroute 8 te Heelweg
Donderdag 3 februari in '’t Haske', Vegelinsweg 20 te Joure
Dinsdag 8 februari in 'De Milandhof', Middenweg 2 te Zegveld
Donderdag 10 februari in 'De Vriendschap', Wadway 22 te Wadway
Dinsdag 15 februari in 'Kruisweg Marum', Kruisweg 1 te Marum
Donderdag 17 februari in 'De Schakel', Oranjelaan 10 te Nijkerk

Graag tot dan.

21.1.2011

Romuald Schaber, voorzitter van de EMB:
"Stop op de verkeerde weg – terug naar een zinvol zuivelbeleid"

De balans is zoek in de huidige voorstellen voor de zuivel van de Europese Commissie. De EU-Raad en het Europees Parlement moeten samenwerken om de voorstellen van de Commissie sterk te verbeteren. Contracten en de brancheorganisaties zijn de verkeerde oplossingen; de positie van de coöperaties wordt verkeerd beoordeeld door de Commissie, bundeling van de producenten is niet consequent genoeg. Alleen het stoppen van vrijwillige levering is de juiste aanpak - Europees monitoringsinstituut moet worden geïnstalleerd.

Berlijn, 01.21.2011: De voorzitter van de European Milk Board (EMB), Romuald Schaber, maakt vandaag op de Grüne Woche in Berlijn duidelijk dat de huidige koers van het Europese beleid de zuivelmarkt niet kan stabiliseren. "De EU-Commissie heeft noch het één noch het ander ter tafel gebracht. Zeker, voorstellen zijn slechts voorstellen. We moeten nu samenwerken met de EU-Raad en het Europees Parlement om deze voorstellen sterk te verbeteren."

Schaber vervolgt: "Wat is de kern van het probleem in de zuivelsector? Er is te veel volume op de markt, zodat de producenten een veel zwakkere positie hebben ten opzichte van de verwerkers en retailers. "Als de EU-politiek van mening is dat men dit probleem met brancheorganisaties of contracten op kan lossen, dan bevindt zij zich op een dwaalspoor. Anton Sidler van de Franse producentenorganisatie Association des producteurs de lait (APLI) en lid van het EMB-bestuur geeft een aanvulling, "Met het voorstel van de facultatieve contracten levert de Commissie geen enkele bijdrage aan de versterking van de producenten. De sterke concentratie van melkverwerkers ten opzichte van vele ongeorganiseerde melkproducenten staan onderhandelingen op gelijke voet in de weg." EMB-collegabestuurder Willem Smeenk van de Organisation des producteurs de lait (OPL) voegt daaraan toe: "De ongelijke posities leiden ertoe dat de producenten als de zwakkere in de markt de voorwaarden van deze contracten zullen worden gedicteerd vanaf de zijde van de verwerkers.“

Het probleem is, naar het oordeel van de vice-president van de EMB, Sieta van Keimpema, de beoordeling van de coöperaties door de Europese Commissie. "Hier leeft de valse veronderstelling dat de belangen van de melkproducenten als zodanig gerespecteerd worden binnen de coöperaties, en om die reden zouden de coöperaties uitgezonderd worden van de voorgestelde maatregelen. In werkelijkheid worden de belangen van de melkproducenten in coöperaties slechts zeer marginaal in acht genomen. "In theorie moet het eigendom dat de melkproducenten hebben in de coöperatie, als zijnde een verwerkingsfaciliteit, de huidige producentenprijsproblematiek uitsluiten. Maar de werkelijkheid toont het tegenovergestelde aan. Van Keimpema vervolgt: "In veel coöperaties zijn de productiemiddelen niet in handen van de coöperatie zelf, maar worden uitbesteed aan zakelijke partners. Ook zijn er vele voorbeelden waarin tot 50 procent van de coöperatieve melkproducenten-leden niet (meer)

actief producent zijn. Het belang van een eerlijke producentenprijs is dan logischerwijs ondergeschikt geworden aan die van de interesse in een goedkope grondstof." Coöperatieve leden in dit licht het recht onthouden op bundeling bij onderhandelingen zou dus fataal zijn.

Elementen voor een effectieve hervorming
De basis voor een doeltreffende politiek bestaat uit twee elementen. Ten eerste de bundeling van de producenten tot een bepaald percentage en ten tweede de regulering van de hoeveelheid door de producenten zelf. Daarvoor moet er een Europees monitoringsinstituut ingesteld worden die op basis van de kostprijs een prijscorridor vastlegt en de hoeveelheden regelt. Volgens Romuald Schaber komt de oplossing van de EU-politiek niet dicht genoeg bij deze strategie. Wel heeft de Commissie met hun voorstel tot bundeling een principieel punt aangepakt. De voorgestelde bundelingsgraad op EU-niveau van 3,5 procent en op nationaal niveau van 33 procent kan niet een versterking van de producentenbelangen garanderen. Het Parlement en de EU-raad moeten een bundeling op EU-niveau van 30 procent toestaan en de oprichting van een monitoringsinstituut. Deze instelling moet er voor zorgen dat de belangen van zowel de melkveehouders als de zuivelindustrie en de samenleving gerespecteerd worden.

De EMB ziet ook de positieve benadering van de EU-Commissie in haar bericht voor de zuivelmarkt in december. Namelijk de vrijwillige uitleasing van quotum als mogelijk instrument om overschotten te voorkomen. Dit is een betere oplossing dan het tot nu toe gevoerde beleid van quotumverruimingen, exportrestituties en interventie, die leiden tot overproductie die vervolgens weer duur weggewerkt moeten worden. Dit voorstel is een teken dat de Commissie nadenkt over het gevoerde beleid. De Commissie moet de lijn volgen die overproductie voorkomt. Het flexibel aanpassen van het aanbod aan de vraag is een must voor een stabiele markt.

17.12.2010

Melkproducenten kunnen niet meer voorkomen dat de markt inzakt – EMB kan de producenten niet langer oproepen om minder te melken

Hamm: De Europese Commissie publiceerde vorige week teleurstellende voorstellen voor de zuivelmarkt. Er is geen enkel voorstel aangedragen waarmee een crisis als in 2009 kan worden voorkomen. Met name de melkveehouders kunnen zich niet effectief bundelen om gezamenlijk de melkproductie aan de markt aan te passen.

Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board (EMB): "In het licht van deze weigerende houding van de politiek, kan de EMB niet langer van de melkveehouders verlangen dat ze hun productie vrijwillig beperken”. Tot op heden hebben veel melkveehouders hun melkproductie vrijwillig beperkt om de markt niet volledig in te laten storten. Omdat de EU weer de liberaliseringskoers vaart (hetgeen inhoudt dat er geen volumemaatregelen worden genomen), heeft het geen effect als de individuele melkveehouder zijn melkproductie inkrimpt. Het moet de EU-Commissie duidelijk zijn dat ze overproductie forceren. “Wij verlangen van de Commissie een analyse over het verloop van de melkprijs bij het volmelken van de quota tot 2015”, aldus Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB. “Er bestaat bij overproductie het acute gevaar dat de melkverwerkende industrie haar invloed verder versterkt en de melkproducenten in een nog zwakkere positie worden gemanoeuvreerd”, vervolgt Van Keimpema.

Om een nieuwe prijsval te voorkomen, eist de EMB om zo snel mogelijk op Europees niveau een monitoringsinstituut in te stellen. Deze moet per direct worden uitgerust met instrumenten en mogelijkheden voor een flexibele marktgeoriënteerde volumeregulering.

09.12.2010

Publicatie Commissiestukken

Leest u zelf de Engelstalige of Duitstalige voorstellen van EU Commissaris Dacian Ciolos ten aanzien van het melkpakket en laat de DDB op ons gastenboek weten wat u van de voorstellen vindt! Door de grote hoeveelheid teksten is het voor de DDB niet mogelijk om op korte termijn een Nederlandse vertaling te verzorgen. We vinden het echter belangrijk dat u toegang heeft tot deze belangrijke stukken en publiceren daarom deze eerste versies.

Hier kan u deze stukken downloaden en lezen.
http://www.ddb.nu/index.php?option=com_docman&task=cat_view&gid=146&Itemid=136
http://www.ddb.nu/images/milk%20report-de.doc
http://www.ddb.nu/images/milk%20report-en.doc
http://www.ddb.nu/images/milk-analysis.doc
http://www.ddb.nu/images/milk-de.doc
http://www.ddb.nu/images/milk-en.doc

09.12.2010

Vandaag heeft EU-Commissaris Dacian Ciolos zijn voorstellen ten aanzien van het melkpakket openbaar gemaakt. De maatregelen die hij daarin aankondigt zullen een melkcrisis als in 2009, niet kunnen voorkomen. Bovendien ontbreekt een stukje lef en daadkracht in het voorstel: zo zijn de voorgestelde maatregelen aangaande contracten vrijwillig en de coöperaties worden er van vrijgesteld. Dat zal betekenen dat geen van de EU-landen adequate maatregelen kunnen nemen voor de internationale Europese zuivelmarkt. Dat coöperaties worden vrijgesteld van veel voorwaarden, is bovendien geen afspiegeling van de realiteit: de Duitse Mededingingsautoriteit heeft al in zijn Tussenbericht van 2009 vastgesteld dat leden/melkproducenten in coöperaties geen betere positie of zeggenschap hebben dan hun collega’s die leveren aan particuliere zuivelverwerkers.

Daarnaast mogen de EU-melkproducenten zich in veel mindere mate bundelen als de grote zuivelverwerkers, slechts 33% op nationaal niveau en 3,5% van het Europese melkvolume. Waardoor aan de machtsconcentratie aan de kant van de verwerker én de handel, geen einde komt: immers FrieslandCampina bundelt al meer dan 80% van de melkveehouders. Melkveehouders blijven in een ongelijke positie verkeren als de voorstellen van Ciolos, zoals ze er nu liggen, doorgaan.

Daarom is het nodig dat de DDB samen met de EMB nóg meer druk uit gaat oefenen op de EU-Commissie. De EMB wordt al in steeds meer EU-commissies gevraagd zoals in de Advisory Group on Milk waarvan de vergadering in Brussel op 1 december plaatsvond en Sieta van Keimpema voor de EMB deelnam. Hierover wordt u in een volgend ledenbericht geïnformeerd. De stukken die de DDB toegestuurd heeft gekregen vanuit Brussel over het melkpakket, zullen we zo snel mogelijk op onze site publiceren.

Romuald Schaber, EMB-voorzitter: "Voorstellen EU-Commissie kunnen een nieuwe melkcrisis niet voorkomen"

Maatregelenpakket voor melk van de Europese Commissie maakt Europa-brede melkproductie niet mogelijk. Sterke producentenbundeling en een Europese Monitoringscommissie nodig om de producenten van hun zwakke positie in de markt te ontdoen.

Hamm, Brussel (09/12/2010): De Europese Commissie baseert haar voorstellen op de veronderstelde analyse dat melkproducenten een uiterst zwakke onderhandelingspositie in de markt hebben. "Als gevolg hiervan, kunnen ze geen kostendekkende prijzen voor hun product ontvangen en zullen velen hun bedrijven moeten beëindigen. De in het commissievoorstel opgenomen maatregelen bieden nog steeds geen effectieve bijdrage om dit probleem op te lossen", becommentarieert Romuald Schaber.

Bundelinggraad voor producentengroepen tot 3,5 procent van het EU-melkvolume
De European Milk Board (EMB) verwelkomt in principe het voorstel van de Europese Commissie om de melkproducenten door een grotere bundelinggraad, een betere marktpositie te willen geven. Het moet echter om een echte uitbreiding van de bundelingmogelijkheden gaan. Het door de Europese Commissie voorgestelde percentage van 3,5 procent van de EU-zuivelmarkt, staat niet in verhouding tot de marktomstandigheden en zal geen werkelijke verbetering geven. De bundeling in producentenorganisaties wordt tot ongeveer 4,7 miljard kg van het melkvolume begrensd.

"Dit is veel te weinig, als je bedenkt dat zuivelfabrieken als Arla of FrieslandCampina met 8,7 miljard tot 11,7 miljard kg fabrieksquotum, nu al een marktaandeel van ongeveer 6,5 tot 8,8 procent van de Europese markt in handen hebben, en daarnaast nog ongehinderd kunnen blijven groeien”, merkt Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB, op. Het voorstel dat in de grotere productielanden de productiebundeling op 33% begrensd moet worden, is eveneens niet in samenspraak met de huidige marktsituatie zoals in Denemarken en Nederland waar één enkele melkfabriek nu al een hoger marktaandeel heeft.

Intensivering van informatieuitwisseling in de zuivelketen
De Europese Commissie stelt verder voor om in de toekomst op EU-niveau een meer intensieve informatie-uitwisseling tussen de actoren in de zuivelketen te realiseren. Dit idee moet de melkproducenten in Europa ondersteunen. Het zuivelbeleid moet in de toekomst meer oog hebben voor maatschappelijke belangen en tevens voldoen aan de doelstellingen van het GLB. De European Milk Board pleit daarom voor de oprichting van een toezichthoudend orgaan, de monitoringscommissie, dat naast een voortdurende en tijdige monitoring van prijs, kosten, volume- en marktontwikkelingen, als doelstelling een duurzame melkproductie in alle regio's van Europa nastreeft. Daartoe stelt deze instantie op basis van kostprijsberekeningen een richtprijsbandbreedte voor, die op haar beurt dient als leidraad voor de te produceren hoeveelheden. Een vraaggericht aanbod is de basisvoorwaarde voor kostendekkende producentenprijzen en heeft een positiever effect op de landbouw in Europa dan dure, met belastinggeld gefinancierde maatregelen zoals interventie, exportsubsidies of nooduitkeringen. Zuivelindustrie en producentenorganisaties, als ook vertegenwoordigers uit de politiek en maatschappelijke organisaties zouden binnen deze toezichthoudende instantie, die duidelijk als doel heeft kostendekkende producentenprijzen en eerlijke consumentenprijzen te realiseren, in gesprek kunnen komen.

Contracten, die door lidstaten verplicht ingevoerd kunnen worden
a) Contracten tussen ongelijke onderhandelingspartners beëindigen, uit ervaring, het nadeel van de zwakkere partij niet, maar continueren dit. Omdat er aan de kant van de zuivelfabrieken sprake is van concentratie, zullen de contractvoorwaarden door deze sterke marktpartijen worden gedicteerd. Dit is al in een sectoronderzoek door het Deutsche Bundeskartellamt (Duitse mededingingsautoriteit) vastgesteld.
950.000 melkproducenten in de EU staan tegenover ongeveer 5.400 zuivelfabrieken, waarbij de tien grootste zuivelbedrijven ongeveer 30 procent van de geproduceerde melk verwerken.
b) EU-lidstaten zullen niet snel beslissen om contracten tussen de zuivelfabrieken en de melkproducenten te verplichten. De zuivelmarkt stopt niet bij de landsgrenzen. Als één land verplichte contracten invoert en andere doen dat niet, dan is dat land, mededingingstechnisch gezien, in het nadeel. Dit voorstel blijkt hier dus te verworden tot een tandeloze tijger.
c) De intentie om de coöperaties van verplichte contracten vrij te stellen, is niet te rechtvaardigden. De Duitse mededingingsautoriteit heeft duidelijk aangetoond dat juist in een coöperatie de prijsstelling “upside down”(“omgekeerd”) tot stand komt. Dat wil zeggen dat de producent krijgt wat er overblijft, afhankelijk van de verkoop op de markten. Deze prijsvorming van boven naar beneden wordt door de kartelwaakhond als “weinig stimulerend” voor de coöperaties beoordeeld. Zij zouden met hun klanten (bijv. retail) beter onderhandelen als zijzelf (de coöperatie) eerst zouden moeten onderhandelen over de te betalen boerenmelkprijs.

Meer transparantie
De EMB is ingenomen met de voorstellen voor meer transparantie. "Toch willen we scherp benadrukken dat deze hele transparantie weinig nut heeft, als er geen adequate instrumenten zijn, waarmee producenten actief met de verkregen informatie kunnen ingrijpen in de markt", aldus Romuald Schaber.

18.11.2010

EMB roept de EU-Commissie op tot een moedige aanpak van de zuivelhervorming

Terwijl de EU-Commissie haar hervormingsvoorstellen voor het GLB presenteert, geeft ARC (Agricultural and Rural Convention) haar eigen visie

Brussel, Hamm 18.11.2010 - Agricultural and Rural Convention 2020 (landbouw- en plattelandsontwikkelingsconventie 2020 - ARC) heeft vandaag bij de Europese Commissie en het Europees Parlement haar voorstellen ingediend voor een radicale herziening van het landbouw- en plattelandsbeleid en bij de Commissie aangedrongen om haar visie voor de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, moedig, een vervolg te geven.

De European Milk Board (EMB) ondersteunt de release van ARC.

ARC dringt aan op een nieuw Europees landbouw-, voedsel- en plattelandsbeleid welke in haar doelstellingen recht doet aan de in het Verdrag van Rome vastgelegde zaken. Deze doelstellingen zijn onder meer voedselzekerheid, voedselkwaliteit en volksgezondheid, alsmede normen voor duurzame landbouw, een eerlijk inkomen voor boeren, milieu, tegengaan van klimaatverandering, versterking van de economie op het platteland en het welzijn van de rurale gemeenschappen.

ARC stelt voor dat dit beleid zal worden uitgevoerd door middel van twee pijlers - het Europees Landbouwfonds gericht op voedsel en landbouw; en het Europees Ruraal Fonds gericht op de plattelandseconomie in landelijke gebieden en de bredere plattelandsontwikkeling. ARC vraagt om een paradigmaomslag van een geďndustrialiseerde landbouw naar een duurzame landbouw in de EU, gebaseerd op de regionale en lokale diversiteit van de landbouw en de economie, gebruik makend van minder niet-hernieuwbare hulpbronnen, oog hebbend voor dierenwelzijn, agronomische inzicht en landbouw-ecologische innovatie als basis hebbend voor landbouwbeleidsbeslissingen en met tal van positieve milieutechnische-, sociale en economische bijverschijnselen.

EMB eist ambitieuze voorstellen voor de toekomst van het zuivelbeleid
De EMB is ingenomen met de voorstellen van de Europese Commissie, maar blijft voorzichtig. De voorstellen voor meer gelijkheid in de verdeling van de rechtstreekse betalingen en een grotere focus op milieu- en sociale zaken worden als positief beschouwd. Belangrijke aspecten van het landbouwbeleid blijven echter zeer algemeen en zelfs vaag. Romuald Schaber, voorzitter van EMB: "De EMB vraagt om een doordachte aanpak van de voedselvoorzieningregulering, transparantie, versterking van de onderhandelingspositie van de boeren, eerlijke handel binnen de EU en wereldwijd. Kostendekkende prijzen zijn de basis voor een duurzame landbouw in alle regio's van Europa en een betrouwbare beleveringsgraad voor de gehele bevolking met vers, kwalitatief hoogwaardig voedsel." Deze bevindingen moeten in de hervorming van het GLB en in de aangekondigde hervorming van het zuivelbeleid in de vorm van concrete randvoorwaarden voor levensmiddelen- en agrarische markten worden gereflecteerd.

De EMB dringt er niet alleen bij de Commissie op aan, moed te tonen, maar eist ook van het EU-Parlement en de lidstaten dat zij hun verantwoordelijkheden voor de toekomst van de landbouw, voedsel en rurale gebieden in Europa nemen.

De samenvatting van de ARC-voorstellen zijn hier te vinden. Alle teksten zullen vanaf morgen op de website www.europeanmilkboard.org beschikbaar zijn.

18.11.2010

Presentatie Plannen EU commisaris Ciolos

Klik hier voor de live stream van het debat (in het Nederlands te volgen)

02.11.2010

De Veenfabriek Zaterdag 30 oktober jl. nam DDB vice-voorzitter Geert Kroes deel aan het live debat van de Veenfabriek te Warmond. Kroes ging met Cees Romijn en Jan van Schie in discussie over de toekomst van de melkveehouderij en dan specifiek over de melkquotering. Delen van deze discussie kunt u terugzien op de site van de DDB: www.ddb.nu

De Veenfabriek is een kunstenaarsinitiatief dat wordt bezocht door kritische burgers die het platteland een warm hart toedragen en geïnformeerd willen worden.

Het debat over het melkquotum is de eerste in een reeks die uiteindelijk afgesloten gaat worden met een slotmanifestatie op 12 en 13 maart 2011 in Paradiso.

Beurs Hardenberg
Bezoekt u de DDB ook op de Rundveerelatiedagen in Hardenberg? U bent van harte welkom op 2, 3 of 4 november in stand 022. U kunt meedoen met een zenuwslopend spel waarmee u kunt controleren of u de bewegingen van de markt na 2015 aankan, onder het motto: “Zuivelmarkt met pieken en dalen, wie kan daar een boterham uit halen?” U kunt door mee te doen een mooie dinerbon winnen om lekker (samen?) van te genieten.

31.10.2010

Platteland als podium

De Veenfabriek heeft met Platteland als Podium het initiatief genomen om in 2010 een muziektheaterproject te produceren waarin het platteland, de relatie met de stad en het boerenbestaan centraal staan. Het zijn zowel moeilijkheden die men op het platteland tegenkomt als de schoonheid van het leven daar die de inspiratiebron vormen. Platteland als Podium staat onder de artistieke leiding van theatermaker Paul Koek, van het in het Leidse Scheltema gevestigde muziektheatergezelschap de Veenfabriek. (http://www.ddb.nu/www.plattelandalspodium.nl )

De dreigende afschaffing van het melkquotum is het onderwerp van het eerste debat op 30 oktober

Tijdens het live-debat over het melkquotum op locatie in Warmond bij Leiden gingen o.a. Cees Romijn (vice-voorzitter LTO-Noord) en Geert Kroes (vice-voorzitter van de Dutch Dairymen Board) met elkaar in discussie.

Bekijk hier foto’s en video’s van 30 oktober.

20.10.2010

2000 melkveehouders demonstreren vandaag bij het Europees Parlement in Straatsburg

"Verander de koers en maak je sterk voor een eerlijke landbouw”

Straatsburg, 20.10.2010: Met meer dan tweehonderd tractoren ondersteunen een kleine 2000 melkveehouders uit vele Europese landen vandaag het EU-Parlement om een koerswijziging in het landbouwbeleid in te luiden. "Sinds de crisis in 2009 zijn er in het EU-landbouwbeleid geen effectieve maatregelen genomen om de zuivelmarkt te redden. Het tegenovergestelde is zelfs gebeurd door aan de schadelijke liberalisering van de markt vast te houden", aldus Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board (EMB), in Straatsburg. "Het Parlement heeft nu, met het nieuwe stemrecht in het landbouwbeleid, de mogelijkheid hier iets aan te veranderen. Het Parlement kan de liberalisering, met intelligente maatregelen ombuigen in een eerlijke landbouwpolitiek. Wij willen vandaag het Parlement oproepen om deze kans te benutten," vervolgde Schaber.

Met de demonstratie bedanken de melkveehouders de Parlementariërs die zich reeds inzetten voor volumeregulering en een kostendekkende melkprijs. "Al die EU-Parlementsleden die huiverig zijn om hun steun te geven, vragen wij de wensen van de bevolking serieus te nemen en zich in te zetten voor een eerlijke landbouw," verwoordde Schaber de bezorgdheid van de demonstranten. Hij verwijst in dit verband naar een EU-breed debat, waarin de Europese burgers duidelijk gemaakt hebben, dat het platteland en de voedselzekerheid voor hen van essentieel belang zijn. EU-burgers eisten als een belangrijke voorwaarde hiervoor een eerlijke positie in de markt voor de landbouwers.

"Zonder een eerlijke concurrentiepositie hebben streekgebondenheid en een gezonde melkproductie absoluut geen kans," zei Anton Sidler, bestuurslid van de EMB en de Franse APLI (Associatie Nationale des Producteurs de Lait Independants). "Werkgelegenheid zal massaal verloren gaan. En dierenwelzijn en landschapsonderhoud, zoals we die nu kennen, zullen bij een vrije markt tot het verleden behoren."

De EMB dringt daarom aan op marktregels die een intelligent marktmechanisme en een kostendekkende prijs mogelijk maken. Centraal hierin staat het creëren van een toezichthoudend orgaan dat de gevraagde hoeveelheid op de markt vaststelt en de productie hierop aanpast.

Samen met Martin Häusling, afgevaardigde van de Grünen, is voorafgaand aan de demonstratie een studie gepresenteerd over reguleringssystemen van verschillende landen, die duidelijk maakt dat: "In alle landen overheidsingrijpen noodzakelijk is, maar dat niet alle vormen van interventie leiden tot bevredigende resultaten," aldus Martin Häusling. "In Zwitserland is de Branche Organisatie Melk (BOM), een consortium van producenten, verwerkers en de handel, volledig ingestort. De beslissingen van BOM, zoals het aanpassen van de volumes aan de markt, is ondanks bindendverklaring niet door de handel- en zuivelfabrieken geïmplementeerd.

"Een waarschuwend voorbeeld, dat de EU niet volgen moet," aldus Romuald Schaber. "Een goedwerkend volumereguleringssysteem op de zuivelmarkt is voor consumenten en producenten in de EU absoluut noodzakelijk. Het EU-Parlement kan daar in grote mate aan bijdragen."

Bekijk hier de de foto's en video's

11.10.2010

Melkveehouders demonstreren met honderden trekkers voor het EU-Parlement in Straatsburg

Op 20 oktober 2010 zullen meer dan duizend melkveehouders met hun trekkers demonstreren voor het EU-Parlementsgebouw in Straatsburg. Romuald Schaber, president van de European Milk Board (EMB), zegt: “Namens de burgers en boeren van Europa roepen we het Parlement op om ons te ondersteunen voor een intelligente regulering van de zuivelmarkt.”

Voorafgaand aan de demonstratie zal de EMB in samenwerking met Martin Häusling, parlementslid voor de Groenen, een persconferentie houden, getiteld: ‘De markt heeft regels nodig’. Tijdens deze persconferentie zal een studie over de zuivelmarkt worden gepresenteerd, genaamd: ‘De toekomst van de zuivelmarkt; minder is meer’. Daarnaast zullen de eisen voor een duurzaam zuivelbeleid worden gepresenteerd.

Demonstratie:

Tijd : 12:00 uur
Plaats: Place du Wacken, 67070 Straatsburg (naast EU-Parlementsgebouw)

Achtergrond

De huidige discussies in heel Europa over het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid op initiatief van Dacian Cioloş, Europees Commissaris van Landbouw, hebben aangetoond dat landbouw, het landelijk gebied en voedselzekerheid zeer belangrijk worden gevonden door de Europese burgers. Zij eisen eerlijke mededingingsvoorwaarden voor producenten. De landbouwpolitiek moet passende voorwaarden ontwerpen. De Europese burgers ondersteunen hiermee de eisen van de melkproducenten voor een eerlijk Europees zuivelbeleid. De Europese melkveehouders dragen de mening van de Europese samenleving uit op 20 oktober 2010 en zullen met honderden trekkers demonstreren voor het Europees Parlement.

De studie ‘De toekomst van de zuivelmarkt: minder is meer’ die gepresenteerd zal worden op 20 oktober 2010 zal ook bijdragen aan de politieke discussie over de toekomst van de zuivelmarkt, het geeft antwoord op vragen als:

- Zijn de marktconcepten succesvol?

- Wie profiteert er van deze systemen?

Natuurlijk is het DDB bestuur, voltallig aanwezig tijdens de demonstratie, met een Faironika in rood-wit-blauw en onze bekende blauwe petten! Wilt u ook met ons mee? Meldt u dan zo snel mogelijk aan bij het DDB- secretariaat of via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .

06.10.2010

Samen naar Straatsburg?

De DDB heeft wat teleurgestelde reacties ontvangen over het feit dat het niet in onze bedoeling ligt om deze keer gezamenlijk af te reizen naar de EMB-demonstratie in Straatsburg. Voor de DDB is dat de reden om dit besluit te heroverwegen. Wilt u graag met de DDB naar Straatsburg? Geef u dan zo snel mogelijk op bij het DDB-secretariaat via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken . De DDB besluit aan de hand van het aantal opgaven of we een bus of busjes voor het vervoer naar Straatsburg regelen.

Boek van Romuald Schaber gepubliceerd: Blutmilch

 Romuald Schaber, president van de EMB (European Milk Board) en voorzitter van de Duitse melkveehouderbelangenbehartiger BDM, heeft gisteren zijn boek 'Blutmilch' onder grote belangstelling van de verzamelde pers, gepresenteerd. De DDB was daarbij aanwezig.

Romuald Schaber, melkveehouder uit de Allgäu (Beieren) vecht met hart en ziel voor de toekomst van zijn beroepsgroep. Samen met 30.000 BDM-melkveehouders en 100.000 melkveehouders aangesloten bij de EMB, verzet hij zich tegen de globalisering van de zuivelmarkt die leidt tot steeds lagere melkprijzen. “Goedkope melk is bloedmelk (Blutmilch), want de prijs die ons door de concerns wordt opgelegd is een prijs waaraan boeren kapot gaan”, zegt Schaber.

Zijn boek Blutmilch. Wie die Bauern ums Überleben kämpfen (Bloedmelk. Hoe boeren voor hun voortbestaan vechten) is volgens de perspublicatie van de uitgever “een geëngageerd pleidooi voor een 'faire' en duurzame melksector die niet alleen een voordeel is voor de melkveehouder, maar voor de gehele samenleving. Blutmilch is niet alleen een boek over het leven en werk van Romuald Schaber, maar ook – door de achterliggende besluitvorming in Brussel en Straatsburg – een spannend debattenboek.”

Ter ere van de boekpresentatie werd tevens een podiumdiscussie gehouden met vertegenwoordigers uit de Duitse landbouwpolitiek. De tegenstellingen tussen de opvattingen van Romuald Schaber en Michael Goldmann, FDP-afgevaardigde en voorzitter van de Duitse landbouwcommissie, tonen aan dat landbouwpolitici nog steeds graag 'ziende blind' zijn voor de ondergeschikte positie van melkproducenten in de zuivelketen en de mogelijkheden voor de politiek om via wetgeving tot marktregels te komen die ook producenten van een kostendekkende melkprijs verzekeren. Friedrich Ostendorff (politicus voor de Grüne) wees Goldmann terecht al zwaaiend met Blutmilch: “Overal in Europa te koop, overal voor dezelfde prijs. Waardoor? Door overheidsregels die boekenverkoop onder een bepaalde prijs verbieden!”

De DDB verwacht binnenkort het Duitstalige boek Blutmilch aan belangstellenden te kunnen leveren. Er is (nog) geen Nederlandse versie te koop.

Blutmilch. Wie die Bauern ums Überleben kämpfen, van Uitgeverij Pattloch is voor €16.99 al te koop op diverse boekensites.

05.10.2010

Zwitserse melkproducenten een belangrijke stap vooruit

De European Milk Board is verheugd over de goedkeuring van de Zwitserse Nationale Raad met overdracht van de algemeen-verbindendverklaring in handen van de zuivelproducenten.

Hamm, 05.10.2010: "De Zwitserse Nationale Raad heeft de juiste beslissing genomen, bij meerderheid van stemmen, dat de melkproducenten in de toekomst beslissen, of en hoe een algemeen-verbindendverklaring van kracht wordt", met die woorden begroet Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board (EMB), de belangrijke politieke stap in Zwitserland. Als deze algemeen-verbindendbeslissing voor de producenten, ook door de Tweede Kamer - de Senaat – bevestigd wordt, dan kunnen de Zwitserse melkproducenten, vertegenwoordigd door de overkoepelende organisatie SMP (Schweizer Milchproduzenten), bepalen in hoeverre alle Zwitserse producenten gebonden zijn aan een melk supplymanagement. Schaber zei: "Met een echte aanpassing van het melkproductieaanbod aan de vraag - en dus een kostendekkende melkprijs in Zwitserland – zou eindelijk de eerste deur geopend zijn."

Momenteel heeft de brancheorganisatie Melk (Branchenorganisation Milch - BOM) het recht een algemeen-verbindendverklaring vast te leggen. Daarbij moet naast toestemming van de melkproducenten, onder andere die van de handel en verwerking verkregen worden. Deze sectoren zijn echter niet geïnteresseerd in volumemanagement, aangezien dit een hogere melkprijs voor de producenten bewerkstelligen moet. Om deze reden kwam, tot nu toe, een dergelijk besluit dan ook niet tot stand en werd er continue overgeproduceerd, waardoor de boerenmelkprijs ver onder het kostendekkende niveau werd gedrukt.

Straatsburg

De EMB-demonstratie die eerder werd uitgesteld door een nationale staking in Frankrijk, vindt nu plaats op 20 oktober in Straatsburg. Met een vreedzame demonstratie willen we het Europees Parlement vriendelijk opdragen ons te ondersteunen bij het behalen van onze doelstelling: het scheppen van een levendig Europa met toekomst voor boeren.

De EMB-leden worden tijdens deze demonstratie ondersteund door vertegenwoordigers en leden van boerenorganisaties uit andere sectoren en door maatschappelijke organisaties die zich zorgen maken over de toekomst van het platteland.

Van 12:00 tot 13:30 uur is de demonstratie met trekkers voor het Europees Parlement, Straatsburg, 67000. Rond 13.30 uur zullen de trekkers met wagens waarop het belang van de melkveehouderij wordt uitgebeeld, een tocht door de stad maken naar de vliegtuighallen in Kehl, Sundheim (Duitsland) waar gezamenlijk zal worden gegeten en gepraat.

Wanneer u ook wilt demonstreren in Straatburg, kunt u dit doorgeven aan het DDB-secretariaat, dan kunnen wij bekijken of het mogelijk is om u samen met andere DDB-leden te laten reizen.

De DDB organiseert deze keer geen bus door de te grote afstand naar Straatsburg.

Positief signaal FrieslandCampina

De DDB vindt het een positief signaal dat FrieslandCampina bereid is de huidige verdeling van de melkinkomsten in het voordeel van de leden te veranderen. FrieslandCampina verklaarde dat zij tot dit voorstel zijn gekomen o.a. door de kritische geluiden van groepen leden.

De DDB is blij dat haar kritische maar goed onderbouwde visie op de melkprijsverdeling, door is gedrongen tot het coöperatiebestuur. Het is een hoopvol teken dat de coöperatie nog steeds kan functioneren als instrument voor de versterking van de leden.

Boeren zonder grenzen

Heeft u één of twee afleveringen van de serie 'Boeren zonder grenzen', waaraan de DDB heeft meegewerkt, gemist? Dan kunt u eventueel alsnog deze afleveringen, van ieder een half uur, bekijken. Klik hier: deel 1, deel 2.

Nederlandse landbouw internationaal aan de zijlijn

Hoewel er al langere tijd sprake van was dat het ministerie van LNV zou sneuvelen bij een nieuwe coalitie, lijkt het doek nu echt te zijn gevallen.

De DDB vindt het opheffen van het ministerie van LNV voor de uitstraling van de Nederlandse landbouwsector, een grote slag.

Buitenlandse journalisten, - landbouwbelangenbehartigers en - vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties hebben naar de DDB toe allemaal ongelovig gereageerd op het voornemen van de coalitiepartners die de nieuwe Nederlandse regering willen vormen.

Het aanzien van Nederland als één van de grootste exporteurs van landbouwproducten zal behoorlijk dalen wanneer Nederland op belangrijke internationale landbouwministersbijeenkomsten niet meer mee kan praten op ministeriële ooghoogte.

De DDB onderkent de onmogelijke spagaat voor het ministerie van LNV om voor zowel landbouw- als natuurdoeleinden goed beleid te maken. Daarbij pakte ook de eenzijdige handelsliberale route van het ministerie, slecht uit voor de Nederlandse boeren. Een opdeling van deze twee taken was echter een betere optie geweest dan het verdwijnen van het totale ministerie.

Het is treurig dat de nieuwe coalitie niet meer belang lijkt te hechten aan of oog heeft voor de specifieke eigenschappen en belangen van en door de landbouw. De Nederlandse landbouw voegt immers ieder jaar een forse positieve bijdrage toe aan het Bruto Nationaal Product van Nederland.

Dat het land dat aan de bakermat heeft gestaan van de huidige EU (met als doelstelling de landbouw te stimuleren, een goed inkomen voor landbouwers en voor voldoende goed en betaalbaar voedsel te zorgen), de Nederlandse landbouw als een puur economische activiteit wenst te beschouwen, doet geweld aan de werkelijke situatie waarin de landbouw al sinds decennia een uitzonderingspositie heeft in de EU-wetgeving en de Europese verdragen waarop de EU is gebouwd.

Alle 27 landen van de EU hadden tot nu toe een landbouwminister. België telt er zelfs drie. Nederland wil daar blijkbaar de enige uitzondering op vormen. Door het verdwijnen van het ministerie van LNV zal de Nederlandse overheid op het gebied van het internationale landbouwbeleidsgebied, samen met haar boeren aan de zijlijn staan.

Verburg gaat voorbij aan realiteit

Het optreden van demissionair landbouwminister Verburg in het EU-landbouwministersoverleg afgelopen maandag, is op zijn zachts gezegd, onbegrijpelijk. Verburg wijst een versteviging van de onderhandelingspositie voor melkveehouders in de EU af, evenals een verhoging van de minimum garantieprijs voor melk.

Verburg negeert daarbij de rapporten van de EU-High Level Group on Milk, de Duitse Mededingingsautoriteit, de EU-Rekenkamer en de Europese Economische en Sociale Raad waarin onafhankelijk van elkaar wordt geconstateerd dat het de melkveehouders aan de noodzakelijke marktmacht ontbreekt, of zij nu in coöperaties zijn ‘gebundeld’ of niet.

Tevens is vastgesteld, door een aantal van bovenstaande commissies, dat de minimumgarantieprijs voor melk momenteel op een veel te laag niveau is vastgesteld wat tot een zeer diepe crisis voor de Europese melkveehouders heeft geleid. Hierdoor zijn o.a. de melkveebedrijven in Nederland met een verhoging van hun schuldenlast opgezadeld waardoor de mogelijkheid tot het afbouwen van de quotumlasten voor 2015, is teniet gedaan. Zaken die de concurrentiepositie en het voortbestaan van de Nederlandse melkveehouderij ernstige schade hebben berokkend.

Verder gaat Verburg voorbij aan het Verdrag van Lissabon, waarin is bepaald dat de landbouwbevolking een stabiel inkomen moet worden gegarandeerd door de EU én dat het hoofdelijk inkomen van de landbouwbevolking ieder jaar moet worden verhoogd (i.v.m. inflatie).

Aan deze zwaarwegende bepalingen uit een verdrag dat aan de bakermat van de EU staat, wordt momenteel totaal niet gehouden door de Nederlandse landbouwvertegenwoordiging in Brussel.

Wanneer demissionair minister Verburg haar ambtsperiode nog een beetje positief wil afsluiten, lijkt het de DDB het beste dat zij zo snel mogelijk de realiteit onder ogen ziet en haar verzet tegen noodzakelijke wijzigingen in het landbouwbeleid om de positie van melkveehouders te verstevigen, opgeeft. Nederland kan zelfs beter niet in Brussel vertegenwoordigd zijn dan met dit geluid van Verburg. Het voortbestaan van de melkveehouderij in de EU is gebaat bij marktpartners die op ooghoogte met elkaar moeten onderhandelen.

Verburg lijkt nu haar oren volledig te laten hangen naar de zuivelindustrie en de retail die met een stevige lobby in Brussel en Den Haag iedere verandering in hun machtspositie afwijzen.

Over steun voor haar plannen en ideeën in de melkveehouderij hoeft Verburg zich geen illusies te maken, getuige het lage aantal voorkeurstemmen tijdens de laatste verkiezingen.

Oók dat is een realiteit.

‘Boeren zonder grenzen’, met de DDB naar Canada

 Vanaf aankomende zondag start op televisiezender Nederland 2 de serie ‘Boeren zonder grenzen'. Deze serie van 6 programma’s gaat over de toekomst van de melkveehouderij na 2015. Hoe bereiden melkveehouders zich voor op de liberalisatie van de zuivelmarkt?

Aan de afleveringen op 26 september en 3 oktober heeft de DDB volop haar medewerking verleend. De eerste aflevering draagt als titel ‘De Actievoerder’ en bevat opnames van de EMB-demonstratie in Brussel op 12 juli jl., zien we hoe DDB-voorzitter Sieta van Keimpema door de cameraploeg van Omrop Fryslân wordt gevolgd naar Canada waar zij op de ledenvergadering van de Canadese Milk Board te gast is, en dat zij een Canadese supermarkt bezoekt.

In de tweede aflevering op 3 oktober met de titel ‘De verhuizers’, bezoekt Van Keimpema Friese emigranten die in Canada een melkveebedrijf zijn begonnen. De emigranten vertellen waarom zij voor Canada hebben gekozen en hoe het boeren hen bevalt onder het Canadese melkreguleringsysteem.

In de drie afleveringen daarna worden een melkveehouder die in Roemenië een melkveehouderij begint, een biologische melkveehouder en een melkveehouder die een tweede tak is gestart gevolgd.

De serie wordt afgesloten met een ronde tafel discussie waarbij alle ‘hoofdpersonen’ die per aflevering werden gevolgd, aanschuiven. De afleveringen beginnen wekelijks op Nederland 2 om 15.30 uur en worden ‘s avonds op de regionale zender Omrop Fryslân elk uur herhaald vanaf 17.00 uur tot 23.00 uur.

Bekijk hier de uitzending op: uitzending gemist

Bescherming Hollandse Gouda en Edammer kaas: ware bekroning

Dat een consument wereldwijd straks zekerheid heeft over de herkomst van Gouda en Edammer kaas is een goede zaak, vindt de DDB (Dutch Dairymen Board). De DDB feliciteert de NZO met dit succes.

De DDB lobbyt samen met haar collega’s in de EMB (European Milk Board), in Brussel voor meer duidelijkheid over de herkomst van zuivelproducten. Een standpunt dat nadrukkelijk door de EMB werd ingebracht tijdens de hoorzittingen van de EU-High Level Group on Milk.

De DDB vindt dat consumenten in de toekomst ook op de hoogte moeten worden gesteld van de herkomst en samenstelling van andere zuivelproducten op de Europese markt. Zodat melk die niet geproduceerd is volgens de EU-richtlijnen, gemakkelijk kan worden herkend. In de EU worden zeer strenge eisen aan de productie van zuivel gesteld, tevens wordt de totale melkveehouderij streng gecontroleerd.
In landen als China, Azië of de VS, gelden andere eisen aan de productie van zuivelproducten. Een schandaal als de Chinese melamine–melk, waardoor Chinese baby’s zelfs zijn overleden, is daarvan een triest voorbeeld. Nu deze landen zich meer en meer op export naar o.a de EU concentreren, wordt herkomstaanduiding steeds belangrijker.

Meer aandacht vóór en controle óp herkomst, kan het imago van de Europese zuivelproducten als geheel, in belangrijke mate versterken. Bescherming van echte Hollandse Gouda- en Edammer kaas is daarbij een bekroning voor de Nederlandse kaasproductie!

Maatschappelijke alliantie bij debat over de toekomst van het landbouwbeleid EMB ondersteunt de ARC

De conferentie ‘GLB na 2013’, georganiseerd door de Europese commissaris voor Landbouw Dacian Cioloş, vindt plaats in Brussel op 19 en 20 juli. De European Milk Board is lid van de Landbouw- en plattelandsbeleid alliantie (Agricultural and Rural Convention - ARC), een maatschappelijke alliantie die streeft naar een paradigmaverschuiving in het landbouwbeleid en de versterking van het platteland. De effecten van het huidige landbouwbeleid tonen duidelijk aan dat een verschuiving vereist is.

Brussel / Hamm (19.7.2010): De belangrijkste doelstellingen van deze brede alliantie van verschillende maatschappelijke groepen zijn: voedselzekerheid, voedselproductie van hoge kwaliteit, een eerlijke verdeling van de toegevoegde waarde onder de verschillende schakels in de voedselketen, duurzaam voedsel productie, als ook de versterking van het platteland en hun diversiteit.

Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board (EMB) zei: "Het landbouwbeleid is tot nu toe vooral gericht op de belangen van de industrie. De hervorming van het EU-landbouwbeleid na 2013 moeten gericht zijn op het maatschappelijk belang van de landbouw. Producenten en consumenten hebben gemeenschappelijke belangen. Consumenten hechten veel belang aan hoog kwalitatieve, lokaal geproduceerde producten.”

Om te voldoen aan de verwachtingen van consumenten en andere diensten voor de samenleving uit te kunnen voeren, moeten producenten prijzen ontvangen voor hun producten die de productiekosten dekken. Romuald Schaber legt uit: "Het is daarom belangrijk dat de beleidsmakers een juridisch kader creëren dat de situatie en de onderhandelingspositie van producenten op de markt verbetert."

Verder moet de Europese melkproductie worden aangepast aan de vraag van de bevolking in Europa zowel in kwaliteit als volume. Overschotten, in de vorm van standaard producten op de wereldmarkt, leiden tot verstoringen van de markt en zijn dus een bedreiging voor het bestaan van producenten in Europa en daarbuiten.

Hier vindt u, een Engels persbericht gepubliceerd door ARC , dat de algehele situatie verklaart. Voor het eerst in de geschiedenis van Europa hebben meer dan 50 verschillende en diverse groepen overeenstemming bereikt over gemeenschappelijke beginselen voor een toekomstig EU-landbouwbeleid. Een ieder uit de samenleving kan in de komende maanden blijven bijdragen aan dit proces op de website van ARC www.arc2020.eu . In de herfst zal Europees commissaris voor landbouw Dacian Cioloş een gezamenlijk document, met voorstellen voor een ingrijpende hervorming, worden overhandigd.

EMB demonstreerde tegen zuivelbeleid

Zwitserland

Meer dan honderd Zwitserse melkveehouders demonstreerden gisteren, op 12 juli tegen de Brancheorganisatie Melk (Branchenorganisation Milch - BO-Milch) in relatie tot de huidige situatie op de melkmarkt.

Om hun ongenoegen te laten zien, hadden de melkproducenten een zwembad gevuld met melk met daarin de afbeeldingen van de vertegenwoordigers van de Brancheorganisatie. "Dit is een metafoor voor een organisatie, die in een teveel aan melk wil zwemmen", aldus Nicolas Bezençon, coördinator van Uniterre, een Zwitserse EMB-lid.

Vertegenwoordigers van de Union Sud des Paysans en een vertegenwoordiger van de Branche-organisatie Melk waren ter plaatse. Uniterre riep de vertegenwoordigers op om de werkwijze van de BO-Milch te veranderen. De Zwitserse vereniging wil in het bijzonder dat de algemeen bindende beslissingen van de BO-Milch voor alle melkveehouders zijn en daadwerkelijk worden toegepast.

Slecht voorbeeld

De protesten in Zwitserland tonen aan dat het systeem, dat door de EU zo graag als voorbeeld voor de hervorming van het Europese zuivelbeleid wordt genomen, niet werkt.

Overproductie en slechte prijzen zijn het gevolg van het afschaffen van de quotering in Zwitserland. De liberalisering van de melkmarkt heeft Zwitserse melkveehouders duidelijk niet gebracht wat de overheid zich ervan had voorgesteld. De term “wit goud” die men zo graag gebruikt om over melk te praten, mist totaal zijn lading in deze context en “blinken” doet het al helemaal niet.

Brussel

Op dezelfde dag demonstreerden in Brussel Europese melkveehouders tegen de voorstellen van de EU-High Level Group.

Het verslag van de High Level Group voor melk (HLGM) dat gisteren werd besproken door de EU-Landbouwraad, kan de melkcrisis niet oplossen. Europees koepelorganisatie Via Campesina (ECVC) en European Milk Board (EMB) maakten met de demonstratie de noodzaak van eerlijke producentenprijzen en reguleren van de productie, duidelijk. Vertegenwoordigers van ontwikkelings- en milieuorganisaties, zoals Oxfam-Solidariteit België, Vrienden van de Aarde, Wervel, SOS Faim steunen daarmee eerlijke prijzen voor producenten in het westen en in de Derde Wereld landen, als ook een duurzame productie.

Meer dan duizend melkveehouders uit tal van Europese landen hebben in Brussel gedemonstreerd tegen het feit dat de voorstellen van de HLGM voornamelijk de hervorming van de zuivelmarkt verder doorvoeren. "Deze voorstellen bieden geen oplossingen voor de huidige crisis en brengen de Europese melkproducenten nog verder in de problemen", zegt Lidia Senra, bestuurslid van ECVC. Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board, voegt hieraan toe: "Het rapport zegt dat het bestaande vangnet voldoende is. Dat is niet waar, want met de bestaande maatregelen kunnen de extreem lage melkprijzen van 2009 ieder moment weer terugkeren."

Een ander probleem is de door de HLGM voorgestelde contractualisering - dat wil zeggen: directe contracten tussen melkveehouders en zuivelbedrijven. Deze maken de melkveehouders totaal afhankelijk, omdat de zuivelfabrieken als sterkste marktpartij de voorwaarden bepalen.

Een probleem is ook dat in de HLGM voorstellen, de noodzaak van melkproductie regulering niet onderkend wordt. Zonder volumeregulering in de zuivelmarkt, zullen eerlijke producentenprijzen onmogelijk zijn. Wordt er in Europa te veel melk geproduceerd, dan overvoert deze goedkope melk niet alleen onze eigen markten en ondergraaft daarmee de positie van de melkveehouders op de markt, maar vooral markten in ontwikkelingslanden zullen kapot worden gemaakt. Dit betekent in veel gevallen het einde van de lokale productie en een toename van de armoede.

"De toekomst ligt in vraaggestuurd produceren voor kostendekkende prijzen in een markt waar alle deelnemers gelijkwaardig zijn”, zegt Lidia Senra.

"Een positief aspect van het HLGM-rapport is de erkenning van de zwakke positie van de melkveehouders, in de markt," aldus Romuald Schaber van de EMB.

De Europese demonstranten wijzen de kortzichtige HLGM voorstellen af. Er moet nog veel verbeterd worden in de voorstellen. De Europese landbouwministers worden opgeroepen om te werken aan een nieuw georiënteerd zuivelbeleid.

Foto’s en video’s van de demonstratie in Brussel zijn te vinden via het menu links hiernaast.

Een stap vooruit bij mededingingswetgeving – melkveehouders op gelijke voet met zuivelverwerkers

EMB presenteert kabinet van EU-commissaris voor landbouw Cioloş veelbelovende ontwerp-verordening

Hamm / Brussel (08/07/10): De European Milk Board (EMB) overhandigde Georg Häusler, kabinetschef van EU-landbouwcommissaris Dacian Cioloş vandaag de ontwerpverordening voor groepsvrijstelling. Deze vrijstelling van de Mededingingswet zou melkveehouders toestaan zich onafhankelijk van zuivelfabrieken te bundelen en gemeenschappelijke marktordeningsregels vorm te geven. "Deze verordening is een belangrijke voorwaarde voor de onderhandelingen op gelijke hoogte tussen melkproducenten en zuivelbedrijven. Groepsvrijstellingen zijn gangbare praktijken binnen het MKB en kunnen eenvoudig worden toegepast op de positie van de melkproducenten, om het verdwijnen van tienduizenden van melkveebedrijven in Europa te voorkomen”, zei Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB, bij de overdracht.

De EU-High Level Group on Milk (HLGM) had in haar verslag van 15 juni 2010 de bestaande onevenwichtigheden in de zuivelmarkt erkend en riep de EU-Commissie op de wettelijke mogelijkheden van een uitzonderingspositie binnen de Mededingingswet voor melkproducentenorganisaties te onderzoeken. Door nu een ontwerp van een dergelijke bijzondere regeling aan te bieden, concretiseert de EMB de oproep van de HLGM.

Wat betekent de vrijstelling in detail?
"Deze maatregel is bedoeld om een kader te scheppen, dat helpt, de nadelen van het vermarkten van boerderijmelk teniet te doen en in de toekomst een onvervalste mededinging tussen melkproducenten en zuivelbedrijven mogelijk te maken.

Daarnaast wordt ook bereikt dat er tussen de melkfabrieken echte concurrentie om de rauwe melk ontstaat," beschrijft EMB-vertegenwoordiger Hans Loghtenberg uit Luxemburg, de situatie op de melkmarkt. “Met gemeenschappelijke vermarktingsregels (bv. inzake minimumprijzen, kwaliteit) binnen EU-melkproducentenorganisaties kunnen we voorkomen tegen elkaar uitgespeeld te worden door de toenemende internationaal opererende zuivelondernemingen." Een oneerlijke machtspositie van producentengroeperingen wordt hierbij verhinderd door het EU-mededingingsrecht.

Sieta van Keimpema, vice-president van de EMB: "Een groepsvrijstellingsverordening voor EU-melkproducentenorganisaties is de eerste stap naar een echte marktparticipatie van de melkveehouders. Het is ook kostenneutraal en maakt financiële noodprogramma’s van de politiek onnodig."

Van Keimpema zei tijdens de overhandiging: "Het voortbestaan van een kwalitatief hoogwaardige melkproductie in Europa hangt af van de vraag of het de melkproducenten lukt, kostendekkende prijzen voor hun melk te bereiken. Een dergelijke uitzondering in de Mededingingswet is de eerste stap op weg naar versterking van de positie van de melkproducenten tegen de geconcentreerde macht van zuivelfabrieken en retail.

Klik hier voor een samenvatting van de verordening.

Geslaagde dag

Het, door DDB-lid Johan Beukeboom aangeboden, feest voor DDB- leden op 4 juli jl. was bijzonder geslaagd en zeker voor herhaling vatbaar. Er is gezellig bij gepraat in een andere setting dan normaal.

Een meer serieuze en uiterst belangrijke gebeurtenis staat echter alweer weer voor de deur. Op 12 juli willen de EMB-leden, de vergaderende EU-landbouwministers duidelijk maken dat de aanbevelingen van de EU-High Level Group on Milk, beneden de maat zijn. De aanbevelingen bieden onvoldoende verbeteringen voor de positie en het inkomen van de melkveehouders en garanderen geen eerlijkere verdeling van de marges. Ook een crisis voor de melkveehouders zoals die in 2009, wordt door de aanbevelingen in de toekomst niet voorkomen.

Daarom doet de DDB een beroep op u om mee te gaan naar Brussel waar op 12 juli een demonstratie plaats zal vinden van 11.00 uur tot 15.00 uur. Net als vorig jaar zullen we zorgen voor het vervoer naar Brussel. Daarnaast organiseren de Belgische EMB-leden een kleine BBQ aan het eind van de demonstratie zodat u met uw buitenlandse collega’s van gedachten kunt wisselen.

In 2009 liet de EMB Brussel op zijn grondvesten schudden, in 2010 moeten we de beweging die daardoor op politiek niveau ontstond, aan de gang houden: niet opgeven voor er resultaat is geboekt in passende maatregelen en wetgeving! Steunt u de EMB ook dit jaar weer? Ga dan mee naar Brussel om uw belangenbehartigers te ondersteunen. De DDB rekent op u!

U kunt zich aanmelden voor Brussel via de e-mail Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken of telefoon 06 30105890

Nieuwe DDB Business

Afgelopen weekend heeft de eerste helft van Nederlandse melkveehouders, de nieuwste DDB Business ontvangen bij de Vee en gewas en Veldpost. Volgend weekend volgt de tweede helft van Nederland. In deze Business een zeer kritische beoordeling van de huidige melkprijs die fors lager ligt dan de marktprijs. En een rapportage over het eindrapport van de EU-High Level Group on Milk (HLGM) en de visie van de EMB/DDB op de toekomst van de melkveehouderij.

12 juli demonstratie te Brussel

Dat we niet tevreden zijn met de eindrapportage, gaan we op 12 juli in Brussel duidelijk maken aan de EU-landbouwministers, door middel van een grote demonstratie! De EMB staat niet alleen in Brussel: de actie wordt gezamenlijk met de European Coordination Via Campesina georganiseerd. Maar het mag duidelijk zijn dat we de blauwe DDB-petten weer volop in het publiek willen zien evenals de rood-wit-blauwe Faironika’s! Het is belangrijk dat u op 12 juli met ons mee gaat naar Brussel, omdat de politiek gevoelig is voor de stem van de Europese melkveehouders. Geef u op via mail Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken of telefoon 06 3015890.

Intelligente oplossingen

Vorig jaar al hebben we gemerkt dat de politieke visie begint te schuiven: de liberalisatie staat ter discussie en melkveehouders moeten zo snel mogelijk verzekerd worden van evenveel invloed en macht in de keten als de zuivelindustrie en de retail. Dat gaat echter niet zonder druk.

Uit de eindrapportage van de HLGM blijkt dat deze hooggeplaatste mensen niet in staat blijken te zijn om een intelligente oplossing te bedenken voor de huidige problematiek in de zuivelsector. Het pakket aan voorstellen kan op geen enkele manier een herhaling van de crisis in 2009 voorkomen, omdat men niet de moed heeft van de platgetreden paden af te wijken. Echte vernieuwing durft men niet door te voeren. Vernieuwing die voor alle schakels in de keten – inclusief de consument - voordelen opleveren. De EMB zal daarom opnieuw haar voorstellen voorleggen aan EU-Commissaris Cioloş.

Overleg EU-Commissie

Een dag na de publicatie van het eindrapport van de HLGM, zat de EMB-ledenvergadering om tafel met de heer Rasmussen, hooggeplaatst afgevaardigde van de EU-Commissie, die met de leden van de EMB in discussie ging over de uitkomsten van de HLGM. Alle leden van de EMB hebben de heer Rasmussen er op gewezen wat de hiaten in het eindrapport van de HLGM zijn en hoe deze verbeterd kunnen worden. De heer Rasmussen is met een groot aantal onbeantwoorde vragen en een paar rubberlaarzen (aangeboden door EMB- lid MIG, om zelf de koeien te gaan melken voor 25 cent) weer naar de EU-Commissie vertrokken. Rasmussen heeft er nadrukkelijk op gewezen dat het eindrapport van de HLGM niet zonder meer wordt doorgevoerd. Hij nodigde de EMB uit om mee te praten over de te nemen maatregelen in de EU-Commissie. De EMB heeft deze uitnodiging aangenomen.

De komende weken zullen meerdere gesprekken plaatsvinden met leden van de EU-Commissie en het EU-Parlement.

NRM

De DDB stond opnieuw op de NRM om met leden en belangstellende melkveehouders te praten en discussiëren onder het genot van een stukje Beemsterkaas. Menig kritisch melkveehouder is zich er van bewust dat de melkprijs nu in verhouding niet veel hoger uitvalt dan vorig jaar: De daling van de euro zorgt voor een stijging van de kostprijs van grondstoffen voor o.a kunstmest en veevoer of olie.

EDF

De keiharde kennismaking met de markt heeft de leden van de European Dairy Farmers (EDF) ongetwijfeld weer met de beide benen op de grond gezet. Hun gemiddelde jaarcijfers over Europa laten onmiskenbaar zien dat ook boeren die door velen als de elite van de melkveehouderij worden gezien, een kritische opbrengstprijs nodig hebben van minimaal 35 cent. Exclusief quotumkosten. Slechts een paar procent (6%) van de EDF-leden, veelal de Ieren, kunnen voor een melkprijs van 25 eurocent melken. Maar 45 procent kon melken voor de gemiddelde opbrengstprijs van vorig jaar, 35,5 eurocent per kg. Een journalist van Nieuwe Oogst berekende dat de EDF-melkveehouders voor slechts 2 cent per uur in 2009 hadden gewerkt.

De cijfers van de EDF tonen opnieuw het gelijk van de DDB en de EMB aan dat een kostendekkende melkprijs zich niet op een niveau van 25 cent bevindt. Iedere instantie die dat desondanks volhoudt doet de eigen geloofwaardigheid ernstig geweld aan.

De Europese landbouwministers zouden de Europese samenleving een groot plezier doen (en een forse besparing van belastinggeld) wanneer ze zo snel mogelijk het EMB-plan implementeren in het nieuwe zuivelbeleid.

De DDB hoopt u op 12 juli in de DDB-bus te mogen verwelkomen om onze eisen kracht bij te zetten.

High Level Expert Group on Milk vervult haar taak niet

Eindrapport van de EU-High Level Expert Group on Milk doet niets effectiefs om de beroerde situatie op de zuivelmarkt op te lossen.

Melkveehouders veroordelen de gedane voorstellen in krachtige bewoordingen.

Brussels/Hamm: 16.06.2010: 

De voorstellen, die vandaag zijn gepubliceerd door de EU-High level Expert Group on Milk (HLGM) in haar eindrapport, doen niets om de crisis op de zuivelmarkt te bestrijden. De voorzitter van de European Milk Board, Romuald Schaber, legt uit: “De aanbevelingen die de HLGM doet aan de Europese Commissie kunnen er niet voor zorgen dat de situatie van de melkveehouders er op vooruit gaan. Dit geldt ook voor de situatie waarin de consument verkeert.” Noch termijnmarkten, noch een Europese instantie die de margeverdeling in de keten moet monitoren, kan een stabiele markt en stabiele en faire prijzen garanderen. Ook Europese richtlijnen voor contracten op vrijwillige basis tussen producenten en zuivelverwerkers zijn uit de lucht gegrepen. “Niets staat er in de weg om nu al contracten af te sluiten. Waar het om gaat is het feit dat de zwakke positie van producenten er voor zorgt dat deze contracten niet fair voor hen kunnen zijn. Bovendien zal hier in de toekomst niets in veranderen zolang de producenten geen merkbare invloed op de markt hebben. Het is noodzakelijk dat een nieuw systeem wordt geïntroduceerd, dat melkveehouders de mogelijkheid biedt om gezamenlijk de productie aan te passen aan de vraag naar zuivel”, benadrukt Romuald Schaber. Dat is ook de reden waarom de EMB vraagt om het in leven roepen van een marktmonitorings- en marktordeninginstantie op Europees niveau.

“In het gehele rapport zijn er slechts twee punten die als positief kunnen worden aangemerkt”, aldus vicevoorzitter van de EMB uit Nederland, Sieta van Keimpema. De één is het versterken van de wettelijke basis voor producentenorganisaties, om ze meer onderhandelingsmacht te geven tegenover de zuivelverwerkers. De andere is de aanbeveling die ingaat op het beter labellen van zuivelproducten. “Al het andere staat ver af van het doel van een stabiele melkproductie met faire prijzen, en is onacceptabel”, voegt Sieta van Keimpema toe.

Het oorspronkelijke idee was dat de HLGM om met oplossingen zou komen voor de zeer slechte situatie op de zuivelmarkt. De harde klappen van deze moeilijke crisis zijn bij de melkveehouders terecht gekomen, niet bij de industrie en niet bij de retail. In de vertolking van haar opdracht heeft de HLGM echter een blinde vlek gehad voor de belangen van de zuivelproducenten. Het is een ontnuchterende gedachte dat de voorstellen, gedaan door belanghebbenden als de EMB, niet de minste aandacht hebben gehad van de HLGM. Zelfs aanbevelingen van de Europese Rekenkamer, het Duitse Federale Kartelbureau en van de Europese Economische en Sociale Raad zijn volledig genegeerd.

Het eindrapport van de HLGM geeft aan dat de Expert Group er niet in geslaagd is om de problemen op de zuivelmarkt aan te pakken. De redenen voor de sterke protesten eind vorig jaar zijn nog niet verdwenen. “Dat is ook de reden waarom EMB-melkveehouders door zullen gaan met vechten voor hun toekomst, hun levensonderhoud staat op het spel”, aldus Romuald Schaber, waarmee hij het standpunt van de EMB nog eens duidelijk aangeeft.

Wereldmelkdag 2010

Wereldmelkdag 2010 was voor de kinderen, leerkrachten en ouders van basisschool de Dubbeldekker een groot succes. 's Middags werd per groep het spel 'Ren je rot' gespeeld, de kinderen kregen vragen over koeien en kalfjes voor gelegd, waarna ze naar de 'Faironika' renden die het juiste antwoord voorstelde. Daarna dansten ze 'de Limbo' onder de melkprijs door, die steeds lager ingesteld werd. En als klap op de vuurpijl mochten de kinderen knuffelen met de drie meegebrachte kalveren. Een unieke ervaring waarvan ze zichtbaar genoten. Na al deze inspanningen werd de dorst gelest met een beker heerlijke melk. Als verrassing werden er in de klas informatieboekjes over de melkveehouderij, een informatie folder over de EMB, ballonnen en een voetbalsticker met Faironika erop uitgedeeld. De school kreeg voor haar gastvrijheid van de Nederlandse EMB-leden als dank een 'Faironika'. De directeur vertelde ons dat hij haar zou laten rouleren door de klassen zodat de kinderen het belang van melkveehouders en deze middag zich blijvend herinneren.

Het bezoek van de Nederlandse EMB-leden aan basisschool de Dubbeldekker staat natuurlijk al op deze site en op de EMB-site www.europeanmilkboard.eu. Daar kan U foto's en videoverslagen bekijken van verschillende EMB-leden.

Themagedeelte Algemene ledenvergadering: 'Wie reguleert de zuivelmarkt?'

Vrijdag 4 juni a.s. houdt de DDB haar algemene ledenvergadering (alv) in de Meeuwenhoeve, Meeuwenweg 28, 8218 NE Lelystad. Het morgengedeelte is alleen voor leden.

Na de lunch, begint om 13.00 uur het politieke debat 'Wie reguleert de zuivelmarkt?' waar alle melkveehouders, voor zijn uitgenodigd. Dhr. J. Atsma, CDA, Dhr. H. Polderman, SP, Dhr. B. v.d. Vlies, SGP en mevr. J. Snijders, VVD, zullen aanwezig zijn om te komen praten over de toekomst van het zuivelbeleid en aanbodsbeheersing, met de nadruk op de marktsituatie. Het debat zal anders dan anders zijn, de politici nemen plaats tussen de melkveehouders om de afstand ook letterlijk te verkleinen. Wij hopen dat u aanwezig zult zijn bij dit naar het zich laat aanzien interessante debat.

Wereldmelkdag 2010 : Geen sprankje hoop voor de zuivelmarkt

Melkveehouders in geheel Europa gebruiken duizenden liters melk om consumenten bewust te maken van de niet opgeloste problemen op de melkmarkt

Hamm, 1 juni 2010:

Geen sprankje hoop voor de zuivelmarkt. Alhoewel de EU-Commissie een High Level Group Experts on Milk (HLGM) heeft opgezet om met maatregelen te komen om de zuivelcrisis te overwinnen, ziet de zuivelmarkt er allesbehalve rooskleurig uit. Door duizenden liters melk weg te geven aan consumenten in Europese steden, symbolische demonstraties voor regeringsgebouwen te houden en kleine hoeveelheden melk symbolisch weg te gooien, wenden de Europese melkveehouders zich tot de Europese burgers met de volgende boodschap: het is zeer onwaarschijnlijk dat de voorstellen die door de EU-politici worden gedaan, duurzame melkproductie in geheel Europa zullen garanderen. Deze boodschap is een oproep aan de politici om met efficiënte instrumenten te komen. Het flexibel aanpassen van het volume aan de vraag uit de melkmarkt zou hoop brengen.

Campagnes die in Europa op 1 juni zijn gevoerd:

Italië: 5.000 liter melk is uitgedeeld aan consumenten in Milaan

Duitsland: “Boot Demo” voor het Ministerie van Landbouw in Berlijn – met melkveehouders uit alle 16 Bondslanden

Frankrijk: plakkaten langs Franse wegen en persconferenties

Nederland: bezoek aan basisschool in Hilversum, uitleg over melk

Oostenrijk: Faire melk proeverij “A faire Milch”

Zwitzerland: symbolisch melk weggooien en melkproeverij voor consumenten,

Denemarken: plakkaten langs Deense wegen

Ierland: op weg naar Wereldmelkdag is op 31 mei een ontmoeting geweest met het General Secretary van de Ierse regering

Spanje: persconferentie in Madrid

Wereldmelkdag: melkveehouders zeer sceptisch over voor eind juni aangekondigde aanbevelingen van de EU-High Level Expert Group on Milk

High Level Expert Group on Milk tot dusver geen effectieve aanpak van de zorgen van de Europese melkveehouders

Brussel / Hamm, 31.5.2010:

Ook voor morgen, Wereldmelkdag, ziet het vooruitzicht voor melkveehouders om de crisis in de melkveehouderij te overleven, er slecht uit. Aangenomen wordt dat de voorstellen van de EU-High Level Expert Group on Milk (HLGM), die in juni worden gedaan, geen enkele inkomenszekerheid bieden aan melkveehouders voor het produceren van hoogkwalitatieve melk in Europa. Dat heeft de European Milk Board (EMB) vandaag tijdens een persconferentie in Brussel verklaard. “Het is tot nu toe weinig inspirerend geweest”, zei Romuald Schaber, president van de EMB: “Drie hoorzittingen, één melkconferentie – ieder met beperkte agenda’s waardoor geen open debat over alternatieve mogelijkheden heeft plaatsgevonden – zo ziet de “constructieve samenwerking” van de EU-Commissie met de spelers op de melkmarkt er in werkelijkheid uit.” Steeds weer heeft de EMB constructieve samenwerking aangeboden om oplossingen te vinden voor de problematiek in de melkmarkt.

HLGM geen totaalconcept

Onder de discussiepunten die de HLGM op de melkconferentie eind maart samenstelde, zitten oude maatregelen als interventie en het uitbetalen van bedrijfstoeslagen. Naast het vergroten van de transparantie, termijnmarkten als speeltuin voor speculanten, directe contracten tussen melkveehouders en de zuivelindustrie en het vinden van een uitzonderingspositie voor melkveehouders in de kartelwetgeving. De individuele maatregelen lijken in niets op een totaalpakket maar losse elementen die ingevoerd zouden kunnen worden. Romuald Schaber daarover: “Voor de Europese melkveehouder wordt niet duidelijk hoe deze instrumenten concreet tot versterking van de positie van de melkproducenten op de melkmarkt zullen leiden en daarmee in de toekomst zullen bijdragen aan de melkproductie in alle Europese regio’s.” De visie van de EMB op de individuele instrumenten vindt u onderaan dit persbericht.

Dat er effectieve instrumenten worden ingezet om de crisis op de melkmarkt te bestrijden is niet alleen belangrijk voor de Europese melkveehouders maar ook voor consumenten, onze leefomgeving, het dierenwelzijn en boeren en boerinnen in ontwikkelingslanden. Voor eerlijke inkomens voor melkveehouders, die het mogelijk maken om wereldwijd eerlijke handel te bedrijven, pleit Kerstin Lanje voor ontwikkelingsorganisatie Misereor vandaag tijdens de EMB-persconferentie in Brussel.

De vice-voorzitter van de EMB, Sieta van Keimpema, vat de toekomstige hervorming van de EU-melkmarkt als volgt samen: “Naar de mening van onze ledenorganisaties uit 14 verschillende Europese landen moet de focus van het zuivelbeleid zich concentreren op het volgende: het versterken van de positie van de melkveehouders door hun mogelijkheden tot bundeling te vergroten en de hoeveelheid melkproductie te regelen.” Hiervoor is inderdaad een verandering van de kartelwetgeving nodig en moet een regeling ingesteld worden dat de besluiten van de Europese melkveehouderorganisatie voor iedereen bindend zijn. Het doel moet de productie van melk zijn, die kwalitatief hoogwaardig is en voor kostendekkende prijzen grotendeels in Europa moet kunnen worden verkocht. Dat is in het voordeel van zowel de melkproducent en een groot deel van de zuivelindustrie, als de consument.

Op 1 juni, Wereldmelkdag, wordt daarom door veel melkveehouders in Europa actie gevoerd.

Stellingname EMB op de discussiepunten van de EU-High Level Expert Group on Milk

1) Contracten tussen melkveehouders en melkfabrieken: de contractualisering

Met dit begrip worden contracten bedoeld tussen melkveehouders en melkfabrieken. Dergelijke contracten zijn er al in veel EU-landen.

Volgens de EMB bieden contracten voor melkveehouders op grond van de volgende redenen geen enkel perspectief om gelijkwaardig deel te kunnen nemen aan de melkmarkt of inkomenszekerheid.

Contracten op fabrieksniveau bewerkstellingen geen regulering van de totale melkplas, omdat ze slechts op grond van de marktbelangen van de individuele melkfabriek worden afgesloten. Dit betekent, dat de melkveehouder wanneer er een overschotsituatie op de markt is, in een zeer slechte onderhandelingspositie zit tegenover de melkindustrie. Daarnaast verslechtert de onderhandelingspositie van de melkfabriek tegenover de levensmiddelenhandel ook in een overschotsituatie, zodat deze ook niet meer de mogelijkheid hebben om een kostendekkende melkprijs uit te betalen.

Melkfabrieken zullen daarom zeker geen contracten af gaan sluiten waarin een prijs, die de productiekosten dekt, is vastgelegd. Dit is niet alleen in tegenspraak met de nodige “markt actie” maar bedreigt in het ergste geval het voortbestaan van de melkfabriek ook. In de contracten zal daarom slechts een minimumprijs worden vastgelegd die er toe zal leiden dat de melkprijs op een dramatisch laag niveau blijft.

2) Aanpassingen in de kartelwetgeving, om een raamwerk te creëren voor afspraken over volumes en prijzen door de melkveehouders

De EMB steunt deze aanpak totaal. Dat er praktische mogelijkheden in de kartelwetgeving zijn, die de positie van de melkveehouders duidelijk kunnen versterken, bewijst het onderzoek van de Duitse Mededingingsautoriteit waardoor de ontwikkeling en het werk van een Milk Board probleemloos mogelijk worden gemaakt, evenals de uitlatingen van de Directeur Generaal van de Mededingingsautoriteit in Brussel en specialisten uit het veld van de Europese kartelwetgeving. Landbouw moet als een uitzonderlijke sector in de economie worden behandeld die groepsvrijstelling krijgt. Dit moet het mogelijk maken de melkveehouders te bundelen in een Europese producentenvereniging en een regionale of nationale producentenvereniging die duidelijke voorwaarden (productiekosten, maatschappelijke belangen) kan stellen aan het gewenste volume en een eventuele stijging of daling van de productie mag bepalen.

Een kleine reserve moet evenwel door de Europese producentenvereniging worden gerealiseerd, om kortdurende toppen in de productie op te kunnen slaan. Om de positie van de melkveehouders werkelijk te kunnen versterken in deze organisaties, is regelgeving van de Europese overheid nodig waardoor de besluiten van deze organisatie een algemeen bindend effect krijgen.

3) Transparantie door hervorming / samenvoegen van bestaande data voor een prijsmonitoringagentschap

De EMB is van mening dat voor een groot deel al bestaande processen die gegevens verzamelen, kunnen worden gebruikt op grotere schaal. Maar, een Europees agentschap moet er zorg voor dragen dat in het bijzonder bij het onderzoek naar melkprijzen, cijfers over productiekosten en marktveranderingen op regelmatiger en frequenter basis moeten worden verzameld en sneller openbaar moeten worden gemaakt. Productiekosten moeten worden neergezet in volledige kosten, inclusief arbeid en vermogenskosten. De meest effectieve vorm van onderzoek is een representatieve steekproef van melkveebedrijven uit geheel Europa (zo’n 1.000 bedrijven) die continue gedurende het jaar hun bedrijfscijfers doorgeven aan dit Europese agentschap.

4) Termijnmarkten

Termijnmarkten zijn geen vervanging van een noodzakelijke marktregulering en daarom niet geschikt een kostendekkende melkprijs te garanderen. Het is ook onwaarschijnlijk dat zij consumenten een redelijke prijs zullen garanderen. Wie naar de energiemarkt kijkt, ziet dat de handel in futures het product onnodig duur maken op weg naar de consument. Daarnaast is de termijnmarkt niet in staat de boerenmelkprijzen te beïnvloeden of te stabiliseren juist het tegendeel: de termijnmarkt bestaat door sterk schommelende prijzen.

Het enige wat een dergelijk systeem kan bereiken is een risicoafdichting voor de spelers. Daarnaast draagt dit instrument niet bij aan de transparantie van de markt omdat meestal geen grote hoeveelheden worden verhandeld. Tot slot kan het gevaar van speculatie niet worden uitgesloten.

5) Aanhouden van oude instrumenten zoals interventie en exportsubsidies

Interventie geeft geen oplossing. Het is een duur instrument waarbij het belastinggeld van de Europese burgers inefficiënt wordt aangewend. Daarom moet volumeregulering via een managementsysteem door de Europese melkveehouders worden georganiseerd en gefinancierd.

Exportsubsidies verplaatsen het overschotprobleem van de Europese markt naar de wereldmarkt, waar zij in het bijzonder de melkveehouders in ontwikkelingslanden benadelen doordat deze volumes de prijs drukken.

Grijpt EU-High Level Group de kans om de zuivelmarkt effectief te hervormen?

De Europese zuivelmarkt bevindt zich in een enorme crisis! Hervorming van de markt is onderwerp van intensieve discussies in de EU. Door het installeren van een High Level Group (HLG) aangaande dit onderwerp, heeft de EU-Commissie een belangrijke kans gecreëerd. Een kans om het zuivelbeleid zo te hervormen dat in de toekomst duurzame melkproductie van hoogkwalitatieve melk mogelijk blijft in geheel Europa. Echter, als we kijken naar wat de HLG tot nu toe heeft gepubliceerd, krijgen wij de indruk dat men deze kans laat liggen.

Daarom geeft de EMB in Brussel een persconferentie over dit onderwerp op 31 mei.

Op de persconferentie maakt de EMB haar standpunten bekend over de resultaten van de EU-High Level Expert Group on Milk, op weg naar Wereldmelkdag op 1 juni. De EMB zal ook een alternatief in rapportvorm presenteren dat duurzame melkproductie mogelijk maakt in geheel Europa, opgesteld in samenwerking met wetenschappers, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en ontwikkelingsorganisaties.

Vertegenwoordigers van het Spaanse voorzitterschap van de EU, de EU-Commissie en het Europees Parlement zijn uitgenodigd voor de officiële uitreiking van het EMB-rapport na afloop van de persconferentie.

Tegelijkertijd zullen in verschillende EMB-landen persconferenties plaatsvinden over dit onderwerp. Op 1 juni, Wereldmelkdag, worden vervolgens overal in Europa door EMB-leden indrukwekkende demonstraties en acties gevoerd.

Aandacht voor de Nederlandse melkveehouderij op Wereldmelkdag

Op 1 juni is het Wereldmelkdag. In Nederland een relatief onbekend begrip. Toch wordt deze dag al sinds 2001 wereldwijd georganiseerd. De FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) startte met deze dag om alle aspecten van de melk onder de aandacht te brengen.

Voor 1 juni werd gekozen omdat een aantal landen al jaarlijks rond deze datum een nationale melkdag organiseerden.

Op 1 juni 2010 vragen de leden van de European Milk Board (EMB) overal in Europa aandacht voor de melkveehouderijsector die zich sinds 2009 in een diepe crisis bevindt.

De Nederlandse EMB-leden, de Dutch Dairymen Board (DDB) en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), zullen op 1 juni, vergezeld van een paar kalfjes en zuivel van Hollandse bodem, Basisschool De Dubbeldekker bezoeken.

De kinderen zullen op 1 juni vanaf 13.15 uur tot 15.15 uur spelenderwijs van alles leren wat er over ‘koetjes en kalfjes’ te vertellen is. En natuurlijk mag er met de kalfjes worden geknuffeld.

Binnenkort komt de EU-High Level Expert Group on Milk met haar advies aan de EU-Commissie betreffende de hervorming van het Europese zuivelbeleid. Voor de DDB en de NMV is het erg belangrijk dat de waarde voor de totale samenleving van de melkveehouderij en de talloze gezinsbedrijven die hierin werkzaam zijn, tot uitdrukking komt in de voorstellen van de EU-High Level Expert Group on Milk.

De Nederlandse melkveehouderij is onlosmakelijk verbonden aan het Hollandse landschap. Het is ondenkbaar dat in de toekomst de kans bestaat dat er in onze groene weides geen koeien meer grazen. De DDB en de NMV zetten daarom op 1 juni a.s. de bijzondere waarde van de melkveehouderij optimaal en positief in het zonnetje.

EMB-acties leveren aantoonbaar resultaat op

Alle Nederlandse melkveehouders hebben onlangs één van de resultaten van de acties en demonstraties in 2009 van de leden van de European Milk Board (EMB) in klinkende munt op hun bankrekening ontvangen. De EMB had tijdens de acties niet om geld of extra subsidies gevraagd. De EMB eist een eerlijk en duurzaam zuivelbeleid, dat recht doet aan de inspanningen van tienduizenden Europese melkveehouders en hun gezinnen, die iedere dag zeer hoogkwalitatieve melk leveren.

Melk waar een erbarmelijke prijs voor wordt betaald door de onevenwichtige machtsverhoudingen en margeverdeling in de keten.

Een ander resultaat van de EMB-acties is de oprichting van de EU-High Level Expert Group on Milk om o.a. maatregelen te ontwikkelen die de positie van de melkveehouders versterken. Binnenkort komt deze groep met haar advies aan de EU-Commissie betreffende de hervorming van het Europese zuivelbeleid.

Voor de leden van de EMB is het erg belangrijk dat de waarde voor de totale samenleving van de melkveehouderij en de talloze gezinsbedrijven die hierin werkzaam zijn, tot uitdrukking komt in de voorstellen van de EU-High Level Expert Group on Milk.

Uit recente onafhankelijke studies is gebleken dat de melkveehouders in de keten een zeer ondergeschikte positie hebben en onvoldoende rugdekking krijgen door het huidige zuivelbeleid. De toekomst van onze prachtige zuivelsector kan alleen gewaarborgd worden als er concrete stappen worden genomen om de positie van de melkveehouders in de keten te versterken.

Op 1 juni, Wereldmelkdag, zullen veel leden van de European Milk Board (EMB) overal in Europa acties en demonstraties organiseren om aandacht te vragen voor de Europese melkveehouderij. In Nederland beraden de Dutch Dairymen Board (DDB) en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) zich op acties op een later tijdstip, nu in Nederland de landelijke politici op verkiezingstournee zijn.

N.B. Na de toekenning aan de Europese melkveehouders van de ‘financiële crisisdonatie’, hebben een aantal melkveehouders/vertegenwoordigers van melkveehouderorganisaties hun bedenkingen uitgesproken jegens de extra fondsen voor de melkveehouders. Melkveehouders die zich nog steeds bezwaard voelen om geld aan te nemen waarvoor zij geen inspanningen hebben verricht, kunnen dit geld overmaken aan de EMB, Bahnhofstr. 31 D-59065 te Hamm, bankrekeningnummer / IBAN: DE06430609674017466200, SWIFT: GENODEM1GLS, van de GLS Gemeinschaftsbank eG te Bochum, Duitsland.

De EMB zal het geld op een nuttige manier besteden aan de lobby voor een eerlijk en duurzaam zuivelbeleid met een kostendekkende melkprijs en een gelijkwaardige positie voor de melkveehouder in de zuivelketen.

Duidelijke taal van de EMB bij de High Level Melk conferentie

Totaal concept voor de zuivelmarkt in het belang van producent en consument

Brussel / Hamm:
Vandaag vrijdag 26 maart vindt de conferentie plaats van de EU-Commissie met als titel “Welke toekomst voor melk?“. De European Milk Board grijpt deze gelegenheid aan om haar concept-plan voor de toekomstige zuivelmarkt openbaar te maken.

De rol van de politiek wordt in de toekomst een andere, de melkveehouders nemen meer verantwoordelijkheid en worden gelijke partners in de markt. De melkhoeveelheid zal in de toekomst deel uit maken van een markt die kostendekkende producentenprijzen mogelijk maakt, schadelijke overschotten worden vermeden.

Drie punten zijn essentieel voor deze aanpak:

Ten eerste: De inrichting van de zuivelmarkt moet als totaalconcept ingevoerd worden. Een versterking van de positie van de melkveehouders heeft alleen zin als ze ook de hoeveelheid zelf effectief kunnen reguleren.

Ten tweede: Deze beoogde zuivelmarkt kan alleen goed functioneren als ze maatschappelijke doelen nastreeft en ze een kostendekkende producenten-melkprijs tot doel heeft. Ze moet aan de belangen van de producent en de consument tegemoet komen.

Ten derde: De inrichting van de zuivelmarkt moet op Europees niveau ingesteld worden. Dat houdt in dat wetgeving die hiervoor wordt uitgevaardigd voor alle melkveehouders in Europa bindend moet zijn.
Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board: “De Europese burgers hebben recht op een inrichting van de zuivelmarkt die recht doet aan hun eisen voor een duurzame melkveehouderij en niet het belang van een paar export-georiënteerde melkfabrieken. Hier moet de EU High Level Expert Group rekening mee houden bij hun opdracht.

Gedetailleerde informatie over hoe de zuivelmarkt in de toekomst economisch, ecologisch en sociaal duurzaam onder verantwoording van de melkveehouders vorm gegeven wordt, is hier te lezen..

Europees zuivelbeleid ná 2015 - EU-zuivelbeleid: hoe nu verder?

De video's van diverse bijeenkomsten zijn te vinden onder de video's of door hier te klikken.

Constructief gesprek tussen EMB en de EU-Landbouwcommissaris

Brussel, 11 maart 2010: Vandaag vond een gesprek plaats tussen de European Milk Board (EMB) en de nieuwe EU-Commissaris van Landbouw, Dacian Cioloş. Een gesprek dat zeer constructief is geweest voor beide partijen. De Commissaris verklaarde dat de richting van het EU-landbouwbeleid opnieuw moet worden bekeken om een verstandig beleid op de lange termijn zeker te stellen. Hij was het met de EMB eens dat het op de korte termijn corrigeren van verkeerd genomen politieke besluiten, geen oplossing biedt voor de lange termijn. Hij verklaarde ook dat de toekomstige politiek moet passen binnen de financiële mogelijkheden van het EU-budget.

Beide partijen erkenden de noodzaak om in de nabije toekomst vaker te overleggen over de melkmarkt.

Europees zuivelbeleid ná 2015

EU-zuivelbeleid: hoe nu verder?

Over hoe het zuivelbeleid er ná 2015 uit zal zien is slechts één ding zeker: alle beleidsmogelijkheden liggen nog open. De forse crisis in de melkveehouderij die al begon ruim voor de wereldwijde economische crisis en de acties van duizenden EMB-melkveehouders in 2008 en 2009 in Brussel, Luxemburg en de afzonderlijke Europese landen, hebben vele instanties en partijen duidelijk gemaakt dat er iets mis is met het huidige EUzuivelbeleid.

Onafhankelijke rapporten
De rapportages die daarop zijn verschenen, van de EU-Rekenkamer, de Duitse Mededingingsautoriteit, de European Economic and Social Comity (EESC) en de Universiteit van Utrecht, zijn belangrijke en onafhankelijke graadmeters voor de nieuwe Europese Landbouwcommissaris Dacian Ciolos, de EUCommissieleden en de EU-Parlementsleden. De rapporten tonen aan dat melkveehouders een ondergeschikte positie hebben in de keten en dat wijzigingen in het beleid noodzakelijk zijn.

High Level Group
Wat de taak is van de EU High Level Expert Group on Milk (HLG) die door de Europese Commissie werd ingesteld naar aanleiding van de EMB-acties in 2009, krijgen we antwoord van leden van de Nederlandse afvaardiging naar deze groep.

Exportcijfers en melkprijzen
De ontwikkeling van de exportcijfers voor zuivelproducten zoals gepubliceerd door de EU, blijken anders te verlopen dan de beleidsmakers verwachtten. Welke conclusies moeten melkveehouders daar voor in de toekomst aan verbinden?

Gastsprekers
Om een zo goed en volledig mogelijk beeld te geven van alle nieuwe ontwikkelingen in de EU ten aanzien van het EU-zuivelbeleid en bovengenoemde zaken, houdt de DDB (Dutch Dairymen Board) informatiebijeenkomsten. Bij deze bijeenkomsten zijn gastsprekers aanwezig van o.a. de High Level Expert Group on Milk, Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), Wageningen Universiteit en Europese EMB-bestuursleden om u een zo volledig mogelijk beeld te geven van de actualiteit en uw vragen te beantwoorden.

EMB
Ook zal u worden geïnformeerd over de voortgang van de DDB en de EMB (European Milk Board). De EMB heeft inmiddels twee keer ingesproken bij de EU High Level Expert Group on Milk, en de EMB-leden hebben zowel gezamenlijk als apart een stevige lobby ontwikkeld in Brussel en de afzonderlijke EU-lidstaten.

Kom ook!
Wilt u mee discussiëren over de toekomst van het EU-zuivelbeleid met onze sprekers? Kom dan ook op één of meerdere van de DDB-informatiebijeenkomsten waar Sieta van Keimpema, vice-voorzitter EMB en voorzitter DDB, een presentatie zal geven, aanvang 20.15 uur

Maandag 15 maart in De Radstake, Twenteroute 8 te Heelweg
Mr.ir. Maria E.G. Litjens, WUR, expert op het gebied van Producenten Organisaties, informeerde hierover de VKC voor LNV onlangs.

Dinsdag 16 maart in De Milandhof, Middenweg 2 te Zegveld
Ir. R.P. Lapperre, programmadirecteur Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (LNV) en lid van de Nederlandse afvaardiging in de EU HLG.

Woensdag 17 maart in Balk Zalencentrum, De Gast 39 te Zuidhorn
Marc Jansen, hoofd consument en kwaliteit bij het CBL.

Maandag 22 maart in De Schakel, Oranjelaan 10 te Nijkerk
Prof.dr.ir. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie en plattelandsontwikkeling, heeft een scherp beeld over de liberalisering in de landbouw.

Dinsdag 23 maart in De Vriendschap, Wadway 22 te Wadway
Dr.ir. Niek B.J. Koning, Assistant professor WU Social Sciences, ruraal beleid, o.a. expert op het gebied van de regulering van de zuivelmarkt.

Woensdag 24 maart in ‘t Haske, Vegelinsweg 20 te Joure
Dr.ir. Niek B.J. Koning, Assistant professor WU Social Sciences, ruraal beleid, o.a. expert op het gebied van de regulering van de zuivelmarkt.  

U bent van harte welkom, met uw partner en/of belangstellende collega’s!

Keuringsdienst van Waarde reikt NMV helpende hand inzake analoge kaas

De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) richtte zich eind vorig jaar tot hét consumentenprogramma over eten: "De Keuringsdienst van Waarde", met de vraag opnieuw de misleiding rondom het gebruik van nepkaas voor het voetlicht te brengen. Reden voor dit verzoek is het feit dat de consument nog steeds misleid wordt wanneer hij pizza of lasagne koopt. Ten onrechte wordt vaak de indruk gewekt dat het product echte kaas bevat. Op de verpakking is op geen enkele wijze te zien of en in welke mate de kaas is vermengd met nepkaas. Hierdoor kan de consument geen keuze maken en wordt op een misleidende manier steeds meer kaas verdrongen door nepkaas. Dit kost de melkveehouders veel afzet van de voor kaas benodigde melk en drukt hiermee de toch al zeer lage melkprijs.

Toen de Keuringsdienst van Waarde anderhalf jaar terug ontdekte dat kaas op pizza's en lasagne niet van de koe, maar van de palmolieplantage kwam, was het hommeles in ons kaaslandje. De producenten beloofde beterschap en belofte maakt schuld. De voedingsindustrie ondernam echter vrijwel geen actie die ervoor had kunnen zorgen dat de consument niet meer op het verkeerde been gezet wordt. De NMV vroeg daarom de Keuringsdienst om het nepkaasdossier te heropenen. Aanstaande donderdag, om 20:25 uur op NED 3, komt de Keuringsdienst van Waarde met een oplossing die een einde moet maken aan de verwarring rondom de analoge of nepkaas.

Zie ook: http://sites.rvu.nl/page/856. (Nederland 3, donderdag 4 maart 2010, 20.25 uur,)

Faire Melk BDM, groot succes!

 Het bericht afgelopen week op de site van Top Agrar en in het Agrarisch Dagblad, dat de verkoop van het melkmerk die Faire Milch van EMB-lid BDM (Bundesverband Deutsch Michviehhalter) in Westfalen is gestopt na zes weken, blijkt op klinkklare onzin te zijn gebaseerd, constateert de DDB (Dutch Dairymen Board) na navraag te hebben gedaan bij BDM-voorzitter Romuald Schaber.

De afzet gaat zelfs zo goed, aldus Romuald Schaber, dat de faire melkpakken regelmatig uitverkocht zijn. De melkfabriek die de pakken voor de BDM vult, kan echter niet meer melk verwerken zodat nu met een tweede melkfabriek onderhandelingen worden gevoerd. “Dan hebben we het probleem dat we te weinig pakken melk hebben, opgelost”, aldus Schaber. “Ook steeds meer kleine handelaren willen onze melk hebben. Iedereen, ook wij zelf, is verbaasd dat de melk zo goed loopt”.

Op de vraag aan Schaber hoe een dergelijk fout en negatief bericht dan in de kranten kan zijn gekomen, zegt Schaber: “Dit zijn de eerste aanvallen van de gevestigde zuivelorde, maar we hebben alles onder controle”.

De gevestigde zuivelorde is ongerust over de belangstelling voor de Gentech-vrije, biologische melk van De faire Milch, het kost hen marge doordat het product aan de vraag van de Duitse consument voldoet en verder gaat dan de conventionele biologische melk die op de Duitse markt verkrijgbaar is. Het is jammer dat ook agrarische media, de bronnen van dergelijke negatieve berichtgeving niet beter controleren en simpelweg berichten kopiëren.

Op bijgevoegde foto de Faire Milch in een filiaal van Rewe in Bayreuth. Direct tegenover het zuivelschap, goed zichtbaar voor de klanten.

Opnieuw steun voor EMB-melkveehouders

Ook de European Economic and Social Committee (Europese Sociaal Economische Raad: de Europese SER) heeft zich nu uitgesproken voor blijvende regulering van de zuivelmarkt na 2015. In het persbericht van de EESC, d.d 18 februari 2010, wordt verder nog benadrukt dat melkveehouders eerlijke inkomens moeten krijgen en gedegradeerd zijn tot prijsnemers.

De DDB en de NMV zijn bijzonder ingenomen met deze volgende ondersteuning van haar uitgangspunten door een belangrijke Europese instantie. Eerder al ondersteunden de EU-Rekenkamer en de Duitse Mededingingsautoriteit de uitgangspunten van de EMB. De toenemende druk van onafhankelijke adviesorganen van de EU op de EU-Commissie, de EU-landbouwministerraad, de EU-High Level Group on Milk en de EU-Parlementsleden kan niet zonder resultaat blijven.

De lobby van de EMB-leden levert resultaat op, nu onderzoek na onderzoek de juistheid van de stellingname van de EMB-leden aantoont.

Vertaling van persbericht van de European Economic and Social Committee www.eesc.europa.eu/activities/press/cp/index_en.asp

18 februari 2010

Zuivelproducten kunnen niet alleen aan de markt worden overgelaten

Stabiele prijzen en eerlijke inkomens voor melkveehouders zijn cruciaal om verzekerd te blijven van de bevoorrading van hoogkwalitatieve zuivelproducten en een levendig platteland in Europa, zegt de European Economic and Social Committee (Europese Sociaal Economische Raad: de Europese SER) in haar toekomstvisie over het EU-zuivelbeleid, aangenomen op de plenaire zitting van 17 februari jl.

Een paar maanden nadat melkveehouders uit de gehele EU in Brussel demonstreerden tegen prijsschommelingen op agrarische markten, maakt de EESC zich sterk als voorstander van het behoud van marktregulering om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. "Levensmiddelen in het algemeen en zuivelproducten in het bijzonder zijn te belangrijk voor de bevolking om aan de grillen van de vrije markt over te laten”, zegt rapporteur Frank Allen (Various Interests Group, Ireland).

De EU produceert meer zuivelproducten dan het consumeert. Bijvoorbeeld: melkproductiequota, vastgesteld door de EU-Commissie, worden niet gevuld en zullen dit de komende jaren ook niet doen door de lage prijzen die in veel gevallen onder de productiekosten uitkomen. Omdat de prijzen hoogstwaarschijnlijk halverwege het jaar zullen stijgen, zal de productie dat ook doen, zodat de prijzen weer zullen dalen.

Daarnaast heeft de toenemende concentratie van de retailsector, de retailsector een onevenredige onderhandelingsmacht gegeven waardoor boeren van “prijszetters” tot “prijsnemers” zijn gedegradeerd. Het verhogen en uiteindelijk afschaffen van het melkquotum zonder naar de vraag te kijken, is in strijd met het streven van de EU om een duurzame landbouw te ontwikkelen, luidde het commentaar van de EESC.

Omdat melkproductie een sleutelrol in de toekomst heeft voor veel regio’s in de EU, is deregulering een serieuze bedreiging van het culturele erfgoed en de multifunctionele ontwikkeling van het platteland van de EU.

De Europese Commissie heeft tot 2015 de mogelijkheid om op ontwikkelingen op de zuivelmarkt te reageren via het quotasysteem en andere marktinstrumenten. Om zuivelindustrie in de EU mogelijk te houden en de productie in bepaalde regio’s van de EU te behouden, moeten meerdere politieke maatregelen verlengd worden na 2015, beredeneert de EESC.

De EESC benadrukt de behoefte van de EU tot handhaving van veilige melkproductie en de zekerheid van melkproductie binnen de EU-grenzen. Tenslotte moeten er meer middelen voor onderzoek beschikbaar worden gesteld om onderzoek en innovatie mogelijk te maken om de ontwikkeling van een meer efficiënte en concurrerende zuivelindustrie te bevorderen, aldus het Comité.

Kijk voor meer informatie:
https://toad.eesc.europa.eu/AgendaDocuments.aspx?pmi=P5b5DqA%2f3zQ%3d

Voor meer details over de opinies, neem a.u.b. contact op met de rapporteur:
http://eescmembers.eesc.europa.eu/EESCMembers.aspx?culture=en

of stuur een e-mail naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Europese maatschappij staat achter de melkveehouders Sociale- en Economische Raad voor volumeregulering van de markt

Hamm, 19 februari 2010. Volgens de Europese Sociale- en Economische Raad (EESC) zijn dringend maatregelen nodig om vraag en aanbod in evenwicht te brengen op de zuivelmarkt. In het persbericht van de SER stond: “Levensmiddelen in het algemeen en zuivelproducten in het bijzonder zijn te belangrijk voor de bevolking om aan de grillen van de vrije markt over te laten”.

Daarmee geeft de SER aan dat de Europese melkveehouders van de European Milk Board (EMB) het gelijk aan hun kant hebben als ze de noodzakelijkheid van een flexibele volumeregulering bepleiten. ”Een systeem van aan vraag en aanbod gerelateerde marktmaatregelen is essentieel om na 2015 van een duurzame en milieuvriendelijke melkveehouderij verzekerd te zijn”, aldus het bericht.

De kritiek van de SER op de huidige EU-politiek die de melkquota verhoogt en vervolgens gaat afschaffen, is duidelijk. Dit streven gaat niet samen met het doel van de EU om een duurzame landbouw te ontwikkelen luidde het commentaar van de SER. Hiermee reageert men verkeerd op de toenemende marktmacht van handelaren en industrie die de melkveehouders tot prijsnemers hebben gedegradeerd.

De SER voorziet tengevolge van een vrije zuivelmarkt ook vergaande negatieve gevolgen voor het culturele erfgoed en de ontwikkeling van het platteland.

Volgens de EU-rekenkamer heeft nu ook de Sociaal Economische Raad aangegeven dat er haast geboden is de koers van liberalisering te verlaten die door de EU-commissie en EU-Raad is ingezet. Er moet een gereguleerde zuivelmarkt voor in de plek komen.

Een verandering van de gevolgde EU-zuivelpolitiek is ook voor de EMB noodzakelijk. Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board: “Hierbij hoort een versterking van de positie van de producent en een uitzonderingspositie bij de Europese Mededingingsautoriteit, verder kan een monitoringsinstituut de zuivelmarkt nauwlettend volgen. Vanwege de geringe marktmacht van de melkveehouders en melk als kort houdbaar product is een overkoepelende instantie vereist die een goede balans tussen vraag en aanbod mogelijk maakt.

Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB: “De melkveehouders zijn blij met de visie die door de SER naar buiten is gebracht. Slechts stabiele prijzen en een eerlijk inkomen voor melkveehouders kunnen op lange termijn zorgen voor een duurzame melkproductie. Het is de hoogste tijd om in te grijpen.“

Melkveehouders blijven de gemoederen in de politiek en daarbuiten bezighouden:

De Duitse Mededingingsautoriteit (de Bundes Kartelamt) heeft er op 11 januari jl. in hun ‘tussenbericht tot ondersteuning van het sectoronderzoek Melk’, op gewezen, dat de invloed van de melkveehouders op de markt moet worden versterkt.

Naar de mening van de Duitse mededingingsautoriteit wordt “de verhouding van de melkveehouders ten opzichte van de melkfabrieken (…) door een ongelijke verdeling van de macht in het voordeel van de melkfabriek, gekenmerkt. Omdat de marktpositie van de melkveehouders (…) verdeeld is”, maar “de marktpositie van de melkfabrieken sterker geconcentreerd is, hebben de boeren geen significante marktmacht”, aldus het bericht.

De Mededingingsautoriteit stelt voor, om de positie van de melkveehouders te versterken door gebruik te maken van de door de Duitse wetgever gegeven mogelijkheid tot uitzonderingsmaatregelen waardoor regionale producentenverenigingen kunnen worden opgericht. De wettelijke mogelijkheid die door de Duitse mededingingsautoriteit wordt bedoeld, is een marktstructuurwet die al sinds 1969 voor andere sectoren in de landbouw bestaat, maar pas onlangs is aangepast om toepasbaar te worden voor de Duitse melkveehouders (volgende week verschijnt een vertaling van het persbericht van de Bundes Kartelamt op onze site).

De DDB en de EMB stellen voor dat men in de EU nog een stap verder gaat en besluit tot een vrijstellingsregeling van de kartelwet, die de melkveehouders in staat stellen zich zowel op nationaal als Europees niveau te bundelen en het recht krijgen, volumeregulerende maatregelen te nemen die overschotten voorkomen. Alleen maatregelen op Europees niveau, kunnen voorkomen dat de Europese melkveehouders een ondergeschikte positie in de keten houden.

High Level Expert Group on Milk
Vorige week sprak de DDB voor de tweede maal met de Nederlandse afvaardiging van LNV voor de EU High Level Expert Group on Milk. De gesprekken, die plaatsvinden op het Ministerie van LNV, vinden in een goede sfeer plaats. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn dezelfde als de zaken die in Brussel tijdens de hoorzittingen van de EU High Level Expert Group on Milk plaatsvinden: verdeling van de marges, evenwicht in de markt, de interventie-instrumenten, transparantie enz.

In de discussie valt de DDB vaak het nog zeer grote vertrouwen in de liberalisering en de marktwerking op. Terwijl de markt juist in de huidige economische crisis overduidelijk heeft aangetoond, fors te kunnen falen. De DDB heeft daarom ook gevraagd of de expertiserapporten van bijvoorbeeld de EU Rekenkamer, de Duitse Mededingingsautoriteit en ook de Universiteit van Utrecht, worden meegenomen in de besluitvorming. Daar is bevestigend op geantwoord. Vooral het rapport van Gerbrandy en De Vries (Universiteit van Utrecht) over de beperkingen van de Mededingingswet, mag zich in een warme belangstelling verheugen.

De positie van de melkveehouders en de rol en beperkingen van de Europese mededingingswet, staan hoog op de agenda, is de DDB verzekerd.

Hoorzitting margeverdeling agronutriketen
De Vaste Kamercommissie van LNV (VKC-LNV) heeft de afgelopen week drie hoorzittingen gehouden over de verdeling van de marges in de agronutriketen. De DDB is hier niet voor uitgenodigd omdat volgens de voorzitter van de VKC-LNV, Joop Atsma, de commissie geen organisaties had uitgenodigd voor deze hoorzitting en op de hoogte is van de opstelling van de belangenbehartigers in de melkveehouderij.

De DDB betwijfelt dit ten zeerste en heeft daarom van de uitnodiging van de heer Atsma gebruik gemaakt, om een notitie op te sturen betreffende dit onderwerp. De volledige notitie kunt u op de site van de DDB lezen onder de titel: ‘Verdeling van de marges in de agronutriketen- DDB notitie’.

Kennis
De DDB heeft veel kennis in huis wanneer het over de margeverdeling in de keten gaat: De DDB voorzitter heeft als EMB vice-voorzitter de EU High Level Expert Group on Milk meerdere malen toegesproken over dit onderwerp. Tevens heeft de DDB kennis van maatregelen in andere Europese landen waardoor de positie van melkveehouders kan worden versterkt.

CBL
Levensmiddelenkoepel CBL leverde tijdens de hoorzitting van 11 februari jl. het rapport aan met de titel ‘Over tevreden consumenten. De rol van de supermarkten’. Het rapport, is wel een heel positieve en eenzijdige weergave vanuit de visie van de levensmiddelenhandel, constateert de DDB.

Ook hiervan heeft de DDB een inhoudelijke notitie gemaakt, die aan de VKC-LNV wordt opgestuurd. Onder de titel ‘Margeverdeling supermarkten - DDB notitie’, u kunt ook deze notitie binnenkort nalezen op onze site.

Tot slot
Terwijl de EU High Level Group maandelijks vergadert over de toekomst van het zuivelbeleid, daalt de melkprijs weer gestaag. Een slechte ontwikkeling die zeker verband houdt met de bekendmaking van de Europese Commissie om een grote hoeveelheid boter uit de opslag te halen. Gelijktijdig opent men de interventie weer. Dat betekent echter wel dat de markt nóg minder snel zal worden opgeschoond dan vorig jaar. De DDB volgt de markt en politici nauwlettend en houdt u op de hoogte van de ontwikkelingen. In maart worden DDB informatiebijeenkomsten gehouden over de marktontwikkelingen, de EU High Level Group on Milk en de visie van de DDB en de EMB. U ontvangt daarvoor nog een uitnodiging.

DDB en EMB feliciteren Dacian Çiolos met zijn benoeming tot EU- Landbouwcommissaris

Vandaag, dinsdag 9 februari 2010, wordt de benoeming van Dacian Çiolos tot EU landbouwcommissaris, door het EU parlement in Straatsburg bekrachtigd.

DDB 

De DDB feliciteert hem met deze belangrijke positie. De DDB verwacht dat Dacian Çiolos, gezien zijn achtergrond, open zal staan voor de oplossing die de DDB samen met de EMB heeft ontwikkeld om een evenwichtige markt en een gelijkwaardige positie voor de melkveehouders in de zuivelketen te bereiken.

De ultra-liberale koers van Çiolos’ voorganger, Mariann Fischer Boel, heeft het merendeel van de melkveehouders in de EU financieel aan de rand van de afgrond gebracht. Vele boerengezinnen hebben zelfs door haar onevenwichtige en ondoordachte zuivelbeleid van de laatste jaren, niet bedrijfsmatig overleefd en moesten hun deuren sluiten.

De acties van de EMB hebben niet alleen geleid tot de EU High Level Expert Group on Milk, die halverwege 2010 de EU Commissie gaat adviseren over het te volgen zuivelbeleid na 2015, door de acties leveren steeds meer onafhankelijke instanties gevraagd en ongevraagd, kritiek op het zuivelbeleid en de wetgeving waar producenten onder vallen. Ná de publicatie van de EU Rekenkamer waarin het voorgenomen zuivelbeleid wordt bekritiseerd, heeft de Duitse Mededingingsautoriteit op 11 januari jl. gepubliceerd dat melkveehouders geen machtspositie hebben in de keten. Zelfs niet als ze coöperatief gebundeld zijn. Ook een groep Europese economische wetenschappers kwam in 2009 al tot deze conclusie en het rapport van de Universiteit van Utrecht in opdracht van de NMV, constateert dat de huidige mededingingswet de melkveehouders onvoldoende handvatten biedt om zich effectief te bundelen en verweren in de markt.

Allerlei zaken die door de vorige EU landbouwcommissaris onvoldoende zijn onderzocht vóór wijzigingen in het zuivelbeleid werden doorgevoerd. De zogenoemde Health Check met zachte landing, heeft tot nu toe geen enkel gezond effect bereikt maar de markt grondig verziekt.

De DDB blijft werken aan een verbeterd zuivelbeleid dat tot een eerlijker en evenwichtiger zuivelmarkt en –handel leidt. Geen individuele melkcontracten tussen melkveehouders en hun afnemer, aangezien deze individuele contracten geen enkele invloed uit kunnen oefenen op het grote geheel. Aanvullend landbouwbeleid dat de melkveehouders een gelijkwaardige mededinging garandeert is essentieel voor de toekomst van een welvarende melkveehouderij in de EU.

EMB

Nieuwe rol voor de EU bij vormgeving thema ‘maatschappelijk verantwoorde zuivelmarkt’

De European Milk Board feliciteert Dacian Çiolos met zijn baan en is er van overtuigd dat hij met zijn landbouwkundige expertise al heel snel bereid zal zijn met de Europese melkveehouders intensief samen te werken.

In het kader van de hoorzitting van de EU High Level Expert Group on Milk vorige week (dinsdag 2.2.2010) heeft de European Milk Board (EMB) duidelijk gemaakt dat ook in de toekomst de rol van de EU bij het vormgeven van de melkmarkt heel belangrijk zal zijn. Want alleen een Europese regeling kan de melkmarkt op de korte en de lange termijn in evenwicht houden. Nationale oplossingen of voorstellen van individuele melkfabrieken en regeringen, om de melkhoeveelheid via melkcontracten tussen melkveehouders en melkfabrieken te reguleren, leiden nergens toe. Ze verzwakken de onderhandelingspositie van de melkveehouders nog verder en voeren tot steeds sterkere schommelingen van melkhoeveelheden en melkprijzen.

Echter, de overheid moet zeker niet overal een rol in hebben. Het is voldoende als de Europese overheid het kader vaststelt, waarbinnen de onderhandelingspositie van de melkveehouders versterkt wordt en mogelijkheden aan de melkveehouders geeft om de volumeregulering zelf vast te stellen. Hoogkwalitatieve productie van levensmiddelen is in het belang van de totale maatschappij. Daarom is toezicht door de EU op de melkmarkt noodzakelijk, die de belangen van alle schakels in de zuivelketen bewaakt en verzekert.

De EMB stelt de instelling van een Europese monitoringscommissie voor, waarin alle partijen die betrokken zijn bij de melkmarkt - dus naast de melkveehouders ook de melkverwerking, handel, politiek en consumenten - vertegenwoordigd zijn. “Het gaat er om een oplossing te vinden, die qua kostenplaatje aantrekkelijk is en aan de maatschappelijke eisen van de samenleving voldoet voor wat betreft de landelijke ruimte”, voegt Romuald Schaber, president van de EMB, toe. “Een belangrijke voorwaarde daarbij is grensbescherming voor de Europese markt en markten in andere delen van de wereld, die dumping van melkproducten voorkomt.”

LTO verstrekt leden selectieve informatie: Harm Shelhaas: “Flexibele melkquotering ideaal middel voor regulering”

Dat de LTO niet vies blijkt te zijn van wat stemmingmakerij of selectieve informatieverstrekking aan de eigen leden, blijkt uit het bericht van Klaas Jan Osinga in Nieuwe Oogst “EU landbouwbeleid is geen liberalisering”.

In het bericht citeert Osinga oud PZ-voorzitter Harm Schelhaas over het behoud van de melkquotering, op een bijeenkomst van de KLV-kring landbouweconomie: “Dat is trekken aan een dood paard. Soms hoop ik nog dat het paard gereanimeerd kan worden, maar de discussie is politiek gezien dood", aldus Osinga.

Osinga doet de waarheid (bewust?) geweld aan door de opmerking van Schelhaas volstrekt uit de context te halen. Het volledige citaat van de heer Schelhaas op de bewuste bijeenkomst was namelijk: “In de mogelijke middelen tot regulering van de zuivelmarkt heb ik niet de melkquotering genoemd. Een flexibele melkquotering zou zelfs een ideaal middel zijn voor regulering. Goed voor het boereninkomen, goed voor milieu, goed voor het leveren van algemeen maatschappelijke waarden, goed voor de derde wereld. Maar ik schat de politieke mogelijkheden tot realisering ervan zeer laag in, het is helaas trekken aan een dood paard".

De presentatie van de heer Harm Schelhaas biedt een indringend beeld in de landbouweconomie en de keuzes die de (Europese) overheid daarin maakt via het landbouwbeleid. Hij veegt daarnaast vooroordelen over boeren aan de subsidiekraan finaal van tafel door met gedegen en recent cijfermateriaal te komen over de uitgaven van de EU.

Tevens worden specifieke kenmerken van de landbouwmarkt benoemd waaronder het tekort aan marktmacht voor boeren, komt Schelhaas tot de conclusie dat een ongereguleerde vrije landbouwmarkt niet goed functioneert en dat een regulering door de overheid gewenst kan zijn. “Niet om de markt buiten werking te stellen maar wezenlijk om de markten beter te laten functioneren”. Tot slot benoemt Schelhaas de mogelijke redenen die vooral de Nederlandse overheid heeft voor de afbouw van het landbouwbeleid, terwijl er volgens hem buiten de EU nauwelijks sprake is van een dergelijke stroming.

Met de beperkte publicatie van de LTO over de lezing van de heer Schelhaas, doet de LTO de oud-voorzitter van het PZ én de eigen leden tekort. Om alle melkveehouders een goed beeld te geven van de wérkelijke inbreng van de heer Schelhaas tijdens de bijeenkomst van de Studiekring voor landbouweconomie op 2 februari jl., kunt u deze, met uitdrukkelijke toestemming van de heer Harm Schelhaas, lezen door op deze link te klikken.Het bovenstaande citaat vind u op pagina 8 onder punt 4.

EMB wijst “High Level Expert Group on Milk” op tekortkoming EU zuivelpolitiek

Hieronder een korte versie van de inbreng van de EMB op 2 februari 2010 aan de High Level Expert Group on Milk, een volledige weergave van de inbreng, kunt u vinden bij hoofdartikelen bovenaan deze pagina of hier lezen.

Afgelopen dinsdag 2 februari vond opnieuw een hoorzitting van de EU High Level Expert Group on Milk (EU-HLG) plaats in Brussel. Onder andere de European Milk Board, wiens acties leidden tot de oprichting van de EU-HLG, mocht haar visie presenteren op een drietal discussie vraagstukken.

Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB en voorzitter van de Dutch Dairymen Board (DDB) leidde de delegatie van de EMB die verder werd versterkt door Kjartan Poulsen, lid van het Dagelijks Bestuur van de EMB en bestuurslid van de Deense LDM en Fredy de Martines, voorzitter van EMB-lid LDB (Luxemburg).

EU-Vangnet
Ter discussie stonden de huidige interventie-instrumenten (een combinatie van overheids- en private opslag) en hun geschiktheid om als vangnet te fungeren in crisistijden.

De afgelopen jaren kon er niet snel genoeg en in voldoende mate gereageerd worden door de EU via de interventie. De in een korte periode van een half jaar, enorme hoeveelheden opgeslagen poeder en boter (30% van de jaarproductie van EU-poeder en 4 á 5% van de boterproductie) drukken de markt het komende jaar. Daarmee is de ongeschiktheid van deze instrumenten voldoende aangetoond.

Regulering is alleen mogelijk via de geproduceerde melkhoeveelheid en dus via de melkveehouders.

Van Keimpema: “Wanneer de overheid zich uit de directe volumeregulering wil terugtrekken, heeft zij de plicht de melkveehouders, als zwakste schakel in de levensmiddelenketen melk, met regelgeving in staat te stellen om zelfstandig en met eigen verantwoordelijkheid op te treden om overschotten te vermijden. Melkveehouders moeten in de gelegenheid worden gesteld om zich te bundelen in grote, van de bestaande marktmachten onafhankelijk staande melkveehouderverenigingen, die met bijpassende wetgeving, de hoeveelheid melk op de markt mogen aanpassen aan de bestaande vraag.”

Ongelijke machtsverdeling
Dat coöperatief verenigde melkveehouders geen enkele meerwaarde ontlenen aan hun organisatiegraad, is ook geconstateerd door de Duitse Mededingingsautoriteit die dit op 11 januari jl. in hun tussenbericht van het sectoronderzoek Melk, vermeldden: “De verhouding van de melkveehouders ten opzichte van de melkfabrieken (…) wordt door een ongelijke verdeling van de macht in het voordeel van de melkfabriek, gekenmerkt. Omdat de marktpositie van de melkveehouders (…) verdeeld is, maar de marktpositie van de melkfabrieken sterker geconcentreerd is, hebben de boeren geen significante marktmacht”, aldus het bericht (www.bundeskartelamt.de) .

De EMB heeft aan de EU-HLG voorgesteld om voor melkveehouders door middel van aanvullend landbouwbeleid over te gaan tot een vrijstellingsregel van de kartelwet, om melkveehouders in staat te stellen zich te bundelen op zowel nationaal als Europees niveau. Van Keimpema heeft daarbij tevens het rapport uitgevoerd in opdracht van de NMV van de Universiteit van Utrecht ‘Mogelijkheden voor zelfregulering tussen landbouwbeleid en mededingingswet’, onder de aandacht gebracht van de EU-HLG-leden.

De overheids- of particuliere opslag is in het algemeen een instrument dat slechts met grote voorzichtigheid en voor kleine hoeveelheden ingezet mag worden. Opgeslagen producten moeten vroeger of later weer op de markt worden afgezet en kunnen zo heel gemakkelijk het kwetsbare marktevenwicht verstoren. Het is een instrument dat indien nodig kan worden ingezet naast een effectieve marktregulering door gelijkwaardige marktspelers, om onvermijdelijke pieken in de productie op te vangen.

Naast de Duitse Mededingingsautoriteit en het rapport van de Universiteit van Utrecht, steunt de EU Rekenkamer de stellingname van de EMB eveneens: Doel van de EU-melkmarkt moet zijn om “de melkproductie in Europa op de vraag van de binnenmarkt te concentreren. De wereldmarkt is voor Europa alleen in het hogere prijssegment (bijv. speciale kaassoorten) interessant”.

Hiervoor is het nodig de ontwikkelingen op de markt continue te monitoren, een taak voor de door de de EMB voorgestelde monitoringscommissie. Het is niet voldoende het precieze melkvolume vast te leggen. Melkveehouders moeten in de gelegenheid gesteld worden de productie in te krimpen of uit te breiden. Dat betekent dat op bedrijfsniveau het volume moet worden begrensd en dat een algemeen verbindende producentenvereniging het recht moet krijgen om het volume aan te passen.

Een vangnet zonder volumeregulering, zoals op te maken valt uit de vraagstelling van de High Level Group, is voor de melkveehouders onwerkbaar omdat deze op een te laag prijsniveau is ingesteld, of bij een hoger interventieniveau voor de overheid niet te betalen is en met hoge opslagvolumes gepaard zal gaan.

Prijsvolatiliteit
Als tweede thema stelde de EU-HLG de prijsvolatiliteit (prijssschommeling) aan de orde; welke maatregelen kunnen ontwikkelt worden, zodat boeren de marktrisico’s beter aankunnen om hun inkomensschommelingen te beperken en kan zo’n instrument in overeenstemming zijn met de groene box van de WTO.

Voor melkveehouders is het bepalend dat de prijs die ze voor hun product ontvangen, de kosten dekt en aan de levensmiddelenketen, melkfabrieken, handel en consumenten doorberekend kan worden.

Melkcontracten
Individuele contracten die het volume en de prijs tussen melkveehouders en verwerkers op lange termijn vastleggen, zijn niet geschikt om het totale volume in de EU te beïnvloeden. Ze verhogen slechts de afhankelijkheid van de melkveehouders aan hun melkverwerker waarbij de Duitse Mededingingsautoriteit nu al vaststelt dat er sprake is van “machtsongelijkheid in het nadeel van de melkveehouders”. Volgens de EMB is het noodzakelijk de boerenmelkprijs en de productiekosten nauwgezet te monitoren en met elkaar in samenspraak te brengen. Een monitoringscommissie waarin alle schakels van de zuivelketen vertegenwoordigd zijn onder auspiciën van de Europese overheid, is daarbij essentieel net zoals het recht voor melkveehouders om hun melkhoeveelheid te verlagen of te verhogen al naar gelang de marktvraag.

Kjartan Poulsen toonde met praktijkvoorbeelden over de extreem slechte vooruitzichten van de Deense melkveehouderij, de gevolgen van prijsvolatiliteit voor de Deense melkveehouders aan. Daarbij moet worden opgemerkt dat Denemarken al beschikt over een monopolist in de melkverwerking, Arla Foods. Een monopolist die geen enkele positieve invloed heeft uit kunnen oefenen op de marktbewegingen.

Termijnmarkt
Tenslotte werd door de EU-HLG, de termijnmarkt als optie ter discussie gesteld om meer prijstransparantie te bieden en meer controle op prijsrisico’s.

Een melktermijnmarkt is geen geschikt instrument om transparantie en prijsstabiliteit te garanderen of markttransparantie te verschaffen.

Termijnmarkten zoals de beurs in Chicago bieden slechts een momentopname van de prijs van relatief kleine hoeveelheden. Deze worden dan als uitgangspunt genomen voor andere prijsonderhandelingen hoewel ze maar een klein deel van de realiteit weerspiegelen. Vraag en aanbod bepalen de prijs, zodat wanneer er op een dag weinig aanbieders zijn en veel vragers, de prijs zal stijgen. Met de daadwerkelijke waarde van het levensmiddel melk en alle producten die er van worden gemaakt, heeft deze prijsontwikkeling niets te maken. Het gevaar van termijnmarkten is dat internationale handelaren deze prijs kunnen manipuleren. Melkveehouders hebben geen enkele invloed meer op de prijsvorming.

Prijsvorming moet zich op de totale kosten van de productie oriënteren en mag niet louter speculatief ontstaan. Termijnmarkten zijn zeker niet geschikt om prijstransparantie en prijs-fairness te garanderen, zaken die beslist noodzakelijk zijn om een evenwichtige markt te bereiken.

Prijstransparantie is juist in een markt met weinig regels, zoals de EU die voorstaat, noodzakelijk. In Zwitserland bijvoorbeeld, heeft men momenteel een veelvoud aan prijssystemen van de verschillende melkfabrieken. De prijzen zijn onvergelijkbaar door complexe toeslagen, kortingen, verschillende grondprijzen en andere aanvullende regelingen. Wat nodig is, is een basisprijssysteem tezamen met een monitoringscommissie, die de werkelijk uitbetaalde boerenmelkprijzen regelmatig openbaar maakt.

Ook de EU Rekenkamer vindt prijstransparantie door het nauwkeurig controleren van de melkprijs noodzakelijk. Zowel op het terrein van de melkveehouders als op het terrein van de handel. Echter, prijstransparantie heeft slechts waarde, als er instrumenten voorhanden zijn die, via het volume, invloed op alle spelers in de markt kunnen uitoefenen.

Alleen een combinatie van gelijke krachtenverdeling en volumebeheersing onder de hoede van alle schakels in de zuivelketen in een monitoringscommissie, kan in de toekomst een functionerende zuivelmarkt garanderen. Alleen met die inzet kan een hoogwaardig product, een hoog productieniveau, een levendig platteland, voedselzekerheid en milieubescherming verzekerd worden.

EMB zwaait EC commissaris Fischer Boel uit

Dinsdag 09 februari zijn de Eurocommissarissen voor het laatst in Brussel bijeen. Ook voor Marianne Fischer Boel is dit haar laatste werkdag als Eurocommissaris voor Landbouw. Tijdens haar ambtsperiode heeft Fischer Boel vorm gegeven aan de liberalisering van het landbouwbeleid. De gevolgen van een vrije melkmarkt zijn inmiddels duidelijk zichtbaar. De melkprijs bereikte vorig jaar een historisch dieptepunt en ook op dit moment zijn de vooruitzichten slecht te noemen.

De European Milk Board waarbij zowel de de Dutch Dairymen Board als de Nederlandse Melkveehouders Vakbond zijn aangesloten is niet rouwig bij het vertrek van de Deense bewindsvrouwe Fischer Boel. De benoeming van de Roemeen Dacian Ciolos als Eurocommissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling kan de start betekenen van een op de markt afgestemd beleid.

De EMB wil het vertrek van Mevrouw Fischer Boel niet ongemerkt voorbij laten gaan en zal 09 februari aanwezig zijn om haar uit te zwaaien. Mocht u op 09 februari in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan de EMB-manifestatie dan bent u van harte welkom om op eigen gelegenheid naar Brussel te komen.

Om 14:00 komen de Europese melkveehouders voor het Raadgebouw in Brussel bijeen: Wetstraat 175 B-1040 Brussel. Vervolgens is er een middagvullend programma met aansluitend een groot feest met diskjockey en vuurwerk ter afsluiting. Graag ontmoet de EMB u dinsdag 09 februari a.s. in Brussel.

Armoede en honger door zuiveloverschotten

"Het nieuwe landbouwbeleid na 2015 moet realistisch zijn en maakbaar”, woorden van landbouwminister Ilse Aigner (Duitsland) afgelopen zaterdag op het symposium van de Bundesverband Deutsche Milchviehhalter (BDM). Dat de realiteit er echter nogal wat grimmiger uitziet als de politiek ons wil voorspiegelen, bleek uit de lezingen van verschillende wetenschappers, vertegenwoordigers van melkveehouders- en maatschappelijke organisaties. Ook DDB-voorzitter Sieta van Keimpema sprak de aanwezigen toe.

Honger door export

Armin Paasch, van Miseor (wereldhandel en voedselvoorziening), toonde met keiharde cijfers de gevolgen van de overschotpolitiek van de EU in de Derde Wereld aan.

Zo ging van de EU-export in 2007, 68% naar ontwikkelingslanden.

In Burkina Faso werd EU-melkpoeder voor 30 eurocent verkocht terwijl de lokale productiekosten 7 tot 10 cent hoger liggen. De supermarkten nemen alleen maar goedkope EU-melkpoeder af en de lokale melkveehouders raken verder in de armoede en honger.

Ook in Kameroen worden lokale boeren weggeconcurreerd met EU-melkpoeder. Daar werd vorig jaar de melk gemaakt van Europese melkpoeder, voor 51 eurocent verkocht terwijl de lokale productiekosten al op 61 eurocent liggen. De melkfabriek Sotramilk, die door de lokale melkveehouders was opgezet en werd beleverd, moest zijn deuren in 2008 sluiten omdat Camlait, een melkfabriek die alleen goedkope EU-importmelkpoeder inkoopt en verwerkt, ver onder de lokale kostprijs melk afzet. Ook hier zakten de lokale melkveehouders verder weg in armoede.

In Bangladesh komt de melk gemaakt van geimporteerd melkpoeder voor 19 cent op de markt tegenover de lokale melkprijs van 22 eurocent.

En ook in Indië en Kenia ondervinden melkveehouders schade door de Europese zuivelpolitiek. Aan de Indische vertegenwoordiger van 2 miljoen melkveehouders, waarmee de EMB vorige week sprak tijdens de Grüne Woche in Berlijn, wordt vaak gevraagd waarom ze niet dood gaan van zo’n slechte melkprijs. Zijn antwoord: “ Omdat we niet sterven”. Een dag later verscheen in de internationale pers het bericht dat ieder half uur een boer in Indië zichzelf van het leven beroofd.

Tweederde van de kostprijs

Opvallend detail is dat waar ter wereld de melk ook geproduceerd wordt en ongeacht de kostprijs, melkveehouders nooit meer dan tweederde van hun kostprijs ontvangen. Of de kostprijs nu rond de 20, 30, 40, 50 of 60 cent ligt: de melkveehouders ontvangen daarvan maximaal tweederde deel. Opnieuw een bewijs dat van een ‘markt’ geen sprake is in de zuivelindustrie. De prijs komt tot stand door onevenwichtig verdeelde ‘marktmacht’.

Armoedegrens

Niet alleen melkveehouders in Derde Wereldlanden lijden schade door het Europese zuivelbeleid, ook de Europese melkveehouders zelf ervaren deze realiteit. De gemiddelde Nederlandse melkveehouder is in 2009 door het slechte zuivelbeleid, onder de armoedegrens gezakt volgens accountantskantoor Gibo. Maar ook in de andere EU-landen tonen de cijfers de harde realiteit aan: de markt reguleert zichzelf alleen ten koste van de melkveehouders. Alle andere schakels in de keten ondervinden er geen merkbare schade van.

Maakbaar

Dit EU-zuivelbeleid is aantoonbaar niet realistisch of maakbaar. Een boodschap waarmee minister Aigner op pad is gestuurd. De High Level Group van de EU die op 2 februari opnieuw vergadert waar de EMB, vertegenwoordigd door o.a Sieta van Keimpema (EMB-vicevoorzitter) voor de tweede keer in mag spreken, zal met goede voorstellen moeten komen. Centraal staat op 2 februari de werking van de huidige marktinstrumenten. Een onderwerp waar de EMB een heldere visie op heeft. Deze visie voorziet in eerlijke handel voor alle melkveehouders en voorkomt marktverstorende overschotten.

De enige visie die in de toekomst een realistische haalbaarheidsgraad heeft en te realiseren is.

Melkcrisis nog lang niet opgelost

European Milk Board en ontwikkelingsorganisaties eisen een wettelijk kader voor een faire melkhandel.

Berlijn / Bonn / Hamm, 15 januari 2010:

De European Milk Board (EMB), Oxfam en de VN-Millenniumcampagne eisen eerlijke melkprijzen en het voorkomen van overschotten om de boeren in Europa en de ontwikkelingslanden te behoeden voor hun ondergang. De geringe marktmacht van melkveehouders in een overschotsituatie stelt de boeren niet in staat met fabrieken en supermarkten op gelijke voet te onderhandelen.

“De melkprijzen dekken de productiekosten van de producent nog steeds niet”, is de kritiek van Romuald Schaber, voorzitter van de European Milk Board. De boeren hebben afgelopen jaar ongeveer 26 cent voor hun melk ontvangen terwijl de kosten rond de veertig cent lagen. De bedrijven in heel Europa teren in op hun reserves. De hoofdoorzaak van de slechte prijzen is de overproductie die door het EU-beleid is veroorzaakt.

“De schade die de EU-landbouwpolitiek toebrengt aan de melkveehouderij stopt niet bij de Europese grens”, legt Marita Wiggerthale uit, landbouwexpert bij Oxfam Duitsland. Goedkope melkpoeder uit de EU bederft de afzetmarkt van de melkproducenten in Afrika. “De marktmacht is oneerlijk verdeeld, we kunnen niet tegen goedkope melkpoeder-importen concurreren”, licht Njakoi toe, zuivelexpert van de ontwikkelingsorganisatie Heifer International uit Kameroen. “Om honger en armoede te bestrijden, moet onze regering de boeren beter beschermen tegen importen uit Europa.” Goedkope melk uit de EU zorgt er voor dat we de millenniumdoelen niet halen aldus Dr. Renée Ernst van de VN-millenniumcampagne uit Duitsland. “Door het dumpen van onze producten kunnen arme landen niet de vicieuze cirkel van de armoede doorbreken.”

Sieta van Keimpema, vice-voorzitter van de EMB: “De beweging van Europese melkproducenten heeft zich de laatste maanden afwachtend opgesteld in de hoop dat de EU-politiek de verregaande maatschappelijke gevolgen van de lage melkprijzen erkent en daarnaast het systeem zo verandert dat een gezonde melkveehouderij in Europa en wereldwijd mogelijk blijft.”

Het EMB-bestuurslid Willem Smeenk uit Frankrijk vervolgt: “De melkveehouders kijken heel kritisch of er goede maatregelen worden genomen om de melkprijzen op een hoger niveau te brengen. Zo niet dan zijn ze bereid de noodzaak van een volumeregulering met acties onder de aandacht te brengen."

De EU-commissie heeft in oktober 2009 een High Level Group ingesteld om aan oplossingen te werken die voor evenwicht op de zuivelmarkt kunnen zorgen. Romuald Schaber: “De EMB stelt de instelling van een Europees monitoringsinstituut voor, waar veehouders, melkfabrieken, handel, retail, de politiek en consumentenorganisaties in vertegenwoordigd zijn.” Bovendien moeten de producenten de mogelijkheid hebben hun productiehoeveelheid af te stemmen op de vraag. Hiervoor moet de EU wettelijke verordeningen opstellen en uitvaardigen. Dit is een vereiste voor een duurzame melkveehouderij in Europa met faire melkprijzen en goede handelsbetrekkingen wereldwijd.

De EMB, de VN-Millenniumcampagne en Oxfam wijzen de EU er op, dat een evenwichtige markt alleen bereikt kan worden met nieuwe wetgeving die hiervoor toereikend is. Alleen hiermee is de toekomst van een duurzame melkveehouderij veilig gesteld.

 
weblog voorzitter

9.5.2012

Week 17 - Biologisch, eigenlijk heel logisch?

Kent u hem nog? Bovenstaande slogan: Biologisch, eigenlijk heel logisch? Hij werd door voormalig landbouwminister Veerman in 2002 geïntroduceerd, waarbij het ministerie van LNV zich op de borst klopte met de bijbehorende kreten “gezamenlijke inspanning”, “duurzaam ondernemen” en “het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid voor alle partijen”. Ja, ja, de Nederlandse overheid investeerde overtuigd in de biologische sector! Maar heeft deze wervende campagne ook werkelijk wat opgeleverd voor de Nederlandse biologische voedselproducenten?

Wat er sindsdien is gebeurd weet ik niet, maar uit de cijfers die ik onlangs voorbij zag komen tijdens het 6th European Organic Congress (6de Europese biologische Congres) van IFOAM in Kopenhagen op 17 en 18 april, blijkt dat vooral de Nederlandse overheid weinig tot niets investeert in deze sector. Terwijl ze bovengenoemde kreten nog steeds veelvuldig te pas en te onpas, gebruiken.

De verschillen in Europa zijn groot, blijkt uit de presentatie van Lizzie Melby Jespersen, Deense wetenschapper in dienst van ICROFS (internationaal onderzoekscentrum) tijdens het biologische congres. Zo ontvangt een boer in Italië 350 euro steun per hectare voor biologisch grasland, een Oostenrijkse boer tussen de 110 en 240 euro en een Nederlandse biologische boer niets…Terwijl ze in dezelfde markt vervolgens hun producten moeten verkopen. Mooi level playing field.
Jespersen onderschrijft de eerder tijdens het congres door mij gepresenteerde cijfers over de Nederlandse biologische melkveehouders die er slechter voor staan dan hun ‘gangbare’ collega’s. Dat wijzen de cijfers uit van het LEI over het groeiende verschil tussen de kritische melkprijs en de uitbetaalde melkprijs over de laatste tien jaar voor de biologische melkveehouderij. Jespersen vindt het geen wonder dat de biologische melkveehouderij in Nederland niet noemenswaardig groeit in verhouding tot andere Europese landen waar de biologische sector meer wordt gepromoot én financieel ondersteund door de overheid.

Zowel de DDB als de EMB maken geen verschil in belangenbehartiging tussen biologische en gangbare melkveehouders. Voor beide groepen geldt dat ze een kostendekkende melkprijs nodig hebben om te kunnen blijven voortbestaan. En terwijl het vroegere LNV en het hedendaagse EL&I nog steeds brallen over begrippen als duurzaamheid en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid voor alle partijen, is de realiteit anders. De Nederlandse en Europese overheden nemen helemaal geen verantwoordelijkheid. Ze leggen regels op die de kostprijs verhogen en verwijzen vervolgens naar ‘de markt’ waar de voedselproducenten hun prijs vandaan moeten halen. Terwijl er van een level playing field geen sprake is door de verschillende handelswijzen van de diverse EU-lidstaten. Die daarnaast consequent ‘de andere kant op kijken’ als het gaat om het toezien op verdeling van de machtsverhoudingen en de marktinvloed in de voedsel producerende ketens. Er is immers in de agro foodketen genoeg te verdienen, getuige het LEI rapport in opdracht van de Rabobank over de rendementen in verschillende landbouwketens. Overal prima rendementen, behalve voor de producenten. In alle ketens zitten zij op nul of ver daaronder.
En ook met de huidige ‘vergroening’ dreigen we weer de kant op te gaan van veel opgelegde eisen die de kostprijs verhogen zonder noemenswaardige compensatie, want de overheid doet niet aan kostenberekeningen, stel je voor: de markt moet het weer doen!

De resultaten van het mismanagement van overheden begint op veel plekken in de EU zichtbaar te worden. Twee voorbeelden: de Zweedse overheid legde verplichte weidegang op aan de Zweedse melkveehouders zonder compensatie van de extra kosten, de Zweedse melkveehouderijen verdwijnen in rap tempo omdat zij daardoor een concurrentie nadeel hebben dat in de markt niet wordt beloond. En in Nederland biedt de landbouwsector nog zo bitter weinig perspectief dat er nog maar een betreurend klein percentage van de Nederlandse boeren jonger is dan veertig jaar. Slechts 1600 bedrijfshoofden behoren tot deze groep relatieve jongeren (met de flink opgerekte leeftijdsgrens naar veertig jaar voor ‘jonge boer’ ben je immers niet ‘piep’ meer, wees eerlijk).

De overheid is aan zet. Niet om weer meer subsidies uit te delen, want het geld is op in de EU. Maar om er voor te zorgen dat de producenten van voedsel ook geld kunnen verdienen. Door heldere regels op te stellen die gelden voor de gehele keten en producenten beschermen tegen het bewust uithollen van hun bedrijven. Heldere regels waar bovendien toezicht op gehouden wordt, zodat een evenredige verdeling van de marges wordt gerealiseerd. Regels die inzicht geven over de opbouw van de kostprijs voor het produceren van voedsel. Dát is maatschappelijke verantwoordelijkheid en daar ontbreekt het aan bij de beleidsmakers die schijnen te denken dat ze door zich te bedienen van klinkende slogans en snelle kreten, de sector wel voldoende ten dienste staan.

Tegen de ongerijmdheid van het huidige beleid met betrekking tot de voedselproducenten zijn moediger stappen nodig. Stappen die wel positief resultaat opleveren, het evenwicht in de keten herstellen en ook klinkende munt opleveren voor voedselproducenten. Dat biedt perspectief en dan zullen jongeren onze sector weer aantrekkelijk vinden. Dat is pas logisch!

Sieta van Keimpema, voorzitter

27.4.2012

Week 16 - Crisis

Terwijl vele marktexperts blijven benadrukken dat de melkproductie door een wereldwijd groeiende vraag, in de nabije toekomst de consumptie niet zal kunnen bijhouden, is het een feit dat de melkmarkt momenteel aan het instorten is. Dat werd vorige week vrijdag tijdens de EMB bestuursvergadering zonder meer duidelijk.
Doordat de melkproductie wereldwijd gestegen is met 4% , terwijl de consumptie slechts 1% is toegenomen, is er sprake van een overaanbod aan melk dat grote invloed heeft op de spotmarkt, de zuivelcontractbesprekingen en de algehele melkprijsontwikkeling. Voor volle melk werd vorige week op de Duitse spotmarkt 21 cent betaald terwijl magere melk slechts 10 cent opbracht. De melkverwerkers in Duitsland geven bovendien aan dat ze verwachten dat de melkprijs snel onder de 27 cent zal zakken.
Ook in Oostenrijk ontvingen de spotmelkers van de ene op de andere dag 10 cent minder per liter voor hun melk terwijl in Italië het verschil tussen melk voor Grana Padano en Parmezaanse kaas en melk voor ‘gewone’ zuivelproducten, nooit groter is geweest: maar liefst 28 cent in plaats van de gebruikelijke 5 cent verschil.
Het verlies aan melkgeld is in grote delen van de EU al 15% terwijl de kosten zijn geëxplodeerd. Uit cijfers van het Ierse landbouwministerie blijkt dat de kosten voor het produceren van een liter melk 6 cent hoger liggen dan in 2009. Een berekening die door Italiaanse cijfers wordt bevestigd die aangeven dat de prijzen van soja en energie beide met 15% zijn gestegen, de prijzen voor diesel met 25% en de prijs van kunstmest met 40%. Tevens liggen er nu al meer zuivelproducten in pakhuizen, dan er vorig jaar in een heel jaar werden opgeslagen.

Men vreest dat het effect van deze melkcrisis (die ons ook in Nederland gaat raken - we leven niet op een eiland), nog wel eens veel groter, en voor de melkveehouders desastreuzer en langduriger kan zijn, dan de crisis van 2009. Die toch een absoluut dieptepunt betekende voor de Europese melkveehouders terwijl het hoge winsten (en bonussen) opleverde voor de andere schakels in de zuivelketen.
Nu verklaarde Kees ’t Hart, directeur van FrieslandCampina, in december vorig jaar nog dat hij de melkmarkt positief tegemoet zag; de Nederlandse melkveehouders hoefden niet te vrezen voor een veel lagere melkprijs in 2012 (hoewel er ook in 2011 geen sprake is geweest van een kostendekkende melkprijs). Petje af als dat lukt. Vooral omdat de prestatie van FrieslandCampina in de vorige melkprijscrisis in 2009, gemiddeld lager uitviel dan de gemiddeld uitbetaalde Europese melkprijs. Ondanks het pakket aan toegevoegde waarde producten bij de grootste coöperatie van Europa.

We moeten tevens constateren dat de Europese overheid sinds 2009 geen enkel marktinstrument heeft ingevoerd dat op korte termijn een melkprijscrisis kan afwenden. Aan monitoring van de markt wordt niets gedaan waardoor ook deze crisis de dames en heren beleidsmakers volledig is ‘overkomen’. Daarnaast ligt het interventieniveau nog steeds op een bedroevend laag niveau – 21 cent- wat geen enkel verband heeft met de productiekosten voor melk en geen enkele werkelijk positieve invloed uit kan oefenen op de marktontwikkelingen. Ik ben overigens sowieso geen voorstander van interventie op de manier zoals die nu wordt uitgevoerd, omdat deze voorraden vooral de kas spekken van de Europese Unie (opkopen op dramatisch laag niveau en verkopen op hoger niveau), waarbij de voorraden de opbrengstprijs van melk bij verkoop drukken, ten nadele van de melkveehouders.

En net als in 2009, heeft de Europese Commissie zijn incompetentie om marktgericht te reageren op wereldwijde marktsignalen, bewezen door per 1 april jl. het melkquotum uit te breiden met 1% in het kader van de ‘zachte landing’. Zodat de markt opnieuw extra wordt belast met melk waarvoor nu geen koopkrachtige markt te vinden is. De EMB riep de Europese Commissie en de individuele lidstaten op om deze uitbreiding uit te stellen tot de markt zich weer heeft herstelt. Daarop werd niet gereageerd en heeft men de melkmarkt actief verder in de problemen gebracht.

Al deze zaken beschouwend, wordt het hoog tijd om de hervormingsvoorstellen van de EMB ten aanzien van de zuivelmarkt, in te voeren. Zodat melkveehouders een gelijkwaardige positie in de markt kunnen innemen en op adequate wijze kunnen reageren op marktontwikkelingen. Zodat de markt stabieler, duurzamer en eerlijker wordt. Om de doelstellingen ten aanzien van de Hervorming van het EU zuivelbeleid inhoud te geven. Want praatjes vullen geen gaatjes.

Sieta van Keimpema, voorzitter

16.04.2012

Week 15 - Frisse inzichten

De weken vliegen als het ware weer voorbij met extra zon- en feestdagen, privédrukte en natuurlijk de DDB ledenbijeenkomsten. Al met al zijn er twee weken voorbij sinds de vorige weblog.

Op de ledenavonden presenteren we de nieuwe rapporten die in opdracht van DDB en EMB door juristen en economen zijn opgesteld. Ze geven een inkijk in de werking van de coöperatie en de positie van het lid daarbinnen. Wat de rapporten vooral aantonen, is dat het aloude idee dat nog steeds bij politici heerst, waarbij het lid als eigenaar van de coöperatie zijn directe invloed kan laten gelden om zo het beleid van de coöperatie te beïnvloeden, allang achterhaald is. Dat neemt niet weg dat er geen veranderingen binnen de coöperatieve structuur mogelijk zijn om een deel van die zeggenschap en betrokkenheid weer bij de leden te krijgen. Het zijn rapporten die de DDB na de ledenavonden ook graag met bestuurders van coöperaties wil bespreken. Niet om de zwarte piet toe te spelen, maar vooral om de positie van de coöperatieve melkveehouders in de zuivelketen te verbeteren. Want de conclusie van de EU High Level Group on Milk betreffende de ondergeschikte positie van melkveehouders, betrof alle melkveehouders en niet alleen melkveehouders die aan particuliere melkfabrieken leveren. Alle redenen voor een open gesprek, lijkt me. De leden reageren positief op de uitgewerkte rapporten. De discussie- en vragenrondes op de vergaderingen zijn langer dan ooit door het aantal inhoudelijke vragen, suggesties en voorstellen om mee te nemen en aanvullend uit te laten zoeken. Geweldig!

Dat maatschappelijke groeperingen zich ook steeds meer bezig houden met de landbouw, blijkt onder andere uit het symposium in Denemarken, het “6th European Organic Congress” op 17 en 18 april waarvoor ik uitgenodigd ben als spreker. Veel maatschappelijke organisaties gaan zich daar in workshops gedurende twee dagen bezig houden met het ontwikkelen van een duurzaam GLB. En daarbij horen ook eerlijke verhoudingen en een kostendekkende opbrengstprijs. Want dat zijn zaken waar het ‘oude’ GLB niet meer aan voldoet. Terwijl andere schakels in de keten goede rendementen maken, worden primaire producenten standaard onderbetaald. Mijn bijdrage richt zich op die problematiek.

Dat dit niet alleen een probleem is voor Europese melkveehouders of voedselproducenten, was mij al een poosje duidelijk, maar dat met de ontwikkeling van de Braziliaanse melkveehouderij weer precies dezelfde problemen ontstaan, geeft toch wel aan dat oplossingsgerichtheid niet van de overheid moet komen: via de EMB ben ik uitgenodigd om eind augustus een lezing te houden aan de Universiteit van Goiás, een belangrijke melkleverende regio in Brazilië. Om een idee te krijgen van de problematiek aldaar en de melkprijzen, ontving ik een paar uitvoerige beschrijvingen van de ontwikkeling van de melkveehouderij. En de parallellen met onze problemen zijn er te over: de overgang door de overheid naar liberalisatie, het opjagen door de overheid en de zuivelindustrie van de melkveehouders naar meer productie, terwijl de melkprijs achterblijft bij de kosten… Het klinkt bekend. Alleen zijn de Braziliaanse melkveehouders zich bewust van het feit dat meer melken nog geen hogere winsten betekenen. Daarom willen ze van de EMB graag horen wat de problemen zijn die wij binnen ons systeem in de EU kennen. Om daar op in te spelen en een beter melkprijssysteem af te kunnen dwingen. Slim. Ik kan niet anders zeggen.

Misschien dat de melkveehouders in Brazilië wel één front kunnen vormen en hetzelfde belang nastreven voor hun achterban. Een zaak die in de EU niet het geval is, waardoor we al jarenlang uitgespeeld kunnen worden en onze rendementen, marges en macht hebben zien wegebben. Te zijner tijd zal ik u meer vertellen over de melkveehouderij in Brazilië.

Mijn koffer voor Denemarken staat al gepakt, daarna volgt deze week een netwerkbijeenkomst van de NZO op donderdag en een EMB bestuursvergadering op vrijdag in Brussel. De eerste keer met het nieuwe EMB-bestuur. Nieuwe bestuurders met frisse inzichten op onze doelstelling; een kostendekkende melkprijs en een marktgericht EU zuivelbeleid.
Discussiëren met mensen die nieuwe ideeën inbrengen, levert een verdiepte discussie op, wat uiteindelijk voor iedereen winst oplevert. Alle reden om goede gesprekken niet uit de weg te gaan!

Sieta van Keimpema, voorzitter DDB

02.04.2012

Week 11 - Ledeninvloed, betrokkenheid en bonussen

Op ons symposium van 17 maart jl. wees Teunis Sterk (voorzitter Deltamilk) de aanwezigen op hun ledenverantwoordelijkheid: binnen een coöperatie is betrokkenheid van de leden een must. Daar heeft hij een punt: het is onderdeel van je bedrijf, jouw verantwoordelijkheid, waarbij bestuurders jouw mening op waarde moeten schatten.
Dat goed voorjaarsweer echter al roet in het eten gooit voor wat betreft de opkomst op ledenbijeenkomsten, merkte ik afgelopen week op een bijeenkomst van FrieslandCampina. Er waren veel minder mensen dan gewoonlijk. En dat, ondanks het feit dat er toch genoeg aan de hand is binnen de zuivelsector. Met de discussie over de vooruitzichten op de zuivelmarkt, het FrieslandCampina puntensysteem voor de leden met workshops voor een eventuele excellente status of de ingezonden brief van Luc Dahlhaus, was er toch reden genoeg om te komen.

Die brief van Dahlhaus kwam natuurlijk aan de orde. Een brief waarin de oud-topman van Friesland Foods behoorlijk fel uithaalt naar de ledenraad en de bestuurders van het vroegere Friesland Foods. Ze krijgen van hem een rode kaart.
Op de ledenbijeenkomst afgelopen week volgde enige uitleg door zowel het aanwezige directielid als de voorzitter van het district. Vijf jaar na dato. Duidelijk werd dat de ledenraad van Friesland Foods destijds akkoord is gegaan met een verlies voor de eigen leden. Maar voor de aanwezigen was het moeilijk te beoordelen hoe groot dat verlies per lid is geweest want cijfers en precieze bedragen ontbraken. Jammer, het had de leden meer bij de materie betrokken. Hoewel duidelijk is dat er niets meer terug te draaien is, na vijf jaar. Wat dus het doel is geweest van Luc Dahlhaus met deze late (re)actie, blijft gissen. Als hij de vroegere leden van Friesland Foods had willen informeren – die in feite zijn werkgever waren – komt hij hier te laat mee. Ook een rode kaart waard?

Maar je mag je ook afvragen of de ledenraad wel naar behoren heeft gefunctioneerd: hadden zij niet in de allereerste plaats de beslissing over de verrekening over moeten laten aan de leden? En als alles zo goed is uit te leggen als men stelt, had dat toen toch ook geen probleem moeten zijn? Het feit dat de ledenraad is gekozen, wil immers nog niet zeggen dat daarmee alle overleg met de achterban achterwege moet blijven. Hoewel dat in de huidige coöperatieve structuur bij coöperaties met een ledenraad die de leden vertegenwoordigt, vaak het geval is. Dat wijst het rapport uit over de positie van de coöperatieve melkveehouder in zijn coöperatie, die de DDB op haar ledenavonden zal presenteren. Een rapport uitgevoerd door gespecialiseerde juristen in opdracht van de DDB.

Op de FrieslandCampina ledenavond werd ook een vraag aan de ledenraadsleden gesteld over de bonusstructuur voor de directie. Hoe hoog zijn deze bonussen en wanneer worden ze uitgekeerd?
Informatie die aan aandeelhouders/leden van andere bedrijven in Nederland immers ook worden medegedeeld. De ledenraadsleden weigerden echter om dit te vertellen; binnen de bestuursorganen was besloten dat men daar geen openheid over geeft aan de leden, aldus de voorzitter. De vragensteller nam hier geen genoegen mee en vroeg naar de reden: Schaamt men zich voor de bonussen? Realiseert men zich wel dat in de huidige maatschappelijke discussie, bonussen een behoorlijk slecht imago hebben, dat er weinig maatschappelijke acceptatie meer is voor dit systeem – toch een heet hangijzer binnen FrieslandCampina – en het bedrijfsimago er een flinke knauw van kan krijgen? Vooral als er sprake is van managers die al een basisinkomen binnenharken dat 30 tot 40 maal een modaal inkomen is?
De bestuurleden voelden zich erg ongemakkelijk onder de vragen maar gaven de gevraagde informatie niet. Er volgde slechts de mededeling dat op 26 april door de ledenraad wordt beslist hoe hoog de bonussen de komende tijd weer zullen worden. Ook zal men dan aan de orde stellen of deze bedragen aan de leden zullen worden verteld. En de vragensteller zou, indien men besluit dit aan de leden te vertellen, de eerste zijn die het zou horen. Het zal mij benieuwen.

Ledenbetrokkenheid en -invloed: het is een mooi streven en je kan er met slechts een paar kleine aanpassingen in de statuten, ook invulling aan geven. ‘Stiekem’ doen, waardoor vervolgens na jaren ‘lijken uit de kast’ komen of onvrede ontstaat, voorkom je er mee.

Discussie met de leden en ledenbetrokkenheid, dat is voor de DDB de jaarlijkse bonus als onze ledenbijeenkomsten goed bezocht worden. Er is genoeg te bespreken. Praat u ook mee in april?
Voor data, locaties en aanvangstijden kunt u o.a. de site www.ddb.nu raadplegen.

Sieta van Keimpema, voorzitter

20.3.2012

Week 10 - DDB zuivelsymposium “Samen sterker”, sterk bezet

Een sterk programma met aansprekende sprekers, levert een betrokken publiek op met kopstukken uit de zuivelsector. Aanwezig waren, naast een groep DDB-leden en collega-melkveehouders, de voorzitters en vicevoorzitters van drie grote Nederlandse zuivelcoöperaties, collega-belangenbehartigers in de melkveehouderij, managers uit de zuivelindustrie en afgevaardigden van het landbouwministerie en het Productschap Zuivel.
Het bestuur van de DDB ziet daarmee terug op een geslaagd zuivelsymposium dat een breed zuivelpubliek heeft weten te interesseren!

Positieve markt
 Zowel plaatsvervangend voorzitter van het Productschap Zuivel, de heer Kees Wantenaar, als de Secretaris-generaal van de Europese koepel van de zuivelindustrie EDA de heer Joop Kleibeuker,zien de toekomst voor de zuivelsector positief tegemoet. Een wereldwijd groeiende vraag naar zuivel door de toename van de welvaart die groter is dan de groei van het aanbod, zijn in hoofdzaak reden voor die positieve opstelling. De heer Kleibeuker benaderde dat voor hem het belangrijkste was dat de spreekwoordelijke ‘koek’ van de zuivelafzet voor de Nederlandse- en Europese zuivelsector groter zou worden. Hij stelde, hoewel voorzichtig, dat belang nog boven het belang van een evenredige verdeling van deze ‘koek’.

De veronderstelling dat de toekomst voor de Europese zuivelsector door een groeiende wereldbevolking positief kan zijn, wordt door de DDB niet betwist. Echter, een groeiende afzet van zuivel is nog geen garantie voor producenten van melk, dat zij door deze groeiende afzet hun deel van de ‘koek’ zullen ontvangen. Immers, ondanks de enorme groei van de Nederlandse zuivelindustrie in vermogen, invloed en omvang in de laatste decennia, zijn de melkproducenten in Nederland er in diezelfde periode drastisch op achteruit gegaan. De kritieke melkprijs ligt al meer dan tien jaar beneden de opbrengstprijs, de schuld van de Nederlandse melkveehouders bij de Rabobank is in deze tien jaar meer dan verdubbeld terwijl het rendement op eigen vermogen op het nulpunt ligt.

Melkprijs en kostprijs
Uit de cijfers van de heer Poppe, econoom en onderzoeker bij het LEI - Wageningen, blijkt dat de kostprijs voor melk de komende jaren waarschijnlijk verder zal toenemen, opnieuw alle reden om er voor te zorgen dat melkproducenten een eerlijke prijs voor hun product uitbetaald krijgen. Een doelstelling die, via de nieuwe marktordeningsvoorstellen in het GLB met extra mogelijkheden voor producentenorganisaties, meer mogelijkheden biedt dan het tot nu toe gepresenteerde Melkpakket. Hoewel ook in het Melkpakket voor coöperatieve melkproducenten, nieuwe kansen liggen, aldus mevrouw Greetje van Heezik, jurist bij Houthoff Buruma en gespecialiseerd in Europese en nationale mededingingsregels en de Europese landbouw- en marktordeningsvoorschriften.

Oproep
De DDB heeft in haar presentatie alle schakels in de zuivelketen uitdrukkelijk opgeroepen om met hun lobby in Brussel niet te rechtlijnig alleen het eigen belang van hun schakel in de zuivelketen na te jagen, maar het belang van de totale zuivelsector in het oog te houden. Zij kunnen bij hun lobbywerkzaamheden in Brussel, het belang van eerlijke marktregels die voor iedere schakel in de keten tot een rechtvaardig rendement leiden, ondersteunen om ervoor te zorgen dat iedere marktdeelnemer door scherpe en transparante marktregels dezelfde concurrentiepositie heeft.
Bovendien is dat het uitgangspunt van het in Nederland en de EU beoogde duurzaam, maatschappelijk ondernemen.

Monitoring keten
Een monitoringsagentuur die de kostprijs van melk en alle, voor de melkprijs, relevante marktbewegingen registreert en coördineert is daarbij beslist noodzakelijk om te kunnen toetsen of de doorgevoerde wijzigingen in het EU zuivelbeleid leiden tot een zuivelsector met een versterkte positie voor de melkproducent.
Dat het lid van een zuivelcoöperatie daarbij ook zelf een verantwoordelijkheid heeft binnen zijn zuivelcoöperatie werd door de heer Teunis Sterk, voorzitter van zuivelcoöperatie Deltamilk, nadrukkelijk naar voren gebracht.

Discussie
In de levendige discussie na de sprekers, stelde één van de aanwezigen dat de grootste vijand van de melkveehouders, in de zaal zat. Dat ontlokte een ander DDB-lid na thuiskomst zaterdag, een andere reactie; volgens hem was de grootste vijand van de melkveehouders zaterdag thuis aan het werk gegaan in plaats van dat hij het symposium bezocht. Daar heeft dit lid een punt: alleen als we ons als melkveehouders zichtbaar betrokken tonen bij onze toekomst, hebben we kans onze belangen doorgevoerd te krijgen. De DDB-leden krijgen daarvoor een tweede kans:

Ledenavonden
In de maand april houdt de DDB ledenavonden door het hele land waar de uitkomsten van het DDB symposium en de toekomstige stappen van de DDB verder worden toegelicht om te zorgen voor een versterkte positie van de Nederlandse melkproducent. Binnenkort ontvangen alle DDB-leden een uitnodiging voor de ledenavonden waar twee nog niet eerder gepubliceerde rapporten over de positie van de producent in de Nederlandse zuivelketen, worden besproken. Informatie die niet in het zuivelsymposium ter sprake is gekomen maar essentieel is voor de toekomstige DDB- lobby. Alle reden om op de ledenavonden te komen, vindt u ook niet?

Sieta van Keimpema, voorzitter

15.3.2012

Week 9 - Sterke melkproducenten

Vier dagen ‘Brussel’ in twee weken tijd, leveren zoveel informatie op dat het natuurlijk niet in één weblog past. Dus zal ik heel kort en bondig twee van de bijeenkomsten noemen die qua inhoud naadloos aansluiten op het belang, voor u als melkveehouder, om aanwezig te zijn op ons zuivelsymposium, aanstaande zaterdag 17 maart te Eemnes (programma op onze site www.ddb.nu ). De visies op de toekomst van de zuivelsector door de zuivelindustrie, het Productschap Zuivel, zuivelcoöperatie Deltamilk, het Landbouw Economisch Instituut (LEI), Houthoff Advocaten; een toonaangevend advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in de Mededingingswet,en de DDB/EMB is te belangrijk om te missen.

Advisory Group
De tweede vergadering van de Advisory Group on Milk and the Expert Group for Agricultural Markets van de Europese Commissie, vindt plaats op 6 maart jl. De vergaderingen worden georganiseerd om de marktsituatie te evalueren in verband met de zachte landing van het melkquotum. Er worden verschillende lezingen gehouden. Onder andere een analyse door de Rabobank over de weerbaarheid van de zuivelsector in 2012 en een presentatie over de kostprijsontwikkelingen van melk en verwachtingen voor de toekomst.
De Rabobank verwacht dat de melkprijs in 2012 wel zal dalen, maar niet tot dezelfde crisis zal leiden als in 2009, omdat men denkt dat de export wel aan zal houden. Voor de periode 2011 – 2016 wordt een verhoging van de melkproductie verwacht: Nederland + 1.8 miljard kg, Ierland + 1.8 miljard kg, Frankrijk +1.5 miljard kg, Groot Brittannië +1.5 miljard kg, Duitsland en Denemarken +1.5 miljard kg en Polen + 1 miljard kg. Deze volume toename is geen enkel probleem voor de EU, aldus Rabobank, want de markt zal het absorberen: + 3.3 miljard kg blijft in de EU door de toename van de consumptie en de rest wordt probleemloos opgenomen door de wereldmarkt, aldus de analisten van de Rabobank. Als verwachte melkprijs denkt men aan een prijs tussen de 27 en 31.5 eurocent per liter. Ook allemaal geen probleem. Vervolgens volgt een presentatie over de kostprijsontwikkelingen voor de productie van melk. Volgens de medewerkster van de Europese Commissie ligt de doorsnee kostprijs voor de productie van melk op 30 cent. Welke kosten wel en niet mee zijn genomen, kan ze ons niet vertellen. Jammer, want deze kostprijs is een heel andere dan berekend door het LEI of accountantskantoren. Zij zitten allemaal royaal hoger, vooral als er gesproken wordt over een volledige kostprijs: een kostprijs die alle kosten, reserveringen enz. enz. meeneemt. Een kwestie om zaterdag voor te leggen aan de heer Poppe van het LEI.

En hoewel de Rabobank in Nederland communiceert dat we met krap aan 32 eurocent nog best uit de voeten kunnen, blijkt uit cijfers van het LEI, dat de kritische melkprijs (een melkprijs waarmee alle rekeningen betaald kunnen worden maar geen investeringen of reserveringen kunnen worden gepleegd) vorig jaar al op 34 cent per kg lag en de laatste 10 jaar onder de uitbetaalde melkprijs heeft gelegen. De ‘mooi-weer-show’ van de Rabobank, met toenemende consumptiecijfers in de EU, een fictieve kostprijs voor melk en een wereldmarkt waar de prijs door een procentueel enorme toename van melk blijkbaar niet meer gaat dalen, is daardoor niet serieus te nemen. Evenals de kostprijs die de Europese Commissie presenteert. Want ook die is onvolledig en schept een vertekend beeld.

EMB ledenvergadering
Op de EMB ledenvergadering die we op 12 en 13 maart in Brussel hadden, kwamen natuurlijk deze toekomstanalyses voorbij. Net als de besluiten in het Melkpakket, de kansen die ons geboden worden in de hervormingsvoorstellen voor het GLB en de situatie in verschillende EU landen.

In Frankrijk haalt Danone vanaf 1 april de melk niet meer op van de melkveehouders die het fabriekscontract niet hebben ondertekend. Een contract dat volledig zonder inspraak van de producenten is opgesteld en slechts het belang dient van de melkverwerker. De Franse overheid stelt zich laks op en lijkt even vergeten te zijn dat de hervormingen in het zuivelbeleid het doel hebben om de positie van de producenten in de keten te versterken. Of dit allemaal maar mag en kan binnen de kaders van de Mededingingswet, kunnen we zaterdag gewaar worden. Ook in Zweden wordt de situatie er niet beter op. Lactalis neemt als eerste particuliere zuivelverwerker een zuivelcoöperatie over. Lactalis betaalt de leden het ledengeld alleen uit als ze een contract van tien jaar ondertekenen en een gegarandeerd minimale hoeveelheid melk blijven aanleveren. Wanneer deze melk niet geleverd wordt, moeten de vroegere leden die zelf kopen van een andere Zweedse aanbieder van melk … die er inmiddels niet meer is.

Ondanks deze deprimerende berichten, was er ook genoeg positief nieuws. Over de voorstellen in de GLB Hervormingen waarin we veel van de EMB voorstellen terug vinden en juridische mogelijkheden tot versterking van de positie voor producenten in de toekomst. De lezing ten slotte die professor doctor Christoph Lütge van de TU in München presenteerde over “Moraal en ethische spelregels in de markt” was erg inspirerend.

Het zijn de zaken die nu spelen in de zuivelsector en die we behandelen op ons symposium, het is de informatie die we nodig hebben om ons op de zuiveltoekomst voor te bereiden: 27 cent is geen toekomst, evenals 31,5 cent per liter.
Alleen een sterke melkproducent, is het fundament waar de rest van de zuivelketen op kan rusten. Kom op 17 maart ook naar Eemnes, een symposium over uw toekomst als melkveehouder!

Sieta van Keimpema, voorzitter

3.3.2012

Week 8 - “Samen sterker”

Afgelopen week stemden de EU Landbouwministers, na het EU Parlement, in met het Melkpakket (klik hier voor het persbericht van de EU in het engels ). Daarmee liggen de contouren van het toekomstige EU zuivelbeleid wel zo’n beetje vast. Voor veel melkveehouders is echter nog volstrekt onduidelijk wat het gewijzigde zuivelbeleid inhoudt en wat het voor hun bedrijfsvoering gaat betekenen. Want wat betekenen de wijzigingen voor de, grotendeels coöperatief georganiseerde Nederlandse melkveehouders, nu coöperaties in het nieuwe zuivelbeleid worden vrijgesteld van de plicht om met hun leden te onderhandelen? Welke belemmeringen leveren de Mededingingswet en de Nma nog op? En hoeveel kans van slagen heeft een Nederlandse producentenorganisatie in de onderhandelingen, als 95% van de melkveehouders niet mag onderhandelen over zijn/haar melkprijs? Om over de toekomst van de spotmelkers nog maar te zwijgen.

Daarom houdt de DDB op zaterdag 17 maart aanstaande in Hotel De Witte Bergen te Eemnes een zuivelsymposium met de titel: “Samen sterker: coöperatie en lid”. Een symposium over de toekomstige mogelijkheden van Nederlandse melkveehouders binnen de zuivelondernemingen en producentenorganisaties en de hobbels die zij daarbij moeten overwinnen om hun positie in de zuivelketen daadwerkelijk te versterken.

Het symposium zal een sterk informatief karakter hebben en de sprekers die we hebben uitgenodigd zullen allemaal vanuit hun eigen expertise ingaan op de visie die zij hebben omtrent het versterken van de positie van de producent in de zuivelketen.
We zijn erg blij met de sprekers die komen: Kees Wantenaar zal het als waarnemend voorzitter van het PZ hebben over de toegevoegde waarde van het PZ voor de melkveehouders ná 2015. Greetje van Heezik, advocaat bij Houthoff Buruma, is gespecialiseerd in de Europese en nationale mededingingsregels en de Europese landbouw- en marktordeningsvoorschriften. Je kan je geen betere spreker wensen om inzicht te krijgen in de mededingingsrechtelijke positie van zuivelondernemingen en producentenorganisaties en de mogelijkheden om de positie van producenten in de keten, binnen de grenzen van de mededingingsregels, te versterken. Teunis Sterk, voorzitter zuivelcoöperatie Deltamilk, zal zijn visie geven op de positie en invloed van leden binnen een zuivelcoöperatie. Joop Kleibeuker, Secretaris Generaal bij de Europese koepel voor melkverwerkers, EDA (European Dairy Association) geeft inzicht in de toekomstvisie van de Europese zuivelverwerkers en Krijn Poppe, econoom en onderzoeker bij LEI Wageningen UR, hebben we bereid gevonden om over de rol en functie van kostprijs- en kritieke melkprijsberekeningen te komen praten. Zelf geef ik dan nog een presentatie over de DDB/EMB-visie om te komen tot een maatschappelijk verantwoorde en duurzame zuivelketen waarin een kostendekkende melkprijs essentieel is.

Voor het symposium hebben we een hele dag gereserveerd om het onderwerp goed tot zijn recht te kunnen laten komen. Al onze leden worden aankomende week persoonlijk uitgenodigd maar het symposium is toegankelijk voor alle melkveehouders, hun partners en in de melkveehouderij geïnteresseerden. We nodigen ook beleidsmakers, politici, parlementariërs, pers en onze buitenlandse EMB-collega’s uit waarvan al een deel hebben gezegd dat ze zeker willen komen. Het is immers belangrijk dat we ons als melkveehouders op de hoogte stellen van de impact van de zuivelhervormingen en de mogelijkheden die er binnen die hervormingen werkelijk voor ons worden geschapen. Daar moeten we over mee willen praten vóór het zuivelbeleid een definitieve vorm krijgt (dat zal nog zeker een aantal maanden in beslag nemen volgens EU Commissaris Ciolos). En dat meepraten kan op 17 maart want voor vragen en discussie is royaal tijd ingeruimd.

De sprekers hebben stuk voor stuk erg positief op ons programma gereageerd. En dat is mooi. Nog veel mooier is het als het programma onze leden en collega’s op 17 maart ook interesseert. De eerste reacties van collega’s die ik over de inhoud van het symposium heb verteld, zijn erg positief.
Natuurlijk hebben we rekening gehouden met melkerstijd: het symposium begint om 10.30 uur en eindigt uiterlijk om 15.45 uur (een lunch bieden we alle aanwezigen rond het middaguur aan). Dan kunnen de aanwezige melkveehouders nog op een acceptabele tijd thuiskomen aangezien er op zaterdag meestal geen sprake is van files aan het eind van de middag.

De focus van de EU Commissie op versterking van de positie van producenten in de keten, is het directe resultaat van onze inspanningen binnen de DDB en de EMB. We moeten er echter wel voor zorgen dat de hervormingen die zijn aangekondigd ook werkelijk de positie van melkveehouders in de keten gaan versterken! Dat er werkelijk sprake zal zijn van “Samen sterker”. Om de noodzaak voor versterking van de positie van producenten actueel te houden, hebben we de (zichtbare) steun van onze achterban nodig. Een achterban die we volledig willen informeren, door diverse schakels in de keten uit te nodigen als spreker voor ons symposium. Zodat u allemaal op de hoogte bent van wat er in onze sector gaat veranderen door de besluiten op politiek vlak. Ik hoop u ook te zien op 17 maart in Eemnes, u bent van harte welkom!

Sieta van Keimpema, voorzitter

20.2.2012

Week 7 - India

Om in maximaal 750 woorden een compleet verslag te schrijven over mijn reis naar India op uitnodiging van Misereor en Anthra, waar ik heb gesproken met tientallen melkveehouders en straatverkopers over de gevolgen van het vrijhandelakkoord dat India en de EU willen sluiten, is onmogelijk. Daarom slechts een kleine impressie in deze weblog. Ik hoop binnenkort een reisverslag te kunnen schrijven over deze reis.

Terwijl in Nederland de waterleidingen springen en de Elfstedenkoorts tot een kookpunt reikt door de vorst, stap ik op 3 februari om 3 uur ’s ochtends plaatselijke tijd, in Bangalore India uit het vliegtuig bij plus 20 graden. Het eerste wat me aangrijnst, is een reclameboodschap van ING: zelfs zonder vrijhandelsakkoord hebben zij de weg naar India dus al gevonden.

Het doel waarvoor men mij heeft gevraagd naar India te komen, is om aan melkveehouders te vertellen hoe de Europese melkveehouderij er uit ziet en over de EMB. De melkveehouders in India zullen immers, als de EU melkproducten zonder invoertarieven in kan voeren naar India, daar zeker de gevolgen van ondervinden. De bijeenkomst is zeer interessant. De problemen van de Indiase melkveehouders die ik ontmoet in Horsley Hills, klinken bekend: een melkprijs onder de kostprijs, geen invloed op de markt en een overheid die verhoging van de productie aanjaagt. En ook de problemen met hun Holstein-Friesian koeien zijn vrijwel hetzelfde als bij ons: mastitis en verminderde vruchtbaarheid.

Op de namiddag rijden we (Armin Paasch van Misereor, Asja en Sagari van Anthra), op uitnodiging van de melkveehouders, naar één van de dorpen om te zien hoe de koeien worden gemolken en om hun melk-inzamelpunten te bezoeken. Bij aankomst zie ik wat Holstein-Friesian koeien op straat staan. Een melkstal is niet nodig, de koeien worden op straat (waar in dit kleine dorp toch geen verkeer is) gemolken. De melk wordt daarna naar het verzamelpunt gebracht, bemonsterd en de dag erop, samen met de melk die ’s ochtends is gemolken, naar een ander dorp gebracht waar een melkkoeltank staat. Ook hier wordt de melk opnieuw bemonsterd voor het in de ‘grote’ 1000 liter tank gaat.

In het dorp laten de melkveehouders ons hun melkbriefjes zien. Er wordt op kwaliteit en vetgehalte uitbetaald.
De melkprijs varieert van 17 tot 20 roepee per liter (naar gelang het vetgehalte). Niet veel lager dan onze gemiddelde melkprijs bij hetzelfde vetgehalte, stel ik vast. Zuivelcoöperaties komen in India nauwelijks nog voor. Hoewel de regering lange tijd de coöperaties hebben gepromoot, draaide een volgende regering dat proces om en zorgde er voor dat private melkfabrieken belastingvoordelen op zuivelcoöperaties kregen. Het feit dat een ministersvrouw met een particuliere melkfabriek begon, blijkt daarvoor de aanzet te zijn geweest…

Als we de volgende dag bij het melk inzamelpunt zijn waar de melk ook gekoeld wordt, praten we opnieuw met melkveehouders over hun problemen. Ze geven een opsomming van de kosten die ze moeten maken voor het produceren van een liter melk en de problemen die ze hebben met de Holstein-Friesian. Deze koeien geven wel veel meer melk, maar kunnen de hitte in de zomer slecht verdragen. De melkveehouders hebben veel kosten aan het genezen van mastitis en ook tobt men met de vruchtbaarheid. Waarom koopt men dan geen locale koeien, is onze vraag. Die geven weliswaar minder melk maar hebben minder gezondheidsproblemen, verdragen de hitte beter en zijn duurzamer. Het antwoord is eenvoudig: doordat de melkproductie te weinig oplevert moet men een lening afsluiten om een koe te kunnen kopen. Leningen worden alleen verstrekt voor de aankoop van een Holstein-Friesian, dus hebben de melkveehouders weinig keus.

Weinig keus inderdaad. Want door eerdere vrijhandelakkoorden zijn deze mensen totaal afhankelijk geworden van melkproductie. Andere landen waarmee al eerder vrijhandelakkoorden werden gesloten, hebben de markt voor veel producten overgenomen. Zoals de productie van zijde, wat in deze regio een grote bron van inkomsten was voor deze boeren. Door het vrijhandelsakkoord met China namen de Chinezen de markt voor zijde over. Zijde van weliswaar een lagere kwaliteit, maar ook een lagere prijs. En zo ging het ook met de andere producten die in deze regio werden verbouwd/geproduceerd. Het enige alternatief voor deze plattelandsbevolking is melkvee. Daarom is de angst voor de Europese zuivelexport groot. Géén melkvee betekent voor miljoenen landloze boeren dat ze moeten vertrekken naar de stad en geen menswaardig bestaan meer hebben. In de stad zijn immers nu al geen banen te vinden, miljoenen Indiërs leven in de slumbs; de sloppenwijken. Ze bedelen op straat en leiden een mensonterend bestaan.

Ambtenaren en commissarissen van de EU stellen dat India inmiddels een ontwikkeld land is dat gelijkwaardig is aan de EU en daarom geen bescherming meer behoeft van importtarieven. India moet daarom zijn grenzen openstellen voor het Europese bedrijfsleven. De realiteit is anders. Honderden miljoen mensen in India leven van minder dan 1 euro per dag. Ze óverleven in plaats van dat ze leven.

Onze Europese welvaart gaat mensenlevens kosten. ‘Moreel besef’ blijkt echter geen onderdeel van het (strikt geheime!) concept- vrijhandelakkoord tussen de EU en India.

Wordt vervolgd.

Sieta van Keimpema, voorzitter

30.1.2012

Week 3 - Grüne Woche

Een immense beurs kan je de Grüne Woche in Berlijn gerust noemen: een ‘groot rondje’ beurs is 9 kilometer terwijl een ‘klein rondje’ nog 5 kilometer lang is. De Grüne Woche is een echte consumentenbeurs, waar diverse landen uit de gehele wereld hun landbouwproducten promoten. Daarnaast komen veel EU landbouwministers en mensen uit de agri business naar de beurs in Berlijn om handel te doen en zich te laten zien op de diverse symposia en ontvangsten die tijdens deze beurs worden gehouden. Het immense Nederlandse paviljoen ziet er prachtig uit met een molen, grachtjes, tulpen en klompen (oké: niet erg vernieuwend, wel kleurrijk).

De EMB-persconferentie tijdens de openingsdag van de Grüne Woche, werd goed door de agrarische pers bezocht. Met als thema de problemen die de melkveehouders in de EU hebben met hun ondergeschikte positie in de zuivelketen, de oplossingen die we daar binnen de EMB voor hebben ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers en deskundigen, en de risico’s die de EU aangaat met de huidige voorgenomen hervormingen in het zuivelbeleid.
Tussen de liberalisatie van de financiële sector en de voorgenomen verdere liberalisatie van de zuivelsector zijn veel parallellen te trekken: het afschaffen van bepaalde belangrijke sturingsinstrumenten en het versoepelen van de eerder strenge voorwaarden in de financiële sector, heeft de sector ontwricht en de huidige economische en financiële crisis veroorzaakt waar de Europese burgers nog decennialang onder te lijden hebben. Het liberaliseren van de landbouwsector terwijl instrumenten om de markt stabiel te houden ontbreken, evenals het gebrek aan transparantie in de keten en de ongelijke verdeling van de marges, zal er in ieder geval voor zorgen dat de huidige onrust onder de bevolking verder toeneemt terwijl ‘onrendabele’ regio’s in de EU ontvolken na het vertrek van de landbouwactiviteiten: Landbouwproductie die structureel wordt onderbetaald heeft geen toekomst. Met duurzaamheid, een term waar menig politicus zich ongeremd van bedient, heeft dit politieke landbouwbeleid in ieder geval niets te maken.

Na de persconferentie woonden we de opening van de Grüne Woche door partnerland Roemenië, bij. Diverse sprekers uit de politiek en landbouwsector passeerden de revue. Zonder uitzondering spraken zij over de negatieve gevolgen van verkoop onder de kostprijs, de ongelijke margeverdeling en de eigen verantwoordelijkheid van burgers in hun koopgedrag.
Voor de bühne weet men dus heel goed waar het aan schort. Jammer dat bij het doorzetten van al die mooie praatjes, men alleen voor de winstgevendheid van topmanagers in de handel en industrie kiest en niet voor de belangen van de Europese burgers en boeren. De noodzakelijke veranderingen in de landbouwsector zijn te gering en laten te lang op zich wachten.

De volgende dag kwam Euro Commissaris Ciolos op bovenstaande kritiek terug tijdens een persconferentie van Meine Landwirtschaft, waarvoor de EMB was uitgenodigd en die mede door de BDM ( EMB ledenorganisatie) werd georganiseerd. Ciolos vergeleek de huidige opstelling van de EU lidstaten met een olifant die je van koers wilt veranderen: “Je kan de olifant duwen en trekken, maar veel resultaat zal je niet hebben. Je zal hem moeten verleiden door iets lekkers voor zijn neus te hangen zodat hij achter je aan wil lopen. En jammer genoeg kost dat veel tijd”. Tegelijkertijd echter stelde Ciolos dat hij nog tijdens zijn ambtsperiode zijn doelstellingen wil hebben gerealiseerd. Daar hoort een evenwichtige markt, rechtvaardige margeverdeling en een gelijkwaardige positie van producenten in de keten bij. Na de persconferentie heb ik nog even met Ciolos gesproken en hem gevraagd hoever de Commissie was met het ontwikkelen van een systeem om melk uit de markt te laten ‘leasen’ door de EU Commissie bij een volgende melkprijscrisis. Ciolos antwoordde hierop dat er momenteel een analyse van het systeem wordt gemaakt en dat hij verwacht dat dit marktinstrument in 2014 kan worden gebruikt. (Even ter herinnering: in 2009 werd dit punt door de EMB als mogelijk marktinstrument om de markt snel te ontlasten bij overproductie en lage melkprijzen, ingebracht. De EU Commissie ‘least’ melkrechten tegen vergoeding, deze melk wordt niet gemolken of opgekocht waardoor geen voorraad ontstaat die later de marktprijzen weer drukt). We zijn erg benieuwd naar de analyse van dit instrument dat natuurlijk het snelste resultaat oplevert binnen een gereguleerde melkmarkt.

Deze week vertrek ik voor de tweede keer naar Berlijn, voor nog een paar vergaderingen. Ik hoop wat tijd over te houden om “De faire melk”- stand, van de vijf EMB-ledenorganisaties die faire melk op de markt brengen, te bezoeken. Het moet er erg druk zijn met voornamelijk Duitse consumenten die zich bewust uitspreken voor een faire melkprijs aan de melkveehouders. Dat is een hoopgevende ontwikkeling in onze maatschappij.
Zaterdag maakten 23.000 (!) Duitsers, meer dan het dubbele aantal dan zich had aangemeld, tijdens de demonstratie “Wir haben es satt” - We hebben er genoeg van - duidelijk aan Bondskanselier Merkel en landbouwminister Aigner, dat ze een eerlijker en duurzamer landbouwbeleid willen. Nu!

Sieta van Keimpema, voorzitter

18.1.2012

2 - India

De kogel is door de kerk: begin februari ga ik 10 dagen naar India met een humanitaire organisatie uit Duitsland – Misereor - om met melkveehouders te praten in Bangalore en Horsley Hill en aanwezig te zijn op een symposium voor melkveehouders in Delhi.

Even voor de kerstdagen ontving ik een mail met daarin de vraag of ik eventueel bereid zou zijn mee te gaan naar India. In het kader van een symposium voor melkveehouders wilde de organisatie graag een Europese, in de melkveehouderij bestuurlijk actieve, melkveehouder/melkveehoudster uitnodigen die de Engelse taal beheerst. Misereor, die geregeld samenwerkt met het Duitse EMB-lid BDM, nodigde me vervolgens uit om mee te gaan. Nu is India niet direct een regio waar je zomaar komt en als je dan ook nog de gelegenheid krijgt om met collega’s te praten, is dat een heel aantrekkelijk aanbod. Ik heb er samen met mijn gezin eerst even over na moeten denken en ik heb de nodige vragen gesteld over de regio waar we heen zouden gaan, voor ik ‘ja’ heb gezegd. Daarna heeft het nog een paar weken geduurd voor de organisatie alles rond had, maar sinds een paar dagen weet ik zeker dat ik ga, heb ik vluchten geboekt, een visum geregeld en de afspraak voor de nodige vaccinaties ingepland.

In India vinden in de week voorafgaand aan het symposium op 10 februari, een aantal bijeenkomsten van melkveehouders plaats via de overkoepelende organisatie Anthra. Georganiseerd in het kader van het voorgenomen vrijhandelsakkoord tussen India en de EU. De melkveehouders willen zich informeren over de melkveehouderij in Europa om zich een beter beeld te kunnen vormen van de effecten van dit vrijhandelsakkoord op hun bedrijfsvoering. Daarnaast gaan we gesprekken voeren met straatventers die bang zijn dat zij door de grote Europese supermarktketens zwaar zullen worden beconcurreerd.

Dat het voor ontwikkelingslanden zwaar is in het liberale marktgeweld van de Westerse landen, wordt duidelijk door steeds meer kritische rapporten. In de nieuwsbrief van de EMB van januari, die aan uw ledenmail is toegevoegd en volledig op onze site is te lezen, staat een artikel over Dirk Müller, een beursexpert, die de effecten van de speculatie met voedsel bestudeerd heeft. Uit zijn studie is niet alleen gebleken dat speculaties met voedsel weinig meer met vraag en aanbod op de markt te maken hebben, maar laten ook de verwoestende effecten zien op de voedselprijzen voor mensen in ontwikkelingslanden in relatie tot hun besteedbaar inkomen.

En ik ben blij dat de heer Herman Wijffels, lid van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale en Duurzame Landbouw, zich kritisch heeft uitgelaten over de wijze waarop grote multinationals de voedselproducenten in de greep hebben met bijvoorbeeld patenten op levend materiaal. Ook dat is onderdeel van het wereldvoedselprobleem dat moet worden opgelost met wettelijke maatregelen. Geen woorden maar daden.

Ik hoop dat ik in februari een bijdrage kan leveren aan het informeren van de Indiase melkveehouders en verwacht er ook de nodige informatie vandaan te halen om de eis dat voedsel op een faire manier moet worden beloond en geproduceerd, nog beter en vollediger te kunnen onderbouwen met verhalen en feiten uit de praktijk.

Eerlijke en duurzame voedselproductie zorgt uiteindelijk voor meer welvaart over de gehele linie en stabiliteit. Dat betekent natuurlijk wel dat het grote ‘zakkenvullen’ van multinationals en speculanten op een zachtere pit komt te staan omdat de prijspieken af zullen nemen. Tot nu toe weigeren overheden de nodige veranderingen in het beleid aan te brengen omdat men onder druk van die multinationals ( en machtige banken), de huidige status quo niet wil veranderen. Dat valt echter niet vol te houden, ten eerste omdat het volk in Westerse en EU-landen steeds vaker in opstand komt ( nog even en de managers ‘hangen in de bomen ‘ als ze niet oppassen) en ten tweede omdat het huidige economische systeem failliet en onbetaalbaar is.

Wat betreft India: ik hoop dat de Indiase overheid verstandig genoeg is om het volk niet onder het korte termijn geluk van de machtigen der aarde te laten lijden en dat ze voorwaarden inbouwen voor hun welzijn van hun eigen bevolking. Alleen faire verhoudingen leveren duurzaamheid en welvaart op. En hoe dat er voor de melkveehouderij uit kan zien, daar hebben de DDB en de EMB heel goede voorstellen voor.

Sieta van Keimpema, voorzitter

14.1.2012

Week 1 - Meten is weten

We krijgen in het begin van dit nieuwe jaar veel tegengestelde berichten over de situatie in de zuivel- en landbouwsector te horen. Terwijl de FAO er vanuit gaat dat we een rustige marktsituatie tegemoet gaan in de zuivelsector, zien we op de site van globaldairytrade dat de wereldwijde zuivelcontracten voor de komende maanden over de grote linie lager worden afgesloten. Bovendien laten veel landen en regio’s weten dat ze de melkproductie op willen voeren. (Ierland wil zelfs tot 2020 de productie verdubbelen) wat zeker tot oplopende druk op de markt zal leiden.
Het bericht dat we in Nederland een structurele overschotscapaciteit hebben voor dagverse melk waardoor een zeer scherpe concurrentie is ontstaan, dient onze belangen als Nederlandse melkveehouders daarbij ook al niet.

Nu de periode naar 2015 steeds korter wordt en er nog steeds geen zicht is op hoe het toekomstige zuivelbeleid er uit zal zien mag je je afvragen hoe de markt zich werkelijk zal ontwikkelen. Of hoe men bij de Europese Commissie denkt dat men in de toekomst adequaat op marktveranderingen kan reageren . Zonder markt monitoring gaat het volgens ons niet. Toch lijkt de Europese Commissie die kant echt op te willen gaan, want ze willen alleen de aangeleverde volumes gaan bijhouden. Verder gaat hun idee van ‘monitoring’ niet, terwijl de markt door meer factoren wordt bepaald.
Het gebrek aan goede monitoring van bijvoorbeeld de kostenopbouw zorgt er voor dat naïeve mensen zich door de huidige melkprijs op het verkeerde been laten zetten. Uit de LTO melkprijsvergelijking blijkt dat we op een recordhoge melkprijs afsteven voor het melkjaar 2011/2012. Maar hoe de kosten voor de melkproductie zich in dezelfde periode hebben ontwikkeld, daar kan men slechts naar gissen. Op die cijfers moeten we nog lang wachten. En zo lang niet duidelijk is hoe hoog de kosten zijn geweest in dezelfde periode, kan je aan de hoogte van de melkprijs geen conclusies verbinden.

Het afgelopen jaar publiceerde het LEI naast een actualisatie van de ketenrendementen, o.a. een onderzoek waaruit bleek dat we al meer dan tien jaar een melkprijs beneden de kritieke melkprijs ontvangen. Het verbaasde menigeen, want zo slecht was het toch niet gegaan? En we hadden toch ook ‘goede’ melkprijsjaren gehad, de afgelopen tien jaar? Terwijl we onze schuldenlast bij de banken in diezelfde periode gemiddeld minimaal verdubbelden. Ook al een signaal dat het de melkveebedrijven aan cashflow ontbrak.

Het wordt hoog tijd dat we eens gaan meten wat we willen weten. Dat lijkt me ook een heel goede zaak voor al die politici en ambtenaren die zonder deze achtergrondinformatie menen dat ze uitspraken kunnen doen over de hoogte van de melkprijs in relatie tot de financiële situatie in de melkveehouderij.
Dat meten moet dan wel op een adequate manier gebeuren - dus onafhankelijk en bedrijfseconomisch verantwoord, binnen een redelijke termijn - dus niet met een vertraging van 2 á 3 jaar zoals nu het geval is, en voor de gehele EU. Dan kunnen we niet alleen de markt beter inschatten, we kunnen ook tijdig maatregelen nemen om een crisis als in 2009 te voorkomen.

Het zijn deze thema’s die we op de EMB persconferentie tijdens de Güne Woche in Berlijn gaan toelichten. Bovendien hebben we daar een gesprek met Dacian Ciolos, de EU Landbouwcommissaris, over de hervorming van het landbouwbeleid. Dit gesprek met Ciolos voert het EMB bestuur samen met maatschappelijke organisaties die steeds meer oog krijgen voor onze visie: eerlijke, kostendekkende prijzen en transparantie in de keten.

In Zwitserland zijn onze collega’s en betrokken journalisten ook druk bezig met ‘meten is weten’: uit de aangeleverde cijfers uit verschillende bronnen blijkt dat er grote verschillen zitten in wat de zuivelindustrie publiceert voor wat betreft het verhandelde aandeel melk in A-, B- en de C-melkprijscategorie, en wat uit de uitbetaling blijkt. Zo stelt de zuivelindustrie dat ze niet meer dan 77% van de melk als A-melk hebben verkocht terwijl dat volgens de producentenorganisaties 82% moet zijn en volgens de overkoepelende brancheorganisatie (BOM) 90%. En aangezien A-melk de hoogste opbrengstprijs heeft, maakt dat zeker verschil voor het inkomen van de melkveehouders. Omdat de zuivelindustrie en de BOM weigeren om openheid van zaken te geven, is de transparantie ver te zoeken.
En zo zijn er meer zaken aangaande de zuivelsector in Zwitserland die aardig scheef lopen en argwaan bij pers en boeren opwekt. Het gebrek aan transparantie is het resultaat van een slecht ingevoerd en te controleren zuivelbeleid waarbij het grenzeloos vertrouwen van politici in ‘de vrije markt’, de melkveehouders in een zeer ondergeschikte rol heeft gebracht. Ondanks producentenorganisaties en contracten.

Alleen wanneer je de markt en dus ook de kostprijs gaat monitoren, kan je de transparantie krijgen die je wilt in de markt.
Het is één van de doelstellingen van de DDB en de EMB die we voor 2015 willen hebben gerealiseerd: transparantie in de markt door het invoeren van een goed en compleet monitoringsysteem. Daar heeft iedere schakel in de keten uiteindelijk belang bij.

Sieta van Keimpema, voorzitter

30.12.2011

Week 50 - Op de drempel van…

Het is alweer de laatste week van 2011. Een jaar waarin ik u op de hoogte heb proberen te houden van onze activiteiten voor de DDB en de EMB, door middel van deze weblog. Het is me niet gelukt om echt iedere week een weblog te schrijven. En ook heb ik niet alle gesprekken, bijeenkomsten en gebeurtenissen kunnen behandelen, omdat zo’n stukje niet te lang moet worden.

Daarnaast kunt u iedere maand de nieuwsbrief van de EMB lezen op de site van de DDB of de EMB. Dan bent u tevens op de hoogte van wat er speelt bij de andere ledenorganisaties in de EMB en in de wereldwijde zuivelsector. In de nieuwsbrief van december vindt u een artikel over de voortgang van de hervorming van het zuivelbeleid in de VS. Het is een omstreden wetsontwerp wat momenteel in het House of Representatives en de Senaat wordt besproken. Zo is het opvallend dat deze hervorming voor de melkveehouders geen verbetering inhoudt maar een aanzienlijke verslechtering van de inkomenspositie, terwijl de hervormingsvoorstellen in het debat zijn gebracht doordat de inkomens van de Amerikaanse melkveehouders zo zeer te lijden hebben gehad onder de prijsfluctuaties. Op 10.11.2011 publiceerde het Amerikaanse weekblad Zuivelweek, de resultaten van een analyse door wetenschappers van de Universiteit van Wisconsin over de potentiële impact van de Dairy Security Act op het inkomen van de melkveehouders. Ze brachten daarvoor een differentiatie aan over vier categorieën bedrijven: melkveebedrijven met minder dan 250 koeien kunnen een inkomensverlies verwachten van 24%, bedrijven tot 500 koeien een inkomensverlies van 61%, bedrijven tot 2000 koeien verliezen 44% inkomen en de melkveebedrijven met meer dan 2000 koeien kunnen een inkomensverlies van 34% verwachten. Deze studie heeft critici en grote melkveehoudersorganisaties een impuls gegeven om met alternatieve voorstellen te komen om de boerenmelkprijzen en de gehele sector te stabiliseren. Wordt vervolgd, dus.

In Zwitserland is het begrip ‘boterbergen’ weer helemaal terug, terwijl er in Noorwegen geen pakje roomboter meer te koop is. Extreme bedragen rouleren op internet voor één pakje boter. En dan zie je dat de markt toch wat ingewikkelder in elkaar steekt dan menig handelaar ons wil doen geloven. Want het is toch apart dat de handel niet in dit gat wist te springen?

In 2012 wil ik u graag door middel van deze weblog blijven informeren. Over bijvoorbeeld de bijdrage van de EMB aan de Grüne Woche die op 19 januari wordt geopend en waar de EMB een persconferentie houdt én de organisaties die met Faire melk in de supermarkten zijn gekomen een stand hebben. Om consumenten (want het is een echte consumentenbeurs) te wijzen op het bestaan van De faire melk en ze te laten proeven.
Ook zullen we de gesprekken met landbouwministers en Europarlementariërs voortzetten vanaf begin 2012 en staan er al weer reizen gepland voor lezingen en conferenties over de hele wereld.

Dat er behoorlijke verschuivingen in de melkveehouderij zijn te verwachten in 2012, is duidelijk. Het Melkpakket zal zijn uiteindelijke vorm krijgen nadat dit eerst in het Europese Parlement nog wordt bediscussieerd. En de productschappen in Nederland lijken hun langste tijd te hebben gehad. Wie hun taken dan uit gaat voeren en of dit voor de Nederlandse boeren een verbetering zal zijn, is nog zeer de vraag.

De DDB bereidt momenteel de ledenavonden en andere activiteiten voor de Nederlandse melkveehouders en geïnteresseerden voor. Maar daarover later meer.
Voor nu wens ik u een gezond en voorspoedig 2012 toe!

Sieta van Keimpema, voorzitter

© 2012 Dutch Dairymen Board
+